Zilverpapier voor de missies
Foto: shutterstock
Doorheen de eerste helft van de twintigste eeuw, tot in de late jaren vijftig, spaarden Belgische kinderen massaal het zilverpapier waarin hun chocoladerepen zaten verpakt voor de missies in Congo. Wat deden die 'arme negertjes' toch met het zilverpapier?

Hun oogst brachten ze op gezette tijdstippen mee naar school, waar die werd ingezameld voor de missies in Congo. Wat die arme negertjes met dat zilverpapier konden aanvangen, daar had iedereen het raden naar. Maar mensen waren destijds nog wat gezagsgetrouwer dan nu, niemand stelde vragen. Ook niet over de postzegels die naarstig van enveloppen werden geweekt, ook al om het missiewerk te bekostigen.

Zilverpapier werd in die tijd onder meer voor militaire doeleinden gebruikt. Om de langegolfradioverbindingen van de vijand te verstoren, werd het bij bakken uit vliegtuigen gedropt. Maar daar werkten de missiepaters gelukkig niet aan mee. Het zilverpapier dat werd ingezameld voor de missies, zo verzekert met ons bij de paters scheutisten, ging nooit naar Congo. Het werd hier te lande te gelde gemaakt. In een – voor die tijd alvast – grootscheepse recyclage-actie. Tegenwoordig wordt zilverpapier van aluminium gemaakt, maar in de eerste helft van de vorige eeuw van een tinlegering genaamd stanniool (vandaar de Engelse benaming tinfoil). Dat ingezamelde ‘bladtin’ brachten de paters naar fabrieken waar het werd gesmolten om opnieuw te gebruiken.

Dat klinkt aannemelijk, alleen is er geen spoor terug te vinden van die fabrieken, en is er buiten Vlaanderen en Zuid-Nederland nergens ter wereld ooit een soortgelijke actie geweest. De redactie van het radioprogramma Jongens en Wetenschap heeft enkele jaren geleden een item aan het onderwerp gewijd, en zocht zich het pleuris naar enig bewijsmateriaal. ‘Er was gewoon niets te vinden’, herinnert presentator Sven Speybrouck zich. ‘Het recyclageverhaal valt niet uit te sluiten, maar de kans is mijns inziens groter dat het gewoon een bewustmakingsactie was. Laat de jeugd het zilverpapier rond hun snoepgoed sparen, dan praat je ze een schuldgevoel aan tegenover de armen in Afrika. Dan is de vraag natuurlijk: kieperde elke dorpspastoor al dat zilverpapier dan gewoon in de vuilnisbak? We zullen het wellicht nooit achterhalen.’

En de postzegels dan? Die werden gewoon verkocht op filateliebeurzen in parochiecentra wijd en zijd. Voor een habbekrats, want het ging altijd om afgestempelde exemplaren. Maar zo ging dat bij missiewerk: alle beetjes hielpen. 

Lees dit weekend de unieke Congo-krant van De Standaard waarin Marc Reynebeau, Zap Mama, David Van Reybrouck, Carl De Keyzer, Ronny Mosuse en vele andere Belgen én Congolezen een nieuw beeld van dit fascinerende land tonen.