De Belgische Laila: over leven en werken in Libië
Foto: jobat.be
Na haar studies verhuisde de Belgische Laila Krema naar Libië. Om er te trouwen met de man van haar dromen, er te leven en te werken. Zes maand na de dood van Khadaffi blikt ze terug op de woelige tijd die ze heeft meegemaakt. En kijkt ze vooruit, naar wat Libië haar nog te bieden heeft.

De Libische revolutie lijkt meer dan geslaagd: dictator en dictatuur zijn begraven.

‘We leven met hoogtes en laagtes. Als we schoten horen, houden we altijd even onze adem in. Er zijn geregeld schermutselingen tussen verschillende stammen en er lopen nog altijd Khadaffi-getrouwen rond. Mijn man heeft me in november een kalasjnikov gegeven en onze 10-jarige dochter en mezelf verplicht om er mee te leren schieten. Ik heb het wapen opgeborgen, maar voor hem is het een geruststelling dat ik me kan verdedigen. Toch zal er een dag komen waarop iedereen zijn wapens zal moeten inleveren, ook diegenen die zich sinds de opstand echte Rambo’s voelen.’

Officieel is de revolutie op 17 februari 2011 begonnen in Benghazi. Wanneer werd de opstand voelbaar in uw stad?

‘De maandag na de opstand belde mijn baas me op met de vraag of hij me op kantoor kon verwachten. Hoewel er op dat ogenblik nog niet echt iets aan de hand was in Zawiya, besliste ik om niet te gaan werken. Amper twee uur na het telefoongesprek was Zawiya omsingeld. Overal doken zwarte huurlingen op. Ik ben geen racist, maar het was hallucinant. Ze spraken zelfs geen Arabisch.’

Wat hebt u toen gedaan?

‘Met de hele familie hebben we ons bij mijn schoonvader verzameld. Terwijl de vrouwen in huis zaten, hielden de mannen de wacht. Iedereen was bang dat de soldaten onze huizen zouden binnendringen. Op wat antieke pistolen na bezat niemand wapens. Onder Khadaffi was wapenbezit verboden.’

>

>

>