Boskamp over zijn taaltje, de politie en nog van alles
Foto: Marc Herremans - Corelio
Johan Boskamp heeft nog steeds evenveel fans als toen hij voetbalde bij RWDM of trainer was bij Anderlecht. Nu zitten zijn fans te wachten op zijn analyses tijdens het EK. ‘Ik hou van België. Ja, de politiek is belachelijk. Maar voor de rest: fantastisch land.'

DS Weekblad had een gesprek met Boskamp. En verstond meestal wat hij zei. Enkele citaten.

Over zijn taaltje: 'Zelfs Constant Vanden Stock (de overleden voorzitter van Anderlecht, red.) verstond me. Behalve aan de telefoon. Dan belde twee minuten later mijn goede vriend Jean Dockx (overleden hulptrainer van Anderlecht, red.) om te vragen wat ik zoal had gezegd. Waarop die “vertaling” vervolgens opnieuw naar de voorzitter ging.'

Over zijn analyses: ‘In tien seconden heb ik er alles over gezegd. “Die bal was verkeerd getrapt”, ja – en verder? De kijker heeft ook ogen in zijn kop. Dus praat ik op Sporza een beetje over dingen die niet zoveel met voetbal te maken hebben.’

Over het Nederlands elftal : 'Er zijn supporters die met de fiets op vakantie gaan. Die al hun vakantiegeld hebben gespaard om naar het EK in Polen te gaan en daar dan een stuk of tien uien zien spelen! Zij verdienen beter.'

Over zijn jeugd: 'Feyenoord heeft me van de straat geplukt. Ik was veertien, kreeg een contract, en plots verdiende ik meer dan mijn vader. Dat was vreemd, ja.'

Over de financiën: 'Ik herinner me de eerste keer in Dubai dat ik uitbetaald moest worden. Per overschrijving kon nog niet, en dus moest ik tussen het “gewone” personeel in een lange rij gaan staan, om cash betaald te worden. Vreselijk was dat: zij kregen – hoogstens – 150 dollar, het waren goedkope werklui uit India, Pakistan, Sri Lanka. En dan kwam ik, en ik kreeg zó’n pak.'

Over de politie: 'Ik ben van ’48, net na de oorlog, toen de oudste huizen nog loden regenpijpen hadden. En lood was wel wat waard, dus heb ik ooit een stuk van zo’n pijp afgebroken en verkocht, voor een gulden of zo. Kon ik meteen naar de bioscoop. Ook flessen pikte ik weleens, voor het statiegeld.'

Over zijn fascinatie voor de oorlog: '‘Hoe een volk van veertig miljoen achter één zo’n mafkees aan kon lopen. Uit alles wat ik lees, komt altijd hetzelfde naar voren: de multinationals hebben Hitler in het zadel geholpen. Ford, Siemens: ze sponsorden hem allemaal. Plus: het was crisis, en daar heeft hij goed op ingespeeld.'

Over Amerika: 'Het heeft niets gescheeld of ik woonde in de States. Vijftien jaar geleden heb ik training gegeven aan de universiteit van Boston. Zes maanden, ik had er zelfs een huis, met zwembad, alles erop en eraan. Tot mijn vriend die het contract had geregeld, eens zei: “Alleen jammer van die drugs op school.” Jen (zijn echtgenote, red) hoefde het woord “drugs” nog maar te horen en het was gelijk gedaan.'

Over zijn vrouw die overleed aan kanker: 'Ik weet één ding: ik wil nooit lijden zoals zij dat heeft gedaan. Ik ga niet als een plant voor het raam zitten, mijn zonen weten dat. Maar Jen was zo dapper, ze wou niet opgeven, ze hoopte nog.'

Over zijn liefde voor België: 'Ik houd van België, ik ben veel meer patriot dan jullie dat zijn. In het buitenland verkondig ik het altijd met trots: ik ben Belg! (...) Ja, de politiek is belachelijk: we hebben zeven regeringen en we zouden er één moeten hebben. Maar voor de rest: fantastisch land.'

Over de Rode Duivels: ‘Nou, als het met deze ploeg niet lukt, dan halen ze het nooit meer. Ik denk zelfs dat ze Europees kampioen worden, over vier jaar. Maar dan moeten ze zich wel eerst plaatsen, ja.’

 Het hele interview leest u dit weekend in DS Weekblad