Sportpaleis is zot van Sade
Foto: Koen Bauters
Wie erbij was in het Sportpaleis, zal zich 1 mei 2011 blijven herinneren als de triomf van een verloren gewaande soulmate.

Een minimalistische setting. Haar band strak in het gelid als een privémilitie. De militaire roffel van ‘Soldier of love’, het titelnummer uit haar comebackplaat van vorig jaar. Zo verscheen Sade zondagavond op het podium van het Sportpaleis, dat haar extatisch verwelkomde. Hier hadden veel mensen duidelijk naar gehunkerd.

Het was het begin van een twee uur durende triomftocht. Zeventien jaar was het geleden dat de bestverkopende Britse zangeres (met Nigeriaanse roots) ons land nog eens aandeed.

De jaren hebben geen invloed gehad op Helen Folasade Adu. Niet op haar stem, niet op haar uiterlijk. Als een Egyptische kattengodin leidde ze haar troepen door een slim opgebouwde set van nieuwer werk en klassiekers.

De tracks uit Soldier of love - haar eerste album in tien jaar leverde haar meteen weer een Grammy op - werden enthousiast onthaald, al klonken ze een pak hoekiger met hun machinale triphopbeats en spaarzame soundeffecten. De afwisseling met de smooth jazz van ‘Your love is king’ en al die andere onverslijtbare songs uit de jaren tachtig klopte uitstekend. Saxofoonsolo’s in popmuziek: het zou niet mogen werken, maar Sade heeft zoveel stijl dat alles in haar buurt de juiste glans krijgt.

In de eerste nummers stak haar stem iets te ver weg, daarna werd het soms bijna te perfect. Subtiel, sensueel, stijlvol; een flamencodanseres in slow motion, gecapteerd in een witte volgspot. Zij en haar muzikanten handelden met een haast buitenaardse beheersing. Het was alsof je naar een film aan het kijken was.

Eigenlijk weten we nauwelijks iets af van Sade, buiten haar artiestenbestaan om. Geen pikante foto’s in de roddelpers, geen breed uitgesmeerde liefdesperikelen. Zo mysterieus komt ze over dat ze er alleen maar aantrekkelijker op wordt. Op het podium was Sade warmbloedig genoeg om elke afstand te doen vergeten. En tijdens de schaarse bindteksten zakte haar stem een octaaf en klonk ze plots heel menselijk; als iemand die ook haar mannetje staat in de ruigere buurten van Londen.

Sin City. De film noir-beelden op de achtergrond schiepen een donker-zwoele atmosfeer van grootstadsromantiek en gebroken harten. ‘Smooth operator’ werd ingezet, een anthem voor elke nachtradio.

Natuurlijk was de onbetwiste hoofdrol voor Sade, maar ze deelde de aandacht graag met haar groep. Soms plaatste ze zich tussen haar achtergrondzangers, of ze gaf hen helemaal vrij spel, zoals op het einde van ‘Paradise’, waarin ze heel even met z’n drieën dolden op een moderne reggaetonbeat.

In het prachtige ‘Jezebel’ scheen het licht op haar muzikanten. De gitaristen waren het hele concert prominent aanwezig, maar het was vooral de saxofonist die telkens opnieuw een connectie maakte met het verrukte publiek. Zelfs het Sportpaleis - toch niet de gezelligste zaal met de fijnste akoestiek - deed zijn uiterste best om zich te verkleinen tot een hotellounge waar soul-pop en jazz light gedijen.

Bij funky hits als ‘Nothing can come between us’ en ‘The sweetest taboo’ veerde iedereen recht. Voor ingetogen momenten zoals ‘Pearls (A woman in Somalia)’ en het innig mooie ‘Morning bird’ uit de nieuwste plaat werd het muisstil. Tot niemand zich meer kon inhouden en het applaus weer opwelde voor de laatste noot was uitgestorven.

Als apotheose steeg Sade vanop een klein platform de hoogte in, een wolkenkrabber boven een geprojecteerde skyline. De zaligverklaring kreeg er meteen een verrijzenis bij.

Sade. Gezien op 1 mei in Sportpaleis te Antwerpen