Klanten die wegens afbetalingsproblemen door hun energieleverancier gedropt worden en daardoor klant worden bij hun netbeheerder, betalen vaak een hoge prijs voor hun energie. Zelfs meer dan het gemiddelde op de markt. Dat zegt het ACW, dat het christelijke middenveld vertegenwoordigt.

Het ACW pleit in zijn actieplan tegen energiearmoede om de groep van beschermde afnemers te verruimen.

Gezinnen die problemen hebben met de afbetaling van hun energiefactuur, kunnen worden gedropt door hun leverancier. Als zij geen andere leverancier vinden op de markt, kunnen ze bij hun netbeheerder (bijvoorbeeld Eandis) terecht.

Het aantal Belgische gezinnen in die situatie is de voorbije jaren schrikbarend gestegen, zegt ACW-voorzitter Patrick Develtere. Voor elektriciteit gaat het om een stijging sinds 2007 met 44 procent tot 75.000 gezinnen, voor aardgas om een toename met 46 procent tot 52.000 gezinnen.

‘Vooral sinds 2008 is er een grotere instroom, door de crisis en het alsmaar duurder worden van de energiefactuur’, luidt de verklaring.

Probleem is dat mensen die bij hun netbeheerder klant zijn – of een budgetmeter hebben gekregen omdat ze ook daar met afbetalingsproblemen kampen – vaak nog meer voor hun energie moeten betalen dan op de markt.

‘De groep van beschermde afnemers – zij die recht hebben op het sociaal tarief – is nu beperkt tot bejaarden, gehandicapten of OCMW-steuntrekkers.

Wij willen dat die groep wordt uitgebreid tot langdurig zieken of mensen die in schuldbemiddeling zitten’, pleit het ACW. ‘Zij zouden in elk geval nooit meer dan het marktgemiddelde mogen betalen.’