1,35 miljard voor de filmstudio die er nooit kwam
Foto: ©blg
In 1983 richt Maurits De Prins, een ex-frituuruitbater uit Bornem, videotheekketen Super Club op. In 1989 verkoopt hij 900.000 Super Club-aandelen (SC) aan de noodlijdende NV Kempische Steenkoolmijnen (KS). De NV werd hiermee voor meer dan een miljard Belgische frank opgelicht. Het verhaal van een superfraudeur.

De Kempische Steenkoolmijnen

Op het einde van de jaren ’80 verkeerde het steenkoolbekken in de Limburgse kempen in nood. Mijnwerkers werden afgedankt en voor de terreinen moest een andere bestemming gezocht worden. In 1987 wordt CVP’er Thyl Gheyselinck, met een budget van 100 miljard Belgische frank, aangesteld om zich te ontfermen over de NV Kempische Steenkoolmijnen.

Tegen 1989 waren drie steenkoolmijnen gesloten en Gheyselinck hield nog 11 miljard frank budget over. Die zou hij gebruiken om de tewerkstelling in Limburg op te krikken. 20.000 mensen zouden werk vinden in een gepland pretpark.

Het is eind 1989 en Maurits De Prins ziet nu zijn kans, de ex-frituuruitbater die in 1983 videotheekketen Super Club oprichtte. Op 28 november 1989 bereikt De Prins een akkoord met Gheyselinck over de verkoop van 900.000 Super Club-aandelen. Dat kostte Gheyselinck meer dan een miljard Belgische frank.

Filmstudio

Maurits De Prins beweerde op de gronden van de Kempische Steenkoolmijnen een filmstudio te bouwen. Om deze plannen te steunen, kocht Gheyselinck voor zo’n 1,35 miljard Belgische frank Super Club-aandelen. De plannen werden echter nooit concreet.

De Prins gebruikte het geld van de aandelenverkoop om Super Club te redden. De videotheekketen verkeerde eind jaren ‘80 in serieuze moeilijkheden. Met het geld van Gheyselinck en via een ingewikkelde carrousel probeerde De Prins het jaarverslag op te fleuren. Een miljardenverlies werd gereduceerd tot een minimaal verlies.

Het bedrog kwam echter enkele maanden later aan het licht. De aandelen die Gheyselinck voor meer dan een miljard Belgische frank gekocht had, bleken waardeloos. Ook van de beloftes voor een filmstudio kwam niks meer in huis.

Vervolging

Op 8 januari 1991 startte het Antwerpse parket een eerste onderzoek naar Super Club en Maurits De Prins. Algauw doken enkele bezwarende documenten op, en de waarde van de videotheekketen daalde met miljarden, ten nadele van overnemer Philips.

Maurits probeerde nog te vluchten voor vervolging door zijn keten naar Zwitserland en zichzelf naar Luxemburg te proberen verhuizen, maar het haalde niet uit. Op 16 januari 1997 moesten alle Super Club-winkels sluiten en twee maand later werd De Prins aangehouden wegens oplichting en schriftvervalsing. Spoedig werd bewezen dat de NV KS door Super Club was opgelicht.

Het proces

De man die, na ontelbaar mislukte pogingen, met Super Club eindelijk het grote geld dacht te kunnen vinden, moet zich uiteindelijk, na felle vertraging door cassatieverzoeken, in 2000 voor de rechtbank van Antwerpen verantwoorden voor oplichting en schriftvervalsing. De Prins is het symbool van het belangrijkste dossier van het uit 19 luiken bestaande KS-onderzoek.

Op 26 juni 2002 valt het eindverdict: vier jaar cel voor Maurits De Prins. Samen met Charles Cool, juridisch raadgever van Super Club moet hij bovendien ook 28,5 miljoen Belgische frank – plus intrest – schadevergoeding betalen. Het arsenaal aan raadgevers en advocaten, bleek De Prins geen vruchten af te werpen

De Prins diende onmiddellijk cassatieberoep in en een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, maar daar ging het gerecht niet op in.

En nu?

Inmiddels zijn de namen De Prins en Super Club in de annalen van de geschiedenis verdwenen. Wie heimwee krijgt naar de videotheekketen, kan op tweedehandswebsites wel nog steeds op zoek gaan naar kortingspenningjetons – een must-have voor wie een fraudeverzameling aanlegt.