Elf jaar na zijn dood is in Antwerpen Centraal een droom van journalist Johan Anthierens in vervulling gegaan. Op de muren van het station is voortaan het toepasselijke gedicht 'Bericht aan de reizigers' van zijn lievelingsdichter Jan Van Nijlen te lezen.

Een jaar geleden, tien jaar nadat Johan Anthierens (1937-2000) overleden was aan kanker, lanceerde schrijfster Brigitte Raskin in De Standaard een oproep om het gedicht 'Bericht aan de Reizigers' in Antwerpen Centraal uit te hangen. Ze wilde zo alsnog een wens van haar goede vriend in vervulling zien gaan. Radio 1-presentatrice Ruth Joos zette zich in haar cultuurprogramma Mezzo (dat nu Joos heet) mee achter het initiatief en in geen tijd ging de bal aan het rollen. Ook Antwerpen Boekenstad sloot zich aan.

Een jaar na de herlancering van het idee is de uitvoering een feit. Elisabeth Erauw, Anthierens' weduwe, onthulde vrijdag in de aanwezigheid van onder meer NMBS-verantwoordelijke van Antwerpen Centraal Paul Van Aelst, stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen en Brigitte Raskin de muur waarop het gedicht geschilderd is. Wie via de grote, oud inkomhal van het station langs de linkerkant naar de perrons loopt, komt in een van de doorgangen het opschrift tegen. 

Het luidt:

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.
 

uit Verzamelde Gedichten (1964) van Jan van Nijlen (1884-1965)