Prince nagenoeg perfect in Gent
Foto: koen bauters
Prince verwende Gent zoals hij dat zelden doet. Met een paarse confettiregen en een hele slinger hits.

Prince, in een kanariegeel kostuum, met op de neus de gele bril die we ons menen te herinneren uit zijn Sign O The Times-periode, kuierde nonchalant het podium op en stortte zich meteen in de ballad ‘When eye lay my hands on you’. Een trage sleper als opener? Wie durft dat nog?

‘Endorphinmachine’ was een platformpje voor vonkende gitaarsolo’s van de Purpere Yoda, ‘She’s always in my hair’ was dan weer zo’n ijzersterk b-kantje dat hij van ons elk concert mag spelen.

Van zijn uiterst geoliede live-band viel ons alweer zijn bassiste Ida Nielsen op, die geregeld een smerig potje mocht ‘slappen’ op haar instrument, tot genoegen van Prince zelf (‘Y’all feel that bass!’). Met stomende gospelzangeressen, een hypercoole gitariste met waanzinnige afro en een drummer zo strak als een drumcomputer hield hij Gent bijna vier uur in de ban.

Openhartig

We hebben Prince eerlijk gezegd zelden zo goedgeluimd, losjes en openhartig gezien. Hij dolde met zijn bandleden, leerde ons de ‘soul clap’ en amuseerde zich kostelijk met het publiek dat op de catwalk mocht dansen. In ‘Musicology’ klonk het vrolijk ‘I heard about a party in the town of Ghent’.

Niemand plaagt zijn publiek trouwens zoals Prince dat doet. ‘Y’all ain’t ready for me!’, riep hij met een gespeeld-verwaande blik om prompt zijn rug naar ons te keren. Of ‘Can I come down there?’, om dan relaxet naar vooraan over de catwalk te slenteren en voor de verbouwereerde fans een geschifte gitaarsolo met 1 hand te spelen.

Er waren wel meer van dat soort frivoliteiten. Het gastspotje van de Amerikaanse blazers The Dap Kings die met hun zangeres Sharon Jones het voorprogramma speelden, bijvoorbeeld. Ook gezien: Prince die halverwege de show zijn gitaar ondersteboven in zijn nek gooide en er de meest hallucinante funkriffs bleef uithalen. Uitslovertje!

Purple Rain

Ja hoor, hij speelde ‘Purple rain’, in een vijftien minuten durende versie, waarin we half Gent de ‘oe-hoeoe-hoe-oeoeoe’ hoorden meeloeien en waar confettikanonnen paarse snippers over het plein spoten. Best wel ontroerend.

Zoals bij elke Prince-show waren er weer coverversies om duimen en vingers bij af te likken. ‘Love rollercoaster’ van Ohio Players en ‘Play that funky music’ van Wild Cherry maar ook, verrassender, een bluesy Las Vegasversie van ‘Come together’ van The Beatles en ‘Don’t stop till you get enough’ van Michael Jackson.

Geen Prince-concert zonder een Boodschap. De Jehova-tics bleven in de kast, maar een oproep tot eendracht en samenhorigheid zat achter elk hoekje. De zanger beklemtoonde ook gretig dat hij ‘real music’ speelde. Vooral de hedendaagse radioformats kregen er van langs: ‘Deze muziek wordt niet gespeeld op de radio’s’, klonk het, ‘dus we kunnen er maar beter mee stoppen, niet? Horen jullie Sharon Jones op jullie radio? Ik dacht van niet!’

Hoogtepunten

Onze hoogtepunten? Het scheefgetrokken smoeltje van Prince, à la Jerry Lee Lewis, terwijl hij soleerde op de gitaar, was kostelijk. ‘D.M.S.R.’ was een bloedhete funkparty en in ‘The beautiful ones’ liet hij zijn allerhoogste falsetnoot horen en trakteerde hij ons op een duizelingwekkende pirouette (hoe oud is deze man ook weer?).

In een akelig strak ‘Kiss’ nam Prince de iconische poses aan vanop de platenhoes van Parade, ‘The bird’ en ‘Jungle love’ van The Time gingen over in ‘A love bizarre’ van Sheila E. en toverden het St.Pietersplein om tot een geflipte P.funkparty. ‘Snel, neem je gsm en bel iemand’, riep Prince, ‘Zeg hem dat je op de beste party ter wereld zit’.

Misschien, maar bovenal was dit een prachtig uitgebalanceerd popconcert met publieksfavorieten, tophits en vergeten classic netjes naast elkaar, op een unieke locatie.