Belgische universiteiten stijgen in QS ranking
Foto: jke
In de Quacquerelli-Symonds (QS) World University Ranking, één van de drie belangrijkste universitaire rankings, doen Leuven, Gent en Brussel het beter dan vorig jaar. De rangschikking van 300 beste universiteiten op 17.000 wereldwijd, werd maandag online bekendgemaakt. Ondertussen uiten onderzoekers scherpe kritiek op de methodes die gebruikt worden om de ranking op te stellen.

De eerste Belgische universiteit, de Katholieke Universiteit Leuven vinden we terug op de 68ste plaats met een score van 69,9 procent. De Franstalige tegenhanger UCL volgt op plaats 125, Universiteit Gent op plaats 165. Université Université Libre de Bruxelles krijgt plaats 196 toegewezen. Daarna volgen Universiteit Antwerpen (197), Vrije Universiteit Brussel (204) en Université de Liège (274).

In 2010 zag de QS ranking er nog als volgt uit: KULeuven (86), Université Catholique de Louvain (124), Universiteit Antwerpen (179), Universiteit Gent (192), Université Libre de Bruxelles (209), Vrije Universiteit Brussel (238) en Université de Liége (248).

Wereldwijd op nummer één staat de University of Cambridge, gevolgd door Harvard University, Massachusetts Institute of Technology, Yale University en op de vijfde stek University of Oxford.

Kritiek op methodes bij het bepalen van de ranking

Met het vrijgeven van de traditionele universiteitsrankings is kritiek te horen bij onderzoekers. Bij de QS universiteitsranking wordt niet alleen de subjectieve aanpak van de vragenlijsten in vraag gesteld, maar met de voortdurend wijzigende methodologie ook de vergelijking in tijd.

Van de naar schatting 17.000 universiteiten wereldwijd, worden er 200 tot 500 opgenomen in de klassieke universiteitsrankings. Daarvan zijn de Shanghai Ranking (Academic Ranking of World Universitie ARWU), The World University Ranking (THEWUR) en Quacquerelli-Symonds (QS) de belangrijkste.

The World University Ranking (THEWUR) houdt rekening met een mix van 13 parameters, QS hanteert minder parameters. 'We stellen vast dat de rankings van THEWUR (34,5 procent) en QS (50 procent) bepaald worden door zogenaamde 'reputational surveys', wereldwijde bevragingen van werkgevers en collega-professoren, waarbij weinig tot geen transparantie gegeven wordt door de rankers', aldus Jeroen Vanden Berghe van de Directie Onderzoeksaangelegenheden (UGent).

Een ander minpunt is dat universiteiten zelf bevraagd worden naar hun data. 'De definities zijn niet inpasbaar in elk hogeronderwijssysteem en interpretatieverschillen bij het invullen van vragenlijsten kunnen tot een ander resultaat leiden. Een universiteit kan haar positie manipuleren.'

'De complexiteit van een universiteit laat zich niet vatten in een simpel getal of in een positie in de ranglijst', zo zegt Vanden Berghe verder. 'Het resultaat in een ranking hangt altijd sterk samen met de subjectieve keuze van de gebruikte parameters en het belang of gewicht dat aan elke parameter wordt toegekend. Bovendien is het moeilijk -en in sommige gevallen onmogelijk- om bepaalde aspecten van een universiteit kwantificeerbaar te maken.'