Theatermaker Eric De Volder onverwachts overleden
Foto: rr
In de nacht na de première van ‘Frans Woyzeck’ is theaterschrijver en -regisseur Eric De Volder onverwachts in zijn slaap overleden.

Dit blijft het beeld dat we van hem bewaren. Zaterdagavond, 22.30 uur in NT Gent. Het warme applaus voor Frans Woyzeck begint na drie groetbeurten te verzwakken. Acteurs turen de zaal in. Waar zit de regisseur? Eric De Volder zit op de eerste rij als steunverlener, maar laat de appreciatie bescheiden aan ‘zijn gasten’. Dan komt hij het toneel op. Niet en vedette langs de coulissen, maar achterwaarts het verhoog opkrabbelend. Een jongen van 64.

Eric De Volder was gevraagd voor een gastregie. Sinds 1992 werkte hij met zijn groep Toneelgroep Ceremonia vanuit een zolderatelier in het Gentse Oudburg. Lang bleef zijn werk tot dat intimistische huiskamertheater beperkt. Het was een geheimtip voor de incrowd. Eerst had muziektheater Lod zijn groep mee op sleeptouw genomen, dan kwam het Toneelhuis, en nu nodigde NT Gent hem uit voor een grootschaliger repertoirewerk. Frans Woyzeck had het begin van een reeks moeten worden.

De Standaard-fotograaf Michiel Hendryckx maakte de beginjaren mee van De Volders carrière. ‘Het Etherisch Strijkersensemble Parisiana ademde de sfeer uit van post ’68 in Gent’, zegt hij. Het was een anarchistisch collectief van semiprofessionele artiesten, gegroepeerd rond een orkestje dat salonmuziek bracht uit de jaren 20. Ook Johan Dehollander en Dirk Pauwels maakten er deel van uit. De piepjonge Arne Sierens deed er zijn eerste stappen in de artistieke scene.

Muziek, beeldende kunst en taalkunst hebben bij De Volder steeds een innig verbond gevormd. De Volder volgde een opleiding als beeldend kunstenaar, maar geraakte door stages bij de Poolse theatergoeroe Jerzy Grotowski in de ban van de podiumkunst. ‘Al die componenten waren bij Eric altijd één en in elkaar geboenkt’, zegt Dirk Pauwels, die in de beginperiode medeacteur was en voor De Volder jarenlang een compagnon de route zou blijven.

‘Officieel ben ik voorzitter van Ceremonia’, zegt Pauwels, ‘maar ik zie mezelf veeleer als een artistieke schaduwfiguur. We hadden een ongoing inhoudelijk gesprek. Ik heb hem ooit ingefluisterd een voorstelling zonder woorden te maken (‘Les in hysterie’, red). Graag had ik hem nog eens een grote dansvoorstelling zien maken, met dansende acteurs en acterende dansers. Die was Eric aan het voorbereiden. Hij was een artiest pur sang.’

In 1986 richtte De Volder zijn vzw Kunst is Modder/Theater van de Niets op. Van meet af aan ging hij voor de dubbelslag van schrijven en regisseren. Achiel De Baere, een monoloog met Bob De Moor, was een eerste succes. De schrijver manifesteerde zich als een jutter van gevonden dagboeken, briefcorrespondenties en kattebelletjes, waarmee hij volkse stukken uitbouwde met catastrofes op mensenmaat.

Tijdens die periode maakte Marc Vanborm kennis met De Volder. Hij was productieleider van Patrick, en is nadien twee decennia zakelijk leider gebleven. ‘Ceremonia is een vriendenkring’, zegt hij. ‘Dat heeft alles te maken met de vaderlijke figuur van Eric. Elk seizoen komen we samen voor een avond poëziepret en eten. Met zijn enorme fantasie kon Eric de acteurs aanzetten om verder te gaan in hun improvisaties. Ze vertrouwden hem en hij ondersteunde dat.’

De maakprocessen van De Volder waren uniek in hun soort. Tijdens improvisaties liet hij ‘zijn gasten’ dansen met de schaduw van hun onderbewuste. Met kleine geschenkjes bracht hij hun fantasie op gang. Voor Au nom du père deelde hij 25 strandkeitjes uit met een motief erop. Bij Frans Woyzeck waren het reproducties van Goran Djurovic. Op basis daarvan ontwierpen de acteurs de schminkmaskers die een stijlkenmerk zijn van Ceremonia.

Tijdens de repetities placht De Volder stapels tekeningen te maken. ‘Ik druk ermee uit wat me getroffen heeft’, zei hij daarover. ‘Soms is het de mimiek, een lichaamshouding of een groepsopstelling. Als een personage vooroverloopt of achteruithangt, beïnvloedt dat de manier waarop het ademhaalt of een zucht slaakt. Zodra de acteur de stem heeft vastgelegd, kan ik het personage niet meer om het even wat laten zeggen. Ik heb een intern oor voor die stem. Het zijn de personages die me de zinnen dicteren.’

Sinds de oprichting van Theatergroep Ceremonia was De Volder zo productief als een tekstgeiser. Zijn stukken gingen over wrange familiebanden en troebele relaties, en dat in een taal die uit een diep-Vlaamse archeologische opgraving zou kunnen komen. Woorden die nog naar dialect klinken, zette hij kunstig in de rij. Veel van zijn personages waren stugge binnenvetters. Ze leefden in besloten gemeenschappen waar altijd wel geheimen circuleren, zoals overspel, incest of ongewenste zwangerschappen. De Volder situeerde de catastrofe in nabije mensenlevens.

Meestal hadden zijn stukken, zoals Nachtelijk symposium, Vadria of Achter ’t eten een universeel herkenbare thematiek. Uitzonderlijk entte hij ze op de actualiteit. Zo probeerde Diep in het bos de verwarring van het post-Dutrouxtijdperk te vatten.

De Volder kreeg de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten en voor Toneelliteratuur (voor Zwarte vogels in de bomen). Achter ’t eten kreeg de Grote Theaterfestivalprijs.

In september van dit jaar verscheen zijn verzameld werk, De Volder in stukken, een compilatie van 22 theaterteksten uit evenveel jaren. Pas bij het lezen viel op hoe De Volder telkens met hetzelfde ritueel zijn stukken afsloot. Dat deed hij met één woord: Finis.