Het werd toen al duidelijk en het is intussen bewaarheid: 11 september 2001 is een historische dag. Wat toen gebeurde heeft ook vandaag nog zijn gevolgen. We sommen er tien op.

1. Oorlog in Afghanistan

De Amerikaanse president George W. Bush wilde de daders van de aanslagen zo snel mogelijk te pakken krijgen. Afghanistan wilde Osama Bin Laden en de andere Al-Qaedakopstukken echter niet uitleveren. En dus trok Bush ten oorlog. De VS wierp het Talibanregime omver met hulp van Groot-Brittannië en het Afghaanse verzet. Later nam de Navo-troepenmacht Isaf stapsgewijs de militaire ordehandhaving over, terwijl een Afghaanse burgerregering onder Hamid Karzai aan de macht gebracht werd.


In totaal maakten 46 landen deel uit van de Isaf-stabilisatiemacht. Ons land stuurde militairen naar Kunduz en Kaboel en stationeerde F16's in Kandahar. Bedoeling is dat het Afghaanse leger de controle in het land geleidelijk opnieuw overneemt. De Amerikaanse president Barack Obama kondigde deze zomer aan tegen 2014 een punt te willen zetten achter de oorlog in Afghanistan.

2. De Bush-doctrine

De aanslagen van 11 september troffen Amerika in het hart en dat zou president Bush niet meer opnieuw laten gebeuren. Hij werkte een nieuwe buitenlandpolitiek uit waarbij de VS het recht hadden zich te beschermen tegen landen die terrorisme herbergden of steunden. De Bush-doctrine werd voor het eerst gebruikt om de oorlog in Afghanistan te rechtvaardigen.


De Bush-doctrine leidde echter ook tot een andere visie op oorlog voeren. Dankzij het principe van de preemptive strike konden de VS een land aanvallen zelfs als het geen rechtstreekse bedreiging vormde. De oorlog in Irak, die in 2003 begon, was hierop gebaseerd. Amerikaanse veiligheidsdiensten deden er alles aan om te bewijzen dat de Iraakse leider Saddam Hoessein aan massavernietigingswapens werkte. Bovendien zou Irak volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten ook moslimterroristen steunen. Meteen had Bush reden genoeg om het land binnen te vallen.


Maar niet alleen militair bepaalde de Bush-doctrine een nieuwe koers voor Amerika. Ook op andere vlakken begonnen de VS na 9/11 meer op eigen houtje te handelen, daarbij internationale conventies negerend. Zo trok Bush zich terug uit het ABM-verdrag (dat in een beperking van het aantal Amerikaanse en Russische raketten voorzag).

3. Guantanamo en water boarding

De controverse rond het Amerikaanse optreden kende zijn hoogtepunt in het overbrengen van Afghaanse en Iraakse krijgsgevangenen naar een speciale gevangenis in Guantanamo op Cuba. Daar hadden de ondervragers vrij spel en konden 'speciale ondervragingstechnieken' gebruikt worden om informatie uit de gevangenen los te weken. Dat ging van het ontzeggen van slaap tot het gebruik van fysiek geweld.


De meest gecontesteerde ondervragingstechniek was water boarding. Daarbij wordt water gegoten over het bedekte gezicht van een vastgebonden gevangenen, die zo de indruk krijgt dat hij aan het verdrinken is. Water boarding werd het symbool van de onmenselijke wreedheid die de VS gebruikten om hun tegenstanders op de knieën te krijgen. Het moreel gezag van Amerika kreeg er een ferme deuk door.


Ondanks een storm van internationaal protest duurde het tot 2006 eer het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde dat de gevangenen op Guantanamo vielen onder de Conventies van Geneve, die voorziet in de basisrechten van krijgsgevangenen. De Bush-administratie had hen die rechten steeds ontzegd. President Obama beloofde bij zijn aantreden in 2009 om Guantanamo te sluiten. Maar dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Anno 2011 is de gevangenis op Cuba er nog steeds.

4. De herverkiezing van George Bush

Hoe de wereld er zou uitgezien hebben zonder de herverkiezing van George Bush kan niemand zeggen. Wel zeker is dat de Amerikaanse bevolking met zijn herverkiezing koos voor het voortzetten van de War on terror, met de militaire aanwezigheid in Afghanistan en Irak als speerpunten.


Bush profileerde zich tijdens de kiescampagne als een daadkrachtige president en viel de dubbelzinnige Irak-houding van zijn Democratische tegenstander John Kerry keer op keer aan. Kerry had als senator ingestemd met de oorlog in Irak maar herzag later zijn mening. George Bush won de verkiezingen met klein verschil en de Amerikaanse soldaten bleven in Irak.

5. Islamterrorisme

Islamterroristen zijn er al sinds de jaren zeventig, maar de impact die ze hadden met de aanslagen van 9/11 was ongezien. Sindsdien wordt het moslimgeweld wereldwijd meer dan ooit als een vredeverstorende factor gezien. Moslimterroristen zijn er in veel nuances, maar doorgaans vechten ze tegen wat ze de 'onderdrukking' van de islam door het 'decadente Westen' noemen. Daarbij zijn de VS, en zijn rechtstreekse bondgenoot Israël, de meest geviseerde landen. Ze beroepen zich op de islam en vaak gebruiken ze zelfmoordcommando's om een maximaal effect te bereiken.


Al-Qaeda, de organisatie van Osama Bin Laden, is de bekendste islamgeïnspireerde terreurgroepering. Al-Qaeda wil niet minder dan de ondergang van de VS maar richt zich ook op met Amerika bevriende Arabische regimes. In Irak onthoofdde de aan Al-Qaeda gelinkte beweging van Abu Musab Al-Zarqawi westerse gijzelaars en verspreidde de beelden in de media en op het internet. Ook zogenoemde falende staten als Jemen en Soedan werden bekend als broeihaarden voor moslimextremisten.


Maar ook buiten het Arabische deel van de moslimwereld zaaien moslimterroristen terreur. In Indonesië richt Jemaah Islamiyah zich tegen westerse doelwitten (202 doden tijdens aanslagen op Bali in 2002). En op de Filipijnen vecht Abu Sayyaf al jaren voor een onafhankelijke islamrepubliek. Dichter bij huis pleegden Tsjetsjeense moslimextrimisten bloedige aanslagen en massagijzelingen (168 doden in het Moskouse Nord-Ost theater in 2002, 380 doden in een school in Beslan in 2004).

6. Aanslagen in Londen en Madrid

Groot-Brittannië en Spanje namen deel aan de coalition of the willing die in 2003 Irak binnenviel. Beide landen zouden als gevolg daarvan af te rekenen krijgen met een eigen '9/11'.


Op 11 maart 2004 ontploften verschillende bommen op vier pendelaarstreinen in Madrid, waarbij 191 doden vielen. De aanslagen waren zorgvuldig gepland, net voor de parlementsverkiezingen die drie dagen later plaats zouden vinden. De Spaanse premier José María Aznar (PP) wees meteen de Baskische afscheidingsbeweging ETA als schuldige aan, maar snel bleek dat moslimextremisten achter de aanslag zaten. Aznar, die Spanje betrokken had in de oorlog in Irak, verloor de verkiezingen en de PSOE van José Luis Rodríguez Zapatero werd de grootste partij.


Een jaar later zaaiden zelfmoordterroristen paniek in de Britse hoofdstad Londen. Op 7 juli 2005 lieten vier jongeren bommen ontploffen in de metro en op een bus. Ze hadden de explosieven verstopt in hun rugzak. De balans: 56 doden en 700 gewonden. Opmerkelijk was dat het ging om vier in Groot-Brittannië geboren jongeren die het idee van de aanslagen hadden uitgewerkt. Twee weken later probeerden vier andere jongeren een soortgelijke aanslag op het Londense openbaar vervoer te plegen, maar hun bommen gingen niet af. Het viertal werd opgepakt.

7. Homegrown terrorism

De aanslag in Londen in 2005 werd gepleegd door vier jongeren die geboren en getogen waren in Groot-Brittannië. Terroristen bleken plots niet alleen uit verre (moslim)landen te komen, maar ook op het thuisfront te broedden op gewelddaden. Omdat die laatste vaak een onopvallend leven leiden, is het voor de nationale veiligheidsdiensten erg moeilijk op tijd aanslagen te verijdelen. Homegrown terrorism wordt sinds 9/11 vooral gezien in het licht van islamterreur.


Daarbij is het scenario vaak hetzelfde. Jongeren komen onder de invloed van een charismatische imam of een 'leraar', waarbij ze langzaam radicaliseren en plannen maken om 'de daad bij het woord' te voegen. De meeste van deze groepjes blijven hangen in holle retoriek of - gevaarlijker - amateurterrorisme. Heel soms komt het zoals in Londen tot een aanslag.


Ook in ons land is er minstens een geval bekend waarbij moslimjongeren werden opgestookt om in de naam van de islam gewelddaden te plegen. De Molenbeekse vrouw Malika El Aroud zette jonge Belgische moslims aan om in Afghanistan te gaan vechten. El Aroud werd in december 2010 veroordeeld tot acht jaar cel, haar man werd bij verstek veroordeeld.

8. Angst voor moslims

Van de hoofddoekendiscussie in ons land tot het minarettenverbod in Zwitserland, de westerse wereld is zich sinds 9/11 erg bewust geworden van de aanwezigheid van de islam in de samenleving. De terreuraanslagen op de VS hebben bij velen zelfs een cultuur van angst gecreëerd, waarbij moslims als bedreigend ervaren worden, zelfs al wonen ze sinds generaties lang in onze contreien.


Ook politie en veiligheidsdiensten zijn extra alert geworden. Je merkt het bij identiteitscontroles op straat of bij het checken van passagiers op de luchthaven. Het tegenhouden en fouilleren van verdachte personen gebeurt vaker op basis van uiterlijk dan van informatie.


Dat de identificatie almaar meer in religieuze termen verloopt, voelen moslims ook zelf zo aan. Volgens Pew Research uit 2006 bijvoorbeeld ziet 81 procent van de Britse moslims zichzelf eerst als moslim en dan als Brit. Er is een groeiend gevoel van solidariteit onder moslims, over de grenzen heen. Dat merk je ook aan de Palestijnse vlaggetjes die je soms aan de ruiten ziet hangen in de straten van Molenbeek of Anderlecht.

9. Dataverkeer persoonsgebonden gegevens

Ook het recht op de privacy moest het na 9/11 afleggen tegen de zoektocht naar terroristen. In de VS werd de Patriot Act in het leven geroepen door de regering Bush. De Patriot Act gaf de Amerikaanse veiligheidsdiensten haast ongelimiteerde mogelijkheden om het mail- en telefoonverkeer van verdachte personen na te gaan. De veiligheidsdiensten kregen ook toegang tot de gegevensbanken van Swift, een netwerk van zo'n 8.000 banken waarlangs 80 procent van het wereldwijde bankverkeer passeert. Zo konden ze internationale geldtransfers controleren die hen eventueel naar informatie over terroristen kon leiden.


In navolging van de Amerikaanse Patriot Act zijn in zowat de hele westerse wereld wetten gestemd die de privacy terugschroeven. België ging daarin erg ver: met de BOM-wet van 2003, die de bijzondere opsporingsmethoden van de politiediensten regelt, verschoof de macht in het gerechtelijke onderzoek van de onderzoeksrechters naar de parketten, en werd voor het eerst officieel het geheime dossier ingevoerd. Dat betekent dat niemand nog kan achterhalen welke methodes de politie gebruikt in bepaalde onderzoeken.


Met de BIM-wet kreeg kort daarna ook de Staatsveiligheid meer armslag. Zo kunnen ze in uitzonderlijke omstandigheden telefoongesprekken afluisteren, in computersystemen inbreken en brieven openen.

10. Op persoonlijk vlak

In de persoonlijke levenssfeer zijn de effecten van 9/11 minder voelbaar. Wie gaat reizen, merkt wel de opgedreven veiligheidsmaatregelen. Op luchthavens moet je langer wachten en gebeurt de controle veel grondiger. Zeker op vluchten naar de VS, waar zelfs je schoenen uit moeten, is dat het geval. Ook mag je geen vloeistofverpakkingen van meer dan 100 milliliter meenemen op het vliegtuig. En het metalen bestek op de vluchten werd vervangen door plastic.


En dan zijn er nog onze jongens in Afghanistan. Op 1 juli zaten er 626 Belgische militairen in het Aziatische land, verspreid over Kaboel, Kunduz en Kandahar. Volgend jaar wordt de helft daarvan teruggetrokken. Er zouden nog een veertigtal militairen in Kaboel overblijven, onder meer in het Isaf-hoofdkwartier. Het Belgische engagement in Kunduz en in Kandahar (met de aanwezigheid van zes F-16's) wordt normaal gezien tot 2014 verder gezet.