Hersenen van mensen met schizofrenie functioneren anders dan die van gezonde vrijwilligers. Dat blijkt uit een onderzoek van de Antwerpse psychiater Jan Van Hecke bij patiënten die taken uitvoeren onder een scanner, schrijft Gazet van Antwerpen.

'Dat verschil in hersenactiviteit moet helpen om de ziekte veel sneller en objectiever te detecteren en te behandelen', zegt Van Hecke (ZNA Stuivenberg). 'Vandaag wordt ongeveer één op de honderd mensen tijdens zijn leven geconfronteerd met de psychische stoornis schizofrenie. In Vlaanderen schatten we dat het op dit moment om zowat 30.000 mensen gaat.'

'Bij de grote meerderheid wordt de diagnose pas gesteld na een crisis of een psychose. Meestal hebben die patiënten dan al een hele weg afgelegd. Hoe vlugger de juiste diagnose gesteld wordt, hoe beter de behandeling', legt Van Hecke uit.

Voor zijn doctoraatsonderzoek zocht hij naar een meer accurate opsporingsmethode. Hij gebruikt daarvoor MRI-scans die aangeven welke hersengebieden actief zijn tijdens het uitvoeren van een denkoefening. 'We hebben zowel gezonde vrijwilligers als vijftig patiënten met schizofrenie twee eenvoudige denktaken laten uitvoeren, terwijl ze onder de scan lagen. Daaruit bleek dat bepaalde hersenfuncties bij mensen met schizofrenie duidelijk verstoord waren.'

Schizofrenie is een ontwikkelingsstoornis van de hersenen. Bij jongens manifesteren de eerste symptomen zich meestal tussen 18 en 25 jaar. Bij vrouwen gebeurt dat doorgaans iets later.