Di Rupo veroordeelt geweld in Molenbeek
Foto:
Eerste minister Elio Di Rupo veroordeelt het geweld tegen twee politieagenten in Molenbeek. 'Het gerecht moet nu snel zijn werk doen,' aldus Di Rupo op Twitter.

Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet "veroordeelt met de grootste vastberadenheid" de aanval van vrijdagavond "Weerzinwekkende agressie", klinkt het. Milquets "gedachten en emoties gaan naar de gewonde agenten bij de uitoefening van hun functies; de beveiliging van het openbaar vervoer".

De minister "wenst hen een snel herstel". "Op basis van nadere informatie, verstrekt door Justitie, zullen de noodzakelijke maatregelen genomen worden voor alle plannen met betrekking tot de veiligheid", vervolgt Milquet. "De rechtstaat moet doorgaan met zich te eerbiedigen met de adequate middelen."

Ook de Brusselse regeringsleider Charles Picqué veroordeelt "streng" de aanval. Picqué "betuigt al zijn steun en solidariteit aan de beide gewonde politiemensen" en "vraagt dat men streng optreedt tegen dit soort acties, die de organisatie van onze maatschappij ondermijnen en ingaan tegen de elementaire regels die hieraan ten grondslag liggen".

"Het is evident dat oproepen tot haat leiden tot dit soort gedrag ten opzichte van iedere vorm van gezag", vervolgt hij. De minister-president betreurt ook de imagoschade voor de hoofdstad, gezien ook de eerdere spanningen.

'Tijd om justitie te laten respecteren'

De aanval met een mes tegen twee agenten in een Brussels metrostation bevestigt het belang om de rechtsstaat in het land te herstellen en justitie te laten respecteren door haar middelen te geven. Dat zegt Didier Gosuin, FDF-fractieleider in het Brusselse parlement.

In zijn ogen moet de federale regering in die zin haar verantwoordelijkheden nemen, want de ontoereikende middelen waarover justitie beschikt, moedigen afwijkingen zoals het radicalisme aan.

Het FDF-kopstuk herhaalt de vraag van zijn partij "om met kracht het principe van de neutraliteit van de staat te bevestigen".

De Brusselse minister van Economie, Benoit Cerexhe (cdH), sprak van een "schandelijke agressie" die kadert in een context "waar het misprijzen van de openbare macht, en zij die dit vertegenwoordigen, voor sommigen de norm wordt". De minister roept op tot een verdere "versterking van de aanwezigheid van de ordekrachten en haar symbolen in het straatbeeld en de openbare ruimten".