Vanaf 2017 moet er een elektrische sneltram rijden tussen het Limburgse Hasselt en het Nederlandse Maastricht. De tramlijn zou jaarlijks 6,8 miljoen reizigers vervoeren en zou in totaal (infrastructuur, trams en bouw van stelplaats samen) bijna 200 miljoen euro kosten. Dat heeft Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) bekendgemaakt.

De sneltram Hasselt-Maastricht maakt deel uit van het Limburgse Spartacusplan. Het is de eerste van drie geplande sneltramlijnen. 

De tramlijn van 33 kilometer verbindt Hasselt via de campus van Diepenbeek en Lanaken met het Nederlandse Maastricht. Er is sprake van een frequentie van één tram om het halfuur. Er wordt geopteerd voor een elektrische sneltram zonder bovenleidingen. Die trams zijn in aankoop duurder dan de klassieke diesel-hybride trams, maar het rijden zelf is goedkoper.

Vanaf 2017

Uit simulaties blijkt dat de tramlijn jaarlijks 6,8 miljoen reizigers zou kunnen vervoeren. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de afstemming van het busnet op de tramlijn.

De kostprijs voor de infrastructuur wordt geraamd op 122,2 miljoen euro. Die prijs zal via publiek-private samenwerking (PPS) betaald worden. Naast de infrastructuur is de aankoop en huur van 12 elektrische sneltrams voorzien, goed voor 48 miljoen euro. De kost voor de bouw van de stelplaats in Hasselt is becijferd op 23 miljoen euro.

Bedoeling is dat de eerste trams tussen Hasselt en Maastricht vanaf 2017 rijden.

LDD: 'Duur en inefficiënt'

LDD is niet te spreken over de sneltramlijn. 'Een verspilling van middelen', meent Vlaams fractieleider Lode Vereeck. Volgens hem is de reactivering van de historische spoorlijn 20 tussen Hasselt en Maastricht beter en tien keer goedkoper.

Volgens Vereeck is de tram wel een nuttig openbaar vervoermiddel in een stad, maar niet tussen steden. 'Daarvoor zijn bussen en treinen meer geschikt', meent de LDD'er. Hij noemt het mobiliteitsnut van de lijn beperkt. 'Voor shoppers blijft het makkelijker om met de bus of wagen te reizen en voor studenten is het project evenmin nuttig omdat de sneltram niet tot aan de universiteit van Maastricht rijdt', luidt het.

Vereeck noemt het project ook 'peperduur'. 'De kosten-batenverhouding is negatief. Het belastinggeld kan in deze crisisperiode dan ook veel beter worden besteed', meent Vereeck.

De LDD schuift de reactivering van de spoorlijn 20 tussen Hasselt en Maastricht naar voor als 'beter en goedkoper alternatief'. 'De reactivering van de lijn wordt geraamd op een tiende van de kostprijs van de sneltram, namelijk 20 miljoen euro.'