Westvleteren: waar het monastieke leven een call-center nodig heeft
Foto: Stefanie Deleu
‘Niets mag boven het werk Gods gesteld worden’, dicteert de regel van Benedictus. Maar over internet en het runnen van een bierbedrijf zwijgt Benedictus. In Westvleteren weten ze er alles van.

In Westvleteren leeft een gemeenschap van trappistenmonniken tussen 35 en 99 jaar. Drie van hen zitten in een rolstoel en hebben verzorging nodig. Tussen de gebedsmomenten door begeven de nog actieve broeders zich aan de arbeid, zo’n vier à zes uur per dag.

Ora et labora, bid en werk, is hun devies. Gemeenschapstaken combineren ze met een hoofdbezigheid: archief en bibliotheek, moestuin en ziekenboeg, keuken en wasserij, het economaat of de brouwerij.

Maar als de klok luidt voor het officie, moet alles wijken. ‘Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit is ons leven hetzelfde’, zegt Manu Van Hecke, de abt van Sint-Sixtus. ‘Daarom kan het niet anders dan zich op een dieper vlak afspelen.’

Een leven van regelmaat en toewijding, uit vrije keuze en zonder dat het opzienbarend wil zijn: het valt ook niet te onderschatten. Een van de broeders kampt met hartklachten, te wijten aan slaaptekort.

‘Het kloosterritme aanhouden is een discipline, meer dan een techniek’, zegt broeder Godfried, de prior. ‘Als je toelaat dat het uitgroeit tot de ruggengraat in je dagelijks leven, dan creëert dat een grote vrijheid. Dat is een van de paradoxen. Maar eerlijk gezegd, ik ben daar nog niet aan toe.’

Sint-Sixtus is intussen een naam als een klok, met dank aan het trappistenbier. De Donkerstraat moest in de zomer van 2005 tot eenrichtingsstraat uitgeroepen worden wegens fileoverlast. Honderden liefhebbers kwamen zich melden aan de abdijpoort,
toen de 12 tot beste bier ter wereld was uitgeroepen. De producten van de grotendeels ambachtelijk gebleven brouwerij zijn enkel ter plekke te verkrijgen en dat veroorzaakt nog altijd een stormloop.

Om te beginnen op de ‘biertelefoon’. De broeders moesten een call center installeren om de vraag de baas te kunnen. Een à twee op de honderd bellers raakt binnen voor een afspraak. Het aantal klanten is niet hoger dan 45 per dag.

‘Vroeger was de brouwerij rustig ingebed in ons kloosterleven’, zegt broeder Manu. ‘We hadden tevreden klanten. Nu zorgt het bier vooral voor frustratie. Hoe ga je om met zo’n vraag, als je de productie niet wil laten doortellen? Want zoiets past niet bij onze filosofie. Nog altijd zoeken we naar het juiste evenwicht.

Samen met het bierfenomeen doken ook allerlei bijverschijnselen op: de zwarte markt, stalking aan de telefoon. ‘Het bier is intussen zo exclusief, dat het ten prooi dreigt te vallen aan snobisme’, zegt broeder Michiel, die de verkoop coördineert.

‘Ik zag al woekerprijzen tot 400 euro per bak.’ Zelf houdt hij het hoofd koel bij de biergekte. ‘Je leert dat relativeren. Door het monastieke leven kan ik de stress van de verkoop beter aan. Maar ook omgekeerd: de waarachtigheid van ons gebedsleven wordt getoetst op de werkvloer en wat je daar moet doorstaan.’

 Dit is maar een deeltje uit een langer artikel over de broeders van Westvleteren, hun leven, hun bier en hun verbouwing. het hele artikel vindt u in DSWeekblad of in de e-krant hier op De Standaard Online.