Etymologische betekenis van fiets onthuld
Foto: shutterstock
Na 140 jaar is de etymologische betekenis van 'fiets' onthuld. Het woord verwijst naar het Duitse 'ersatzpaard' of 'vize-pferd'. Bij het weglaten van 'pferd' bleef alleen het woord 'viez' over dat in het Duits als 'fiets' wordt uitgesproken. Aldus Professor Gunnar De Boel van de vakgroep Letterkunde aan de Gentse Universiteit.

Al sinds 1886 woedde er een etymologische discussie over het woord fiets. Professor De Boel legde het verband tussen het woord fiets, stalen ros, en met het Duitse woord 'ersatzpaard', vervangpaard. 'In het Duits wordt in tegenstelling tot het Nederlands, het prefix vice- wel eens schalks gebruikt om vervanging uit te drukken', zegt hoogleraar Duitse Taalkunde Luc De Grauwe.

De doorbraak kwam er nadat de hoogleraar vergelijkende taalkunde een fles cider schonk aan Duitse vrienden. ' Ik vernam dat appelwijn in het zuidelijke Rijnland 'Viez' heet,  uitgesproken als 'fiets'', vertelt de hoogleraar.
'Viez is een verkorte kopvorm van 'vice-vinum' zoals 'auto' voor 'automobiel'. Cider wordt met andere woorden gezien als 'vice-wijn' , 'ersatz-wijn' of 'vervangwijn'.

 'De term kon net als andere woorden met het prefix viez- afgekort worden tot het woord ' Viez', in het Duits uitgesproken als 'fiets'', besluiten de professoren.

De volksetymologische vervorming ging echter verloren toen het woord de Nederlandse grens overstak.