Sting in een klassiek jasje
Foto: goedefroit music
Dat pop– en klassieke muziek elkaar iets kunnen bieden, bewees Sting met een al bij al prettig concert in het Sportpaleis.

Het stond in de sterren geschreven dat Gordon Sumner aka Sting zijn repertoire ooit op klassieke leest zou schoeien. De man mag dan een topcarrière in de popmuziek gehad hebben, dat belette hem nooit om nieuwe uitdagingen aan te gaan. In zijn vrije tijd speelt Sting al eens een cellosuite van Bach, en een paar recente platen waren meer klassiek dan pop van opzet.

Twee jaar geleden serveerde hij enkele herwerkte songs met het Chicago Symphony Orchestra voor een benefiet en dat smaakte blijkbaar naar meer.

In het goed gevulde Sportpaleis zag het publiek het Royal Philharmonic Concert Orchestra opkomen, samen met een rockband en de verleidelijke zangeres Jo Lawry. Het podium baadde vooral in gouden en rode kleuren, en een drietal videokubussen zweefden boven de hoofden. Voor wie veraf zat, waren er twee videoschermen.

Aanvankelijk leek het een sof te gaan worden. Sting speelde hitsongs, liet het orkest meeklappen: zou dit een populistisch avondje worden dat de bekende songs gewoon in een ander jasje opnieuw verkocht?

Een eerste teken van meerwaarde kwam er evenwel snel met ‘Roxanne’. In essentie is dat al een boeiende fusie van tango en dubmuziek, maar nu bracht Sting hem met die lage stem die hij de jongste jaren verworven heeft, en met een donkere, filmische begeleiding die de melancholie heel tastbaar maakte. Mooi.

Daarmee waren de krachtlijnen uitgetekend. Stings speelde soms opgefleurde hits, die het publiek plezierden maar ons deden denken aan slecht geklede mensen. Maar vaker koos hij minder bekende songs die hij heel geconcentreerd zong en waar de begeleiding wel iets te bieden had. Vaak in de vorm van een dikke, melodieuze, filmische zoemtoon, en soms ook dynamischer.

Aan ‘Russians’, sowieso al aan Prokofiev ontleend, zaten een intro en een extro vast en het drukke kopergeschal riep treffend militair gedruis op. ‘Moon over Bourbon Street’ verklankte de subtiele romantische stemmingen die meestal vasthangen aan vampierenverhalen. Het folky ‘I hung my head’‘ verwees een beetje naar Aaron Copland. ‘We work the black seam’ kreeg een repetitieve xylofoon onder zich. ‘Tomorrow we’ll see’ leek te solliciteren naar een soundtrack van een James Bond–film.

De ruime set bevatte dus gelukkig veel materiaal dat kon ademen en het enthousiaste publiek kreeg er als toetje ‘All would envy’ bij, een bossa nova met lange trompetsolo. Sting liet de song destijds vallen van het album Brand New Day. Terecht, want zo speciaal is hij niet, maar de Latijnse sfeer doorbrak de melancholische overdaad wel.

Met deze tournee bewijst Sting dat hij niet ijdel met de uitdaging van klassieke muziek omgaat. Hij zong uitstekend en zocht geen onmogelijke of naïeve uitdagingen. Enkele muzikanten kregen de kans te soleren, wat wel werkte. Potsierlijk was het concert enkel toen de strijkers door snel geschaats de energie van punksong ‘Next to you’ probeerden op te wekken (het klonk als een opa die wil pogoën), en in de gezwollen Arabische kitsch van ‘Desert Rose’.

En was het Sportpaleis de geschikte locatie? Voor wie dicht bij het podium zat, viel het mee. Je werd behoorlijk opgenomen in het klankpalet. Wie achteraan zat, miste heel wat. De klank werd niet naar achteren toe versterkt en leek uit een andere kamer te komen. En die mooie beeldschermen boven het podium boden weinig troost, want er werd nauwelijks iets creatiefs mee gedaan.

 

Sting. Gehoord in het Sportpaleis te Antwerpen op 13/10.
Een dvd–opname uit Berlijn verschijnt eind november.