C-mine expeditie
Foto: Manifest Genk
C-mine expeditie is een wandeling van anderhalve kilometer in de authentieke luchtgangen van de mijn van Winterslag,die eindigt op de hoogste schachtbok van België, op 62 meter hoog. Onderweg komt de bezoeker door luchtgangen, door geheugenkokers waarvoor schrijvers en beeldend kunstenaars samenwerkten, een geluidscel, langs een panoramakijker en door de voorschacht en een doolhof. Voor kinderen is er het familiespel ‘Waar is Cyriel de Krekel’. Met die interactieve en onconventionele benadering hoopt C-mine toeristen van dicht en ver te lokken en hun een zintuiglijke en leerrijke uitdaging voor te schotelen. Er is vijf jaar gewerkt aan het concept en de realisatie van C-mine expeditie, dat in april de deuren opende en in totaal vijf miljoen euro kostte.

Eenvoud als tegengewicht
C-mine expeditie is het grootste project tot nu toe van het Gentse NU Architectuuratelier, dat Halewijn Lievens en Armand Eeckels oprichtten in 2003. Ze kregen de hulp van Grontmij Hasselt en L-groep @rchitectenbureau.
 

“De monumentale, functionele gebouwen op C-mine en het ondergrondse van dit project spraken ons zeer aan”, zegt Lievens. “Door tunnels lopen is een primaire ervaring, zoals een
berg beklimmen of door een bos wandelen, en dat gaf ons de kans mensen aan te spreken op een soort archaïsch niveau, herkenbaar maar niet alledaags.”
Waarom is dat een troef?
Het houdt ons ontwerp ver van een oppervlakkige toeristische attractie, iets wat wij associëren met een soort decor of entertainment. Architectuur wil net ruimtes creëren die niet vluchtig
zijn en waarmee mensen een één-op-één-relatie hebben. Daarom kozen we ook niet voor een multimediale aanpak omdat die snel gedateerd kan zijn. Onze wandeling, met het contrast tussen het ondergrondse van de tunnels en het weidse uitzicht van op de schachtbok, is een ervaring die over twintig jaar nog kan aanspreken.
Hoe gaat u om met het mijn verleden?
We hebben geprobeerd voorbij te gaan aan clichés door het verleden creatief en artistiek te vertalen. De wandeling is opgehangen aan vijf inhoudelijke punten, waarvan het geheugen
er één is. In de geheugenkokers, een soort klokvormige cellen onder de grond, vertellen schrijvers, beeldende en geluidskunstenaars een verhaal. Ze waren meteen enthousiast toen we hen vroegen. Als architect was het boeiend een beetje curator te worden.
Blij met het resultaat?
We voelen ons vereerd dat we dit mochten doen. De eersten die de toer deden waren oud-mijnwerkers en ze waren allemaal enthousiast over onze eigenzinnige aanpak. Dat was
voor mij het beste nieuws. Maar ook de reacties van anderen interesseren me. Sommige bezoekers duiken makkelijk het doolhof of de donkere ruimtes in, anderen zijn voorzichtiger.
Maar de voldoening als ze zichzelf overwinnen is des te groter. Niet weten wat er achter de hoek zit houdt mensen scherp. Een heel eenvoudig architecturaal concept kan dus ook avontuurlijk zijn. We zijn geen moraalridders, maar in deze multimediale tijden zetten we graag in op het fysieke, misschien een beetje als tegengewicht. Het is heel tof om kinderen nog eens door een doolhof te zien rennen.