Antwerp mag nog tegen Beerschot spelen een paar kilometer verderop in de Bosuil. Of Urbanus om de hoek in het Sportpaleis. Als dEUS in een volle Lotto Arena optreedt, moet ’t Stad van hen zijn.

Het is een band van sinjoren, grote mijnheren, met de uitstraling van een wereldhaven — oké, een Europese haven. In dik twintig jaar hebben ze, met wisselende bezettingen, een oeuvre aangelegd dat je wel degelijk zonder verpinken internationaal mag noemen. Dat merkte je ook vrijdag, al deed de klank zijn best om de ambities te temperen.

Zeker in het begin zag je Tom Barman en Klaas Janzoons om de haverklap signalen maken dat een microfoon of een instrument luider moest. Tijdens ‘Little arithmetics’, de song die hen ook in Amerika onsterfelijk had moeten maken, sneed er een wanklank doorheen die je verwacht van een inderhaast gehuurde PA op een free podium, niet hier.

Om de beperkingen van deze zaal te overstijgen, moet je in niets minder dan grootse doen zijn – zie Gorillaz eind vorig jaar. Of een groep hebben die het thuisvoordeel ten volle benut. Maar dat kwam er te weinig uit.

Was het een stuk nervositeit, om door zoveel bekende gezichten op de vingers gekeken te worden? Of hadden ze een kater overgehouden aan de MIA’s? Tussen die poging tot award show en Barman heeft het nooit geklikt. Dat anderen tegenwoordig met meer platina platen en vergulde prijzen aan de haal gaan, maakt het er wellicht niet beter op. Of zijn ze wat uitgekeken op België, en vice versa? Misschien een vreemde motivatie om iemand buitenlands succes te wensen, maar het kan.

Van een innige vriendschapsband met het publiek kon je echt niet spreken, zelfs al zaten er nog zoveel maten, ex-lieven en halve kennissen op de gastenplaatsen. Barman klonk gejaagd, soms zelfs wat bits. ‘Yves,’ zo heette de lichtman kennelijk, ‘ik zie geen kloten van de mensen.' Toen de zaalspots niet meteen aanfloepten, grapte hij: ‘Die schakelaar, links van de deur.’ Het had er één van Urbanus kunnen zijn.

Pas bij ‘Constant now’, de eerste single uit het onlangs verschenen album Keep you close, ging de warmwaterkraan open. De mooie visuals met lyrics die oplichtten in oude woordenboeken, Barman die zin kreeg om te dansen, de samenzang tussen de bandleden, de twee blazers, dat echoënd gitaarriffje…

Ook straf: het parafix-moment — groep valt stil en herneemt perfect getimed— in ‘Ghost’ uit Keep you close, en de tergende gitaarintro van ‘Bad timing’ uit Pocket Revolution waar de bas knap invalt. En ‘Oh your god’ uit Vantage Point: drammerig parlando, witte flitsen, industriële roffel, dan heel even gas terug, en opnieuw een tempowissel.

dEUS heeft veel doorgegeven aan bands als Absynthe Minded en Balthazar die er op hun manier dingen mee doen die soms de blauwdruk overtreffen. Maar dissonanten verweven in popsongs, als prikkeldraad in fijne tweed, of melodieën laten uiteenspatten als parels in de branding, dat patent is nog lang niet verjaard.

Ze hebben er de songs voor. En ze hebben er de muzikanten voor. Mauro is eigenlijk een tweede frontman, zoals hij in die kolkende finale van ‘Instant street’ zijn gitaar als een kruisbeeld in de lucht steekt en er het publiek mee bezweert. En met Alan Gevaert op bas en Stéphane Misseghers op drums hebben ze een ritmesectie die nog overeind blijft als de Titanic allang op de bodem ligt.

Maar de laatste albums van dEUS toonden dat de goden ook maar mensen zijn. Live staken middelmatige nummers als ‘Twice (we survive)’, ‘The end of romance’ en ‘Dark sets in’ schril af tegenover oudere klappers als ‘Sister dew’, ‘Hotellounge’ en ‘Fell of the floor, man’ — ook qua respons trouwens.

Dat is begrijpelijk als je tien albums ver bent en net een nieuwe uit hebt: van die laatste speel je alles, uit de vroegere pik je alleen de beste songs mee. En dingen die oké mixen met bier.

Gezien op ‘Friday, Friday’ 16/12 in de Lotto Arena (Antwerpen).