In het Antwerpse provinciehuis is woensdagavond ANNA, het eerste groot woordenboek Afrikaans-Nederlands, aan het publiek voorgesteld. Het Afrikaans is de aan het Nederlands verwante taal die in grote delen van Zuid-Afrika en Namibië wordt gesproken. Het woordenboek telt liefst 2.232 pagina's en 60.000 trefwoorden.

Afrikaans is een relatief jonge taal die zich sinds de 17de eeuw, toen Nederlanders massaal naar Zuid-Afrika trokken, geleidelijk losmaakte van het officiële Nederlands en een eigen karakter kreeg.

Het spreekt bij veel Nederlandstaligen tot de verbeelding omdat ze het vrij goed kunnen begrijpen. Maar het zijn vooral de originele beeldende woorden en uitdrukkingen, zoals 'moltrein' (metro) of 'blokkiesvloer' (parket), die ons aanspreken.

Via het zogenaamde amalgamatiemodel worden Nederlandse en Afrikaanse woorden en zinnen in ANNA met elkaar vergeleken, zodat de lezer meteen ziet waar nu net de overeenkomsten en verschillen liggen.

Het model werd ontwikkeld door prof. dr. Willy Martin van de Universiteit van Amsterdam, die samen met de Universiteit Hasselt en enkele Zuid-Afrikaanse universiteiten instond voor de redactie van het woordenboek.

Het boek 'ANNA, Afrikaans en Nederlands' kost 69,99 euro en omvat zestigduizend trefwoorden en tienduizenden voorbeeldzinnen. Het werk telt 2.232 pagina's. De publicatie is een samenwerking van de Nederlandse Taalunie, Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum en de provincie Antwerpen.