De Turkse staat tekent cassatieberoep aan tegen de vrijspraak van twee DHKP-C-beklaagden als leider of lid van een terroristische organisatie.

Turkije kan zich niet vinden in de vrijspraak door het Belgische gerecht van de DHKP-C-woordvoerder Bahar Kimyongür. De Turkse staat, die burgerlijke partij is in het DHKP-C-proces, laat cassatieberoep aantekenen tegen de uitspraak van 23 december van het hof van beroep in Brussel. Ook de vrijspraak van de leider van de DHKP-C-tak in België, Musa Asoglu, vindt geen genade in de ogen van Turkije.

De beslissing komt er op de valreep. Donderdag verstrijkt de termijn van 15 dagen om cassatieberoep aan te tekenen.

Turkije vindt dat er voldoende juridische argumenten bestaan om de vrijspraak wegens terrorisme van Kimyongür en Asoglu aan te vechten. Beiden stonden terecht wegens betrokkenheid bij bloedige terroristische aanslagen in Turkije. Kimyongür had als woordvoerder van de DHKP-C in België in juni 2004 een misgelopen bomaanslag in Istanboel vergoelijkt. Bij die aanslag kwamen drie onschuldige burgers om het leven.

Kimyongür werd volledig vrijgesproken. Asoglu kreeg drie jaar gevangenisstraf met uitstel omdat hij deel uitmaakt van een misdaadbende (de DHKP-C) die wapens en gestolen paspoorten in zijn bezit had.
Het Hof van cassatie heeft eerder twee uitspraken tegen de extreem-linkse Turkse groep verbroken, eenmaal een zware veroordeling (in Gent) en eenmaal een vrijspraak (in Antwerpen). Als het nog eens tot een verbreking komt, moet wellicht het hof van beroep in Gent het DHKP-C-proces overdoen. Dat zou dan het vijfde proces ten gronde tegen de Turkse groep zijn.