Hij heeft het weer eens gedaan. Terwijl een groot deel van politiek en journalistiek België niets minder had verwacht dan het ontslag van Didier Bellens, kwam donderdagavond het bericht dat de Belgacom-topman in al zijn functies bevestigd werd.

Bellens moet deze donderdag een overweldigend déjà vu gehad hebben. Opstaan met radio- en krantenberichten die aankondigen dat het een cruciale dag wordt voor je toekomst bij het bedrijf, politici die niet onder stoelen of banken steken dat ze je liever kwijt dan rijk zijn, een raad van bestuur die tot laat in de avond uitloopt en waar je al je onderhandelingstalent in de strijd moet gooien om een Belgisch compromis uit de brand te slepen. Om dan uiteindelijk als grote overwinnaar terug naar huis te kunnen keren, tot grote verbazing van het halve land...

Bellens heeft het ons een goede drie jaar geleden allemaal al eens voorgedaan. Ook toen schreeuwde de hele Wetstraat om zijn ontslag na de heisa over zijn buitensporige loon en ontslagvergoeding. Ook toen dacht iedereen dat hij de eer aan zichzelf zou houden, nadat de politieke voogden van Belgacom hadden geëist dat hij een groot deel van die verloning zou laten vallen. En ook toen verbaasde hij vriend en vijand door uiteindelijk al die voorwaarden te slikken en zijn functie als CEO veilig te stellen.

Het moge duidelijk zijn: Didier Bellens is heel erg graag CEO van Belgacom. Niets kan hem nog van die missie afhouden, zo lijkt het wel. Ze mogen zijn loon afnemen en zijn favoriete vrouwelijke collega de deur uitwerken, zijn werknemers mogen hem beschimpen op het internet, de politiek mag hem uitspuwen en de pers mag hem afschrijven. Maar Didier, die blijft zitten.

Wat de man drijft, is me een raadsel. Kan het liefde zijn voor een bedrijf dat hij letterlijk en figuurlijk toch vooral vanuit de hoogte bekijkt? Is het de persoonlijke trots van een manager die niet het slachtoffer van politieke spelletjes wil worden? Droomt hij van een ambtenarenpensioen? Of beseft hij maar al te goed dat zijn autoritaire "Franse" managementstijl en de vele persoonlijke privileges die hij bij Belgacom geniet, door een andere werkgever niet geapprecieerd zouden worden?

De man heeft een olifantenhuid, dat moet je hem nageven. Maar dat is des te meer het geval voor de mensen die hem bij Belgacom omringen. Ik vraag me in alle ernst af welke topmanager - of het moet Concetta Fagard zijn of iemand met suicidale neigingen - eigenlijk nog het enthousiasme kan opbrengen om voor deze baas te willen werken. Bellens mag dan intelligent zijn, hij is ook berekend, zelfingenomen, hautain en ijskoud. En het aantal managers en medewerkers dat in zijn slipstream is gesneuveld, is al lang niet meer op één hand te tellen.

Astrid De Lathauwer, de zeer gewaardeerde personeelsdirecteur die al een decennium lang voor het bedrijf werkte, is maar de laatste in een lange rij. Ze werd voorgegaan door onder anderen de woordvoerders Florence Coppenolle, Ingvild Van Lysebetten en Thiery Bouckaert, de bij de concurrentie weggekochte managers Grégoire Dallemagne en Michel De Coster, ervaren rotten als Jacques Heynen en Jean-Claude Vandenbosch, vrouwen-met-een-visie als Mélanie Mc Cluskey en Bridget Cosgrave, de innovatiemanager Stijn Vander Plaetse... The list goes on. Stuk voor stuk mensen die bekend stonden als talentvolle, hardwerkende en soms visionaire medewerkers.

Didier Bellens zou met een minzaam lachje wellicht antwoorden dat een groot bedrijf in een sector zoals de telecom nu eenmaal veel verloop kent. En waarschijnlijk gelooft hij dat nog zelf ook.

Niet Concetta Fagard, niet de politiek en niet de raad van bestuur van Belgacom hebben donderdag de grootste nederlaag geleden. De echte verliezers zijn de talloze medewerkers van Belgacom die zich dag na dag inzetten om het bedrijf een positief en maatschappelijk betrokken imago te bezorgen. Didier Bellens is er weer eens in geslaagd om de door hen opgebouwde goodwill in amper enkele dagen tijd vakkundig te vernietigen.