Het gedicht 'Bericht aan de reizigers' van Jan van Nijlen in het groot aan de muur van het Centraal Station van Antwerpen: dat was de droom van journalist Johan Anthierens, een grote fan van de dichter.

Het gebeurde niet meer in Anthierens' leven - hij overleed tien jaar geleden - maar misschien komt het er binnenkort toch nog van. Schrijfster Brigitte Raskin herlanceerde het idee in haar opiniestuk, een open brief aan Anthierens, in De Standaard (DS 22 maart), waarna ook Radio 1-programma Mezzo zich achter de actie schaarde. 

De NMBS-verantwoordelijke van Antwerpen Centraal Paul Van Aelst toonde zich enthousiast: 'Het gaat over onze spoorwegen en ons station, daar zijn we gevoelig voor. We kunnen het zeker bekijken,' was zijn reactie. Raskin bracht nog aan dat Van Nijlen, die dan wel in Ukkel woonde, om de hoek van het Centraal Station in Antwerpen geboren was.

Mezzo maakt zich sterk het initiatief er tegen het einde van het jaar door te duwen.  

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.

uit Verzamelde Gedichten (1964) van Jan van Nijlen (1884-1965)