Formateur Elio Di Rupo (PS) is vanmiddag ontvangen door de koning. Hij heeft de vorst zijn 100 pagina's lange formateursnota voorgesteld. Ook de onderhandelende partijen hebben het document ontvangen. Zij krijgen nu drie dagen de tijd om te reageren.

Zeven weken na zijn aanduiding tot formateur, en een jaar en drie weken na de verkiezingen, kon Elio Di Rupo  zijn voorstellen op tafel leggen. De koning kreeg als eerste een exemplaar van de sociaaleconomische en institutionele basisnota. Di Rupo besprak tussen 12.30 en 14 uur het document.

De PS-voorzitter liet de formateursnota per koerier aan de partijen overmaken. Om 17 uur was er een persconferentie. De eerste details waren al eerder uitgelekt. 

Die voorstellen zijn niet te nemen of te laten, zo kondigde Di Rupo eerder al aan, maar ze zijn wel de basis voor verdere onderhandelingen. Verwacht wordt dat de negen onderhandelende partijen twee tot drie dagen gaan nemen om hun houding tegenover de nota te bepalen.

Dat het vandaag al over en uit zou zijn met de formatie lijkt dus uitgesloten.

Taboes

‘Dit wordt een nota die mijn eigen partij zwaar op de maag zal liggen', liet Di Rupo zich de afgelopen dagen aan een onderhandelaar ontvallen. Een aantal PS-taboes sneuvelt.

De nota is erg gedetailleerd, zo wordt gezegd in de Wetstraat. Di Rupo doet concrete voorstellen. Zo lanceert de formateur voorstellen om de komende jaren 21 miljard euro te besparen, waarvan 17 miljard op het federale niveau.

Uit de indiscreties in onderhandelaarskringen blijkt alvast dat het luik arbeidsmarkt de nadruk legt op langer werken. Zo zullen werknemers, om met vervroegd pensioen te gaan, geleidelijk aan meer dan 35 gewerkte jaren op de teller moeten hebben. Voorts worden de themaverloven (stelsels om niet of halftijds te werken) opgeschoven van 50 naar 55 jaar.

Werklozen

Opvallend: de werklozen worden strenger aangepakt. De eerste drie maanden zou de werkloosheidsvergoeding hoger worden, in de tweede periode van drie maanden zou ze berekend worden op het aantal gewerkte jaren en daarna zou ze dalen. Zo'n degressiviteit stond al wel in het regeerakkoord-Leterme, maar de PS wou toen nog niet van uitvoering daarvan weten.

Ook de zogenaamde gelijkgestelde periodes zouden worden aangepakt. België telt een recordaantal periodes zoals werkloosheid, ziekte, zwanger- en ouderschapsverlof, tijdskrediet, die meetellen als ‘gewerkte jaren' in de pensioenopbouw. Dat systeem wordt, zo blijkt uit de aftoetsing van Di Rupo bij verschillende partijvoorzitters, minder gunstig, wellicht vooral voor werklozen.

Inzake saneringen rekent Di Rupo op één derde nieuwe inkomsten, één derde minder uitgaven en één derde ‘correcte toepassing van de wet'. Dat laatste slaat vooral op een dik pakket fraudebestrijding, naargelang van de bron voor 2 à 2,5 miljard euro.

Dichtmetselen

Voor andere nieuwe inkomsten kijkt Di Rupo onder meer naar het spaarboekje en beleggingsproducten. In plaats van een automatische vrijstelling van de eerste schijf roerende voorheffing aan de bron, zouden de spaarboekjes meteen vanaf de eerste euro worden belast. De belastingplichtige zou wel een fiscaal attest krijgen waardoor hij zijn vrijstelling via zijn belastingbrief alsnog kan bekomen.

Daardoor vangt hij twee vliegen in één klap: een eenmalige extra opbrengst van zo'n half miljard – omdat een spaarder de vrijstelling een of twee jaar nadien via de belastingsaangifte krijgt. En een jaarlijks terugkerende opbrengst van zo'n 200 miljoen, omdat het achterpoortje om meer vrijstelling te genieten door je geld te spreiden over verschillende spaarboekjes, dichtgemetseld wordt.

Voorts is er sprake van een eengemaakt tarief van roerende voorheffing op verschillende financiële producten van 20 procent (nu 15, 20 of 25 procent). Er circuleren ook geruchten over een belasting op ‘speculatieve beleggingen' .

Andere elementen in de nota gaan over de staatshervorming, justitieasiel en migratie en er zou ook een luikje 'politieke vernieuwing' in staan.