Het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) geeft vrijdag op zijn website een woordje uitleg bij de hevige onweders van donderdagavond. Die ontstonden door de wrijving van luchtmassa's die een verschillende windrichting hadden.

Het noodlottige weer was afkomstig uit Frankrijk. Een zuidwestelijke hoogtestroming (een luchtstroom boven 2000 m) bracht zeer onstabiele lucht vanuit de Golf van Biskaje, met een thermische depressie tot gevolg. Die trok naar ons land, maar kwam daar in wrijving met een noordoostelijke, koelere luchtstroom boven Vlaanderen. Boven het gebied van de Samber en Maas onstonden zo 'gedwongen' stijgende luchtbewegingen: de zuidelijke, warme lucht gleed over de koelere noordelijke lucht. Het gevolg: onweerswolken tot 13 à 14 kilometer hoogte met hevige regenval, hagel en bliksem en plaatselijk zeer hevige windvlagen.

De zuidwestelijke hoogtestroming bepaalde de richting waarin de wolken zich verplaatsten en dus werden achtereenvolgens Oost-Vlaanderen, Brussel, Brabant, Antwerpen en Limburg getroffen.

De sterkste windvlagen werden waargenomen in de meetstations van Diepenbeek (83 km/uur) en Beauvechain (80 km/uur). Het KMI merkt op dat de wind plaatselijk nog heviger kon zijn. Het type onweer dat ons gisteren belaagde kan valwinden veroorzaken die vergelijkbaar zijn met de passage van een lichte windhoos.

Ook de neerslaghoeveelheden waren zeer variabel. De hoogste hoeveelheden werden in Bertem gemeten. Daar viel tijdens de korte maar hevige bui 36,6 liter per vierkante meter, wat normaal in een maand tijd valt. De brandweer van Hasselt zei vrijdag dat in en rond de festivalweide van Pukkelpop een vergelijkbare hoeveelheid viel.