Met Elvis Costello is het een beetje zoals met Tom Waits: hij draait al zolang mee dat het lijkt alsof hij er altijd is geweest, hij heeft het gewoon niet in zich om een slechte song te schrijven, al verrassen zijn recentst cd’s niet echt meer.

Wil dat zeggen dat hij irrelevant is geworden? Bijlange niet, Costello is een rots in de branding, en dat kunnen we gebruiken in deze onzekere tijden. Een rasmuzikant, zoals hij woensdagavond met een soloconcert in de Elisabethzaal in Antwerpen nog maar eens kwam bewijzen.

Hij begon nochtans met een valse start, zijn grootste, of beter enige hit 'Oliver’s Army'. Costello’s altijd wat grieperige stem was nog niet opgewarmd, en die song laat zich niet zo makkelijk in een akoestisch keurslijf dwingen. Dat bleek gaandeweg vaker het geval met zijn bekendste popdeuntjes uit de jaren tachtig: 'Veronica' wist ook niet echt te overtuigen, 'Everyday I write the book' al evenmin. Hij ramt bij die nummers weinig subtiel op zijn akoestische gitaar, daarmee zijn zelfgekozen bijnaam ‘the little hands of concrete’ alle eer aandoend.

Maar dat maakte hij het eerste uur ruimschoots goed met een indrukwekkende rij van zijn beste countryballads, waarbij hij zich duidelijk beter in zijn vel voelde, en waarmee hij bewees dat hij kan tokkelen als de beste. 'Either Side of The Same Town' was al geweldig, 'Good Year for The Roses' klonk werkelijk hartverscheurend. Kippenvel tot op de achterste rijen van het balkon.

En dan moest het beste nog komen, met de songs uit zijn onderschatte nieuwste plaat National Ransom. 'Slow Drag With Josephine' was een krachttoer (hij bracht het deels zonder microfoon en gitaarversterking, je kon een speld horen vallen in de zaal), 'Jimmie Standing in the Rain' was nog beter, en 'Bullets for the New-Born King' was meteen het hoogtepunt van de avond.

Op het eind van het eerst uur mocht support act Larkin Poe, een countryfolkensemble uit Georgia, US, een handje komen toesteken. Dat werkte uitstekend bij het wat vergeten 'Love Field', op plaat (Goodbye Cruel World) een wat zeurderig loungeliedje, hier getransformeerd in een broeierige torchsong. Het werkte wat minder goed bij het haastig afgejakkerde 'Brilliant Mistake', en het werkte helemaal niet bij '(The Angels wanna wear my) Red Shoes', dat alle punky vinnigheid van het orinigeel verloor in de countrybehandeling.

Maar wat zou het, daar was El alweer alleen, met een nieuwe waslijst van zijn heerlijkste songs. Hij verbond onder meer zijn walsje 'New Amsterdam' aan dat walsje van The Beatles, 'You got to hide your love away'. 'New Amsterdam' kwam er als de betere song uit, stel u dat toch eens voor.

Costello speelde bijna tweeënhalf uur, ging nog een enkele keer de mist in toen hij de strijd met zijn batterij effectenpedalen verloor in 'Watching The Detectives', maar de hoogtepunten waren zo , tja hoog, dat niemand daar erg in had. Hij biste met onder meer een zinderend 'Chelsea', weer samen met Larkin Poe, en sloot af met een ongemeen intens 'I want you', waarbij hij zijn oude Fender Jazzmaster zo mishandelde dat het ding bijna piepend en krakend de geest gaf.

Fantastisch concert. Wie er niet bij was, kan Costello op 17 november nog eens aan het werk zien in het Koninklijk Circus in Brussel