Wilders vrijgesproken van aanzetten tot haat
Foto: REUTERS
De Nederlandse rechtse politicus Geert Wilders is door de Amsterdamse rechtbank definitief vrijgesproken voor het aanzetten tot haat tegenover moslims en niet-westerse allochtonen. Zijn uitspraken zijn soms 'grof en denigrerend, maar niet opruiend', zo luidt de uitspraak.

Wilders, de leider van de anti-islampartij PVV (Partij voor de Vrijheid), moest zich ondermeer verantwoorden voor het vergelijken van de de Koran en Hitlers boek 'Mein Kampf'. Ook de film Fitna was volgens de klagers een belediging.  In een aantal gevallen waren de uitspraken op de grens van het strafrechtelijk toelaatbare, zei rechtbankvoorzitter Marcel van Oosten, maar die grens is niet overschreden.

De vrijspraak komt niet als een volledige verrassing. Zowel het Openbaar Ministerie (OM) als de verdediging hadden de vrijspraak gevraagd. Het OM wilde aanvankelijk zelfs geen rechtszaak starten, maar het werd hiertoe gedwongen nadat een groep klagers dit wel via de rechter hadden gevraagd.

Het OM vond echter dat de uitspraken van Wilders tegen de islam op zich zijn gericht, en niet tegen de moslims op zich. De verdediging voerde aan dat Wilders een bijdrage leverde tot het islamdebat, en dat hij de moslims zelf wil waarschuwen voor wat hij als een totalitaire ideologie ziet.

De zaak sleepte al jaren aan. Het is nog niet zeker dat hiermee het doek valt voor de beschuldigingen. In oktober werden de rechters nog gewraakt. De indieners van de oorspronkelijk klacht hebben al laten weten dat ze desnoods naar het Europese Hof trekken.

Wilders zei drie weken geleden dat het volgens hem 'surrealistische' proces niet draait om hemzelf, maar om de waarheid en de vrijheid. De politicus zei de waarheid over de islam te willen spreken omdat Nederland anders zijn vrijheid zou verliezen.