David Pefko wint Gouden Boekenuil 2012
David Pefko Foto: BELGA
De Nederlandse auteur David Pefko heeft met zijn roman Het voorseizoen de Gouden Boekenuil gewonnen, de belangrijkste literaire prijs in Vlaanderen. Pefko ontvangt 25.000 euro en de Gouden Boekenuil-trofee, een kunstwerk van Philip Aguirre.

Pefko debuteerde in 2009 met Levi Andreas. De roman werd vergeleken met het werk van Arnon Grunberg en stond op de shortlist van de Academica Debutantenprijs 2011. Het voorseizoen is de tweede roman van de 28-jarige auteur en gaat over een eenzame Engelsman die een prostituee uit handen van de politie probeert te houden.

'Met zin voor detail, met gevoel voor ritme en met ruimte voor slapstick creëert de auteur een leven dat we niet willen leiden, een mens die we niet willen zijn, maar toch pijnlijk herkenbaar. Het boek is een genadeloze analyse van de tijdsgeest, ijzingwekkend spannend en vlijmscherp neergezet in een zinderende stijl', aldus de jury.

De vakjury van de Gouden Boekenuil 2012 bestond uit recensenten Wim Brands, Elsbeth Etty, Marc Reynebeau, Roderik Six en Frederick Vandromme. Phara de Aguirre was juryvoorzitter. Samen lazen ze 219 romans, literaire biografieën en literaire essays.

Stephan Enter wint Prijs van de Lezersjury

De keuze van de 100-koppige Lezersjury onder leiding van Lies Lefever viel op Grip van Stephan Enter. Aan die bekroning hangt een geldprijs van 2.500 euro en een pen van Montblanc.

Grip, zijn derde roman, gaat over vriendschap, reizen, zelfinzicht, vergankelijkheid en over de moeilijke en soms pijnlijke vraag of je het leven leidt dat je had willen leiden. 'Onze winnaar is een grootse taalvirtuoos', vindt de Lezersjury. 'Wie eerder gemaakte keuzes in het eigen leven in een ander daglicht wil plaatsen, moet deze roman lezen, en vooral ook herlezen. Want daar vraagt deze meesterlijke roman om.'

De prijzen werden zaterdagavond uitgereikt in de Handelsbeurs in Gent. De andere genomineerden voor de Gouden Boekenuil waren Bittere bloemen van Jeroen Brouwers, Zomerhuis met zwembad van Herman Koch en Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten van Dimitri Verhulst.