Warme lijn? Koude lijn? Que?
Foto: fvv
ArcelorMittal besluit de warme lijn in het Luikse staalbekken te sluiten. Daarmee wordt een streep getrokken onder meer dan een eeuw Belgische geschiedenis. De koude lijn blijft echter behouden, voorlopig althans. Warme lijn? Koude lijn? Welk segment sluit er nu eigenlijk en wat doet dat segment?
De zogeheten ‘warme lijn’ in de staalindustrie is die tak waar ruwe ijzerertsen tegen hoge temperaturen gesmolten wordt tot vloeibaar staal. Als dit vloeibare staal nog maar net gestold is, wordt het tot een dunne plaat gewalst. Die koelt vervolgens af, en wordt verder verwerkt in de koude lijn, bijvoorbeeld door het staal te coaten of te galvaniseren (bedekken met een laagje ander metaal). 
 
De sluiting van de warme lijn in het Luikse betekent dus het einde van de twee hoogovens van Seraing en Ougrée, de fabriek waar de ertsen worden voorbereid en de continu gieterij van Chertal.
 
Koude lijn
 
De ‘koude lijn’ verwerkt het ruwe staal tot halfafgewerkte en afgewerkte producten. Koude lijnen zijn vandaag meestal zeer gespecialiseerd. ArcelorMittal heeft in Charleroi een ‘koude’ fabriek die zich heeft gespecialiseerd in het vervaardigen van staal voor LNG-tanks. 
 
In het Luikse staalbekken zijn er verscheidene koude lijnen. Die bieden momenteel werk aan ruim 2.000 van de 2.800 werknemers van ArcelorMittal Luik. Over de toekomst van deze koude lijnen in Luik lopen de meningen sterk uiteen. 
 
Sommigen vrezen dat het opdoeken van de warme lijn op termijn ook de doodsteek is voor de koude lijn. Anderen stellen dat de koude lijnen in Luik ideaal zijn om snel de grote Duitse afzetmarkten te kunnen bedienen. 
 
Belangrijkste reden voor sluiting
 
In Luik wordt al bijna tweehonderd jaar staal geproduceerd. De staalindustrie vestigde zich er nabij de vindplaats van erts en kolen, de grond- en brandstoffen die voor de productie nodig waren. 
 
Tegenwoordig wordt staal niet langer geproduceerd in de buurt van mijnen, maar in de buurt van havens waarlangs de kolen en het erts worden aangevoerd. Vandaar dat de vestiging bij Gent bloeit: een ton staal maken, kost er veel minder dan de productie van zo'n zelfde ton in Luik.