Koken met bier: de gouden regels
Foto: shutterstock
Chips, een zout worstje of een blokje kaas, oké. Maar het mag wat ons betreft ook wat meer zijn in het potje bij dat glas bier. De biertapas of bapas staan te dringen om hun plaats op te eisen. Bier en hapjes, voortaan mag u ze gerust in één adem noemen.

1. HET ENE BIER IS HET ANDERE NIET
Bier heeft maar vier basisingrediënten (water, graan, hop en gist) maar bestaat in een vrijwel oneindige reeks varianten. Je kunt bieren bijvoorbeeld onderscheiden op basis van het alcoholpercentage, op basis van de brouwmethode of op basis van de ingrediënten.

De meest wetenschappelijke indeling kijkt naar de gisting: spontane gisting (de lambiekbieren uit de Zennevallei), lage gisting (pils), hoge gisting (de meeste speciaalbieren) of gemengde gisting (oud-bruine en rode bieren zoals Rodenbach of Liefmans).

In kookboek en keuken is het gemakkelijk om onderscheid te maken tussen zure, bittere, zoete en droge bieren.

2. BIER BEWAREN
Let niet te veel op de bottel- of vervaldatum, want bier wordt niet snel slecht. Meer zelfs: bieren die hergisten op fles worden dikwijls zelfs beter met de tijd. Let wel op waar je bier koopt: staat het in de winkel op een te lichte of te warme plek, dan ga je beter elders.

Bewaar bier in een donkere kelder met een zo constant mogelijke temperatuur tussen 10 en 15 graden. Zet de flessen rechtop om de gist op zijn plaats te houden, tenzij het om flessen gaat met een kurk die vochtig moet blijven. Liggen de flessen toch plat, zet ze dan een dag voor consumptie rechtop om het bezinksel te laten zakken. Koel het bier vlak voor je het gaat drinken.

3. DE JUISTE TEMPERATUUR
Schenk het bier op de juiste temperatuur. Kijk op het etiket voor meer informatie. Hou je van ijskoud bier, zet dan gerust een ijsemmer op tafel. Eerder complexe bieren drink je bij voorkeur iets minder koel, zo komen de aroma's beter vrij.

4. HET JUISTE GLAS
* Pils, witbier en amberbieren: een glas met een smalle opening en een voetje of een dikke ribbelrand onderaan. Zo blijft het bier langer koel en blijft de schuimkraag langer vol. Spoel het glas op voorhand met koud water. Temperatuur: 3-6 °C.

* Speciaalbieren: serveer in een droog glas, vrij van stof en detergent. Vooral donkere bieren profiteren van een bredere opening (en dus een dunnere schuimkraag) om hun aroma's vrij te geven. Temperatuur: 8-12 °C.

* Een trend is om bier bij het eten te serveren in kleine glazen. Een klein wijn- of champagneglas is perfect.

5. PROEVEN
Bier is zo veel meer dan een dorstlesser. Proef het zoals wijn, van neus tot afdronk.

Proef je bier zonder hapjes erbij, begin dan met het minste bittere en ga van een laag naar een hoog alcoholpercentage.

Combineer je met hapjes, serveer dan een bitter bier bij het aperitief om de eetlust aan te scherpen. Onderschat ook de pils- en de witbieren niet. Hou de zoete, zware bieren het best voor het laatst. Meteen uw krat Westvleteren 12 bovenhalen heeft echt geen enkele zin.

6. WELK HAPJE?
Het is een veilige optie om de smaak van het bier aan te passen aan die van het gerecht: bitter bij bitter, zoet bij zoet, sterk bij sterk, winterbieren bij wintergerechten, dorstlessers bij zomerse gerechten.

* Vis verdraagt vooral blonde bieren. Hoe meer het gerecht afsmaakt, hoe sterker het bier mag zijn.

* Wit vlees, rood vlees en wild verhouden zich respectievelijk tot licht of halfzwaar blond, zwaar blond tot donker en zwaar donker.

* Bij zomerse slaatjes past pils, witbier, saison of amber.

* Bij bereidingen met citrusvruchten, witloof, spruitjes of hopscheuten zit je goed met bittere bieren.

* Zurige kazen of vinaigrettes, maar ook zware maaltijden hebben baat bij een zure geuze die ook het verhemelte reinigt.

* Fruitige desserts vragen om (zoete) kriek, zwaardere desserts (chocolade, karamel) om zware donkere, zoete bieren.