Vijf jaar na 'De Moeder van mijn dochter' trekt Annemie Struyf opnieuw naar Kenia om daar Achieng te ontmoeten. De vrouw die Annemies adoptiefdochter Hope als baby vond en verzorgde. Achieng heeft ondertussen, mede met de hulp van Struyf en heel wat Vlaamse geldschieters, een weeshuis uitgebouwd. Ze vangt er achtergelaten baby’s op. Die zijn vaak het resultaat van tienerzwangerschappen en verkrachtingen.

Daarom alleen al is het goed dat 'De zussen van mijn dochter' er gekomen is. Wie er naar kijkt, kan alleen maar bewondering hebben voor de sterke vrouw die Achieng is en hoe ze zich staande houdt en in een wereld vol versmachtende lelijkheid. Kinderen worden in Kenia gewoon langs de kant van de weg in het struikgewas achtergelaten. Op dezelfde plek als waar hun moeders verkracht werden. Gewoon op weg naar school. Het grijpt een Westers mens naar de keel.

De beelden van Annemies bezoek anno 2010 worden afgewisseld met archiefbeelden van 2005. Zo kunnen we de draad meteen weer oppikken. Het brengt ook enkele zeer sterke televisiemomenten in herinnering. Zoals wanneer de dochter van Achieng in huilen uitbarst als ze op haar kostschoolbedje foto’s te zien krijgt van Hope, gelukkig en zorgeloos in Europa.

Net als vijf jaar geleden positioneert Struyf zich midden in haar verhaal. En net als toen zouden we ons kunnen ergeren aan haar aanwezigheid, haar gebroken Engels of haar schelle stem. Ze breekt ongegeneerd in in het leven van Achieng. Maar haar aanwezigheid werkt ook confronterend.

Struyf kijkt met Westerse ogen -onze ogen- naar de Afrikaanse realiteit. Als er in de eerste aflevering in het dorp een achtergelaten baby gevonden wordt, lezen we de verbazing van haar gezicht. Hoe moeten we hier mee omgaan?

Net als Annemie voelen we ons opgelaten als Achieng bekent dat ze verkracht werd. Struyf is de westerling in dit verhaal. In die zin kijken we naar onszelf. En als we ons dan ergeren, is het ook aan onze eigen blanke reet.

Maandag om 20.40 uur op Eén