GETEST. De splinternieuwe Oziris ride in Parc Asterix
Foto: Parc Asterix
Parc Asterix, het is een beetje zoals in de gelijknamige strip, een pretpark vlakbij Parijs dat zich niet gewonnen wil geven aan de naburige overheerser. Met een portie toverdrank en veel geld hebben ze net één van de meest indrukwekkende rollercoasters - een omgekeerde achtbaan eigenlijk - in Europa aan hun zo al zeer uitgebreid gamma toegevoegd. Hoog tijd om dit pretpark onder de loep te nemen.

Vraag een Vlaming hoe een pretpark vlakbij Parijs heet en hij of zij zal zelden Parc Asterix zeggen. Nochtans bestaat het al langer dan het naburige Amerikaanse park dat iedereen wel kent. En heeft het – zeker sinds begin deze maand – voor de pur sang sensatiezoeker zeker evenveel te bieden als het park dat in Parc Asterix liefst niet bij naam wordt genoemd. Parc Asterix werkt net als de grotere pretparken met zones, geënt op de avonturen van Asterix en Obelix. Naast het Noorse deel, het Romeinse kamp, het oude Griekenland en de Galliërs zelf, is er nu ook een Egyptisch land geopend. Blikvanger daar is de Oziris-ride, een achtbaan met indrukwekkende cijfers. Hij kostte 20miljoen, er werd anderhalf jaar aan gewerkt, maar belangrijker: het tuig haalt een snelheid van 90kilometer per uur, gaat 40meter hoog, heeft 10 verschillende kronkels waarvan vijf je ondersteboven draaien. En in tegenstelling tot heel vaak, is het niet op een halve minuut gedaan.

De ride duurt twee minuten en een half en duikt daarbij als extraatje ook nog twee keer even onder de grond. Een adrenalinekick van jewelste, zeker als je niet in bakjes zit, maar in een pilootstoel waarbij je benen vrijelijk de lucht in zwieren. In de Benelux en bij uitbreiding Frankrijk en Duitsland bestaat er geen vergelijkbare attractie. De testpiloten (14 en 16) waren unaniem: de strafste die ze in hun rijke pretparkcarrière in een ruime cirkel rond België al hadden gedaan en vooral jammer dat het in België niet bestaat. Voor een tweede ritje wilden ze met plezier lang in de rij gaan staan. Voor wie ook maar een beetje pretparkfan is, is Oziris een absolute must.

Houten achtbaan
Eén ride maakt een park niet, Asterix heeft wel meer krachttoeren. Er zijn de traditionele ingrediënten zoals draaimolens, vliegtuigjes, vliegende tapijten en allerlei waterbanen. Het gekende recept dus, alleen wat langer en wilder dan wat we in onze directe omgeving kunnen vinden. Er is animatie met Asterix-figuren, een stuntshow, een dolfinarium en aandacht voor de geschiedenis van Parijs, de beoefening der ambachten en de Gallische tijd. Maar de kracht van Asterix zit toch hoofdzakelijk in het arsenaal aan adrenaline-attracties. Oziris mag er dan met kop en schouders bovenuitsteken, de gigantisch houten achtbaan Zeus is één van de meest fenomenale van het continent, 30 meter hoog aan 80kilometer per uur. Op een duidelijke derde plaats staat de ride Goudurix met maar liefst zeven loopings op een rij. En dan zijn er nog allerlei kleinere afdalingen waarvan de bobsleetocht een van de aanraders is.
Parc Asterix is een mooi familiepark met een zestigtal spektakels voor piepjong en ouder. Echt leuk wordt het pas als de kroost groter is dan een meter en tien, best zelfs een meter dertig. Kleiner dan dat wordt het zeuren waarom ze al die echt straffe dingen niet mogen uitproberen.

Bereikbaarheid
Parc Asterix is met de troeven die het park en de al bij al nog democratische prijzen voor eten en drank, eigenlijk in België te onbekend en onbemind. Het heeft veel met de bereikbaarheid te maken. De combinatie trein-shuttle is behoorlijk omslachtig en met de auto vanuit Brussel moet je zonder files toch rekenen op twee uur en een half rijden. Dat betekent vroeg opstaan en na een slopende dag die hele weg weer terug. Om uitgeslapen aan de pretparkdag te beginnen, zou je eigenlijk in het uiterst charmante hotel moeten overnachten. Het hotel is, in de sfeer van de strips, opgebouwd als een houten paalwoning. Een overnachting doet de rekening - vanaf 88euro per persoon - natuurlijk wel fors oplopen. Parc Asterix is beter dan nog een keertje Efteling, Walibi of Bobbejaan. Maar in tegenstelling tot het park dat je best niet noemt, is er geen rechtstreekse TGV, worden er bijvoorbeeld zelden bussen ingelegd voor een dagtrip, of zie je geen grote reducties voor een overnachting. Mocht dat gebeuren, bij Toutatis, dan zou er veel meer Vlaams gesproken worden in Petitbonum en omstreken.