DE HUISPROEVER. Drie keer curry
Foto: shutterstock
Weinig dingen die me zo hard in verwarring brengen als curry. In een ver verleden dacht ik dat het woord enkel sloeg op de saus die mijn moeder maakte voor bij kip en rijst: een soort bechamel met kerriepoeder erin. Later bleek dat een curry in veel delen van de wereld slaat op een gerecht dat alle richtingen uit kan, als er maar kerrie in zit. En een tijd geleden werd de verwarring nog groter, toen ik op citytrip in Berlijn geconfronteerd werd met het fenomeen van de curryworst, waar helemaal geen curry in blijkt te zitten. De naam slaat er op de curryketchup of ‘curry’ die erbij wordt geserveerd. Rode, niet eens kerriegeel.

Kan allemaal, volgens Van Dale. Curry kan een kruidige variant op ketchup zijn, die vooral in Duitsland, België en Nederland wordt gesmaakt. Maar het kan net zo goed slaan op een groot aantal gerechten uit de Indiase keuken, die soms maar niet altijd gemaakt worden met kerrie. En dat is dan weer een mengsel van verschillende specerijen als gember, kardemom, koriander en kurkuma, met varianten als madras en kerala. Terwijl wij vooral gele kerrie kennen, zijn ze in India fan van de rode variant, die ook nog eens een stuk pikanter is.

Ik krijg honger van zoveel opzoekingswerk en zoek mijn heil in de supermarkt, waar ik kan kiezen uit een paar kerriesausopties. Of curry, ja, maar geen currysaus – want dat is eigenlijk curryketchup, bent u mee?. De eerste komt uit blik. Devos Lemmens, van de koude sausjes voor bij de barbecue, produceert namelijk ook kerriesaus om op te warmen. Uit het blik komt een niet bijzonder dikke, donkergele substantie, die ik opwarm in een pannetje. Goed gekruid, een beetje spicy maar niet overdreven, met de smaak van het kerriepoeder en weinig andere kruiden. Ik ben een romigere structuur gewend, maar vind het voor de rest best oké.

De tweede test doe ik met een bokaal Chinese curry van Manna. De smaak van de saus komt me zo bekend voor dat ik mijn lokale Chinees ervan verdenk de potjes op te warmen voor bij de maaltijden, en ik kan hem geen ongelijk geven. Deze saus, iets groener dan de vorige, is sterker gekruid. Naast kerrie proeven we ook hier niet veel andere smaken om ons af te leiden. De saus wordt tot de laatste druppel opgelepeld.

De derde testsaus is die van Uncle Ben’s, een zachte, Indiase curry. Met minstens vijftien procent groenten en fruit, volgens de tekst op de bokaal, en honderd procent natuurlijke ingrediënten. In de dikke, gele saus zit zowel appel, paprika als ananas, wat zorgt voor een zoete, fruitige en exotische smaak. Ik proef evenwel zo weinig echte kerrie dat ik net zo goed een zoetzure saus had kunnen eten. Geen fout: een curry hoeft volgens de Indiase regels niet eens een kerriesmaak te bevatten. Al had ik het hier wel verwacht.

DE RANGSCHIKKING
1. Manna, ‘Chinese curry’, 1,19 euro voor 370 gram.
2. Devos Lemmens, ‘Currysaus’, 1,88 euro voor 400 gram.
3. Uncle Ben’s, ‘Milde curry Indisch’, 2,19 euro voor 500 gram.

Conclusie: de sauzen van Manna en Uncle Ben’s zijn het lekkerst, maar die van Manna smaakt het meest door naar kerrie. En wint dus deze test.