Het rapport Adriaenssens in 5 vragen en antwoorden
Foto: belga
Vandaag presenteerde Peter Adriaenssens het eindrapport van zijn commissie. Het is een zeer hard verslag geworden. Naast talrijke pakkende getuigenissen probeert het rapport voor sommige kwesties ook een verklaring te geven.

1. Hoe wijd verspreid is het seksueel misbruik in de kerk?

Bij de commissie-Adriaenssens kwamen in totaal 476 klachten binnen. De grootste groep van klachten kwam bij de Commissie binnen wanneer het nieuws van het misbruik door bisschop Vangheluwe bekend raakte. De feiten dateren vooral van de jaren ’50 tot jaren ’80. Twee derde van de slachtoffers zijn jongens.

Het aantal actuele dossiers is zeer beperkt. Er is slechts één dossier over een minderjarig slachtoffer naar justitie doorgestuurd. Een ander niet verjaard dossier over iemand die nog geen dertig jaar is, is naar het gerecht gestuurd.

2. Waarom hielden slachtoffers zo lang hun mond over het misbruik?

De angst wegens de nabijheid van de dader en de angst om niet geloofd te worden, waren groot. De slachtoffers die zich bij de Commissie kenbaar maakten, werden vooral misbruikt in een onderwijs- en opvoedingscontext: op internaten, ‘bijles’ op de kamer van de priesterleraar, … De dader stond heel dicht bij de kinderen.

Vele slachtoffers melden dat zij er zich als kind bewust van waren dat het voor hun ouders erg belangrijk was dat zij toegelaten waren door de priesters of paters tot een bepaald college. Anderen verwezen naar het belang dat hun ouders hechtten aan de geestelijke die vriend aan huis was, die geregeld kwam eten. Ze waren ook hun vrienden kwijt als ze (verplicht) van school moesten veranderen.

3. Waarom is het misbruik in kerkelijke kringen zolang onbesproken geweest?

Peter Adriaenssens vergelijkt het stilzwijgen van de Kerk met een moeder die door de dochter ingelicht wordt dat ze seksueel misbruikt wordt door haar vader. Ook al is de moeder ervan overtuigd dat het misbruik moet stoppen, tegelijk is ze totaal verrast dat het om haar eigen man zou gaan. Tegen de dochter zegt ze dat ze het niet kan geloven.

In de kerk bestaat er volgens de commissie ook geen taal om machtsmisbruik ter sprake te brengen. Een priester, een bisschop werkt in hoge mate zelfstandig met weinig toezicht. Bovendien rust er een groot gewicht op hun schouders om ervoor te zorgen dat de Kerk niet beschadigd wordt. Ze zijn verantwoordelijk dat het in hun bisdom of parochie goed loopt. Adriaenssens ziet in het zwijgen ook een probleem van de 'hele samenleving'.

4. Hoe moet de overheid optreden?

De commissie stelt voor dat de verjaringstermijn bij seksueel misbruik van minderjarigen wordt herbekeken. Er wordt ook gepleit voor een vertrouwenscentrum voor volwassenen.

5. Wat is het advies aan de kerk?

De commissie-Adriaenssens adviseert het begrip ‘commissie’ niet langer te gebruiken, omdat veel mensen de commissie verwarren met een parlementaire onderzoekscommissie. Een 'centrum' zou een betere woordkeuze zijn.

Het rapport adviseert ook de Kerk slachtoffers een aanwijsbare plaats te geven. Verschillende voorstellen worden in het rapport geopperd: een dag voor slachtoffers van de kerk, een plaats voor herinnering & gebed. De Kerk zou binnen haar eigen rituelen plaats moeten maken voor dit thema.

Ten slotte moet de Kerk zich bezinnen over hoe het meer transparantie kan brengen in de eigen organisatie.