Stel je voor: supersportman Philippe Gilbert die zich in een zetel neervlijt en een sigaretje opsteekt. En er dan nog eens vrolijk bij vertelt hoe heerlijk dat is. Een weinig waarschijnlijk scenario, maar enkele decennia geleden konden dergelijke praktijken wel, zij het niet helemaal ongestraft.

Het was niemand minder dan Eddy Merckx, de beste wielrenner aller tijden, die ons in de jaren 70, tijdens zijn hoogdagen, vertelde dat hij was ‘overgegaan naar R6’. ‘Voor mij is dat de eerste nicotine- en teerarme sigaret die zoveel smaak heeft’, klinkt de quote in de advertentie. Wat hij voor zijn grote ‘overstap’ naar R6 rookte, zijn we niet te weten gekomen.

Zelfs de toen ongenaakbare Eddy Merckx kwam niet weg met deze reclame, hij kreeg heel wat kritiek. De zogenaamde nicotine- en teerarme sigaretten blonken toen al niet uit in geloofwaardigheid, ze zijn eveneens kankerverwekkend (R6 doofde uit, het voorspiegelen dat gezonde sigaretten bestaan helaas niet). Bovendien was het beeld van een rokende Merckx vermoedelijk ook niet naar waarheid: niemand die gelooft dat hij een echte roker was.

Striptekenaar Marc Sleen vereeuwigde de herinnering aan Merckx’ misstap in een van zijn Nero-albums. In Daris doet Het (1978) zegt piraat Tuizentfloot aan dictator Idi Amin Dada: ‘Iedere ter dood veroordeelde heeft recht op een laatste wens. Een laatste sigaret ofzo?’ Waarop Dada antwoordt: ‘Hij rookt niet. Hij is Eddy Merckx niet.’ Jonge lezers weten vanaf nu waar die opmerking dus vandaan komt.