In de atmosfeer van een relatief kleine exoplaneet die als een "super-Aarde" geldt is ofwel water in de vorm van stoom ofwel dikke mist en bewolking gevonden.

Dat meldt de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO. Een internationaal team van astronomen is er met de VLT-telescoop van ESO voor het eerst in geslaagd de atmosfeer van een "super-Aarde" te analyseren, de relatief kleine exoplaneet GJ 1214b die in 2009 eveneens dankzij de ESO is ontdekt.

Meteen al bestond de indruk dat deze planeet een atmosfeer had. Dit is nu bevestigd en nader onderzocht door een internationaal team van astronomen onder leiding van Jacob Bean van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics terwijl het object voor zijn moederster trok.

GJ 1214b is ongeveer 2,6 keer zo groot en ongeveer 6,5 keer zo zwaar als de Aarde. Daarmee behoort hij tot een klasse van exoplaneten die "super-Aarde" worden genoemd. Zijn moederster staat op ongeveer 40 lichtjaar van ons in het sterrenbeeld Slangendrager. Het is een zwakke kleine ster: de afmetingen van de planeet zijn groot in verhouding tot die van de ster, waardoor de planeet zich relatief gemakkelijk liet onderzoeken.

De afstand van GJ 1214b tot zijn ster bedraagt slechts twee miljoen kilometer, zeventig keer minder dan de afstand Aarde-Zon.

De waarnemingen leren dat de atmosfeer van GJ 1214b ofwel rijk is aan stoom of gehuld is in bewolking en mist, ongeveer zoals de atmosferen van Venus en Titan in ons zonnestelsel, die de aanwezigheid van waterstof maskeren, aldus de ESO.