Beursanalyse voor beginners
Niemand kan de toekomst voorspellen, maar toch is dat precies wat beursanalisten dag in, dag uit proberen te doen.

U weet nu welke beleggingen er allemaal bestaan en waar en hoe u die kunt kopen. Maar hoe weet u of een aandeel of een fonds koopwaardig is? Een beknopte inleiding tot de financiële analyse...

Begin klein!

Een eerste belangrijke vraag is of u rechtstreeks op de beurs wilt beleggen, of dat u liever de omweg van een beleggingsfonds maakt. Of dat u de twee liefst combineert, want dat kan ook. 
 
Als u nog nooit belegd heeft, lijkt het een verstandige keuze om het grootste deel van uw portefeuille in beleggingsfondsen te stoppen. Met het resterende deeltje kunt u dan zelf eens wat experimenteren, om te zien of u er überhaupt tijd voor heeft, of u het leuk vindt en, uiteraard, om te zien hoe u het er als actieve belegger van af brengt. Indien u de smaak te pakken heeft, kunt u geleidelijk aan wat minder geld in fondsen stoppen en wat meer rechtstreeks beleggen.

 

Aandelen analyseren

Als u de stap naar aandelen gaat zetten, probeer dan niet louter af te gaan op vluchtige tips van anderen, maar maak uw eigen 'huiswerk'. Hier vind je een aantal bekende criteria om af te meten of een aandeel aantrekkelijk is of niet.

 

1. Dividendrendement

Het dividendrendement is erg gemakkelijk om te berekenen: deel gewoon het uitgekeerde dividend door de koers van het aandeel. Ter herinnering: het dividend is het stuk van de jaarlijkse winst dat door het bedrijf wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, als een ‘beloning’ voor het ter beschikking gestelde kapitaal. Soms spreekt men ook over het ‘couponrendement’. Dat komt omdat je vroeger het dividend moest innen door een bepaalde coupon af te knippen van je (papieren) aandeel. Tegenwoordig gebeurt dat allemaal elektronisch.
  • Het dividendrendement is een eenvoudige en goede maatstaf om aandelen onderling te vergelijken. Over het algemeen wordt aangenomen dat aandelen met een hoog dividendrendement te verkiezen zijn boven aandelen met een laag rendement. En niet alleen wegens het hogere rendement. Ook de totale return - of in mensentaal: de som van het dividendrendement en de koerswinst - zou volgens sommige onderzoekers hoger zijn voor aandelen die kunnen pronken met een hoog dividendrendement. Ergens is dat niet onlogisch: bedrijven die er jarenlang in slagen om een groot deel van hun winst aan hun aandeelhouders uit te keren, zijn doorgaans financieel gezond.
  • Houd er wel rekening mee dat de omvang en de jaarlijkse groei van het dividend onzekere factoren zijn. Als een bedrijf verlies maakt of door een moeilijke periode gaat, kan het beslissen om geen of slechts een klein dividend uit te keren.
  • Toch proberen veel beursgenoteerde bedrijven een min of meer voorspelbaar dividendbeleid te ontwikkelen, waarbij ze bijvoorbeeld hun best doen om het dividend elk jaar met een bepaald percentage te verhogen.
  • De omvang van het dividend — en dus ook van het dividendrendement — wordt doorgaans als brutocijfer vermeld, dus voor aftrek van de roerende voorheffing (spaarbelasting). In ons land bedraagt die 25%.
  • Wanneer u een buitenlands aandeel koopt, zal er twee keer roerende voorheffing worden afgehouden op het dividend: een keer in het buitenland en een keer in België. Daardoor houdt u soms maar een goede helft van het brutodividend over. Ons land heeft met heel wat landen wel een dubbelbelastingverdrag afgesloten waardoor je een deel van de buitenlandse voorheffing kan terugvorderen, maar dat is een tijdrovende en omslachtige procedure.
  • Wanneer u een aandeel opzoekt op de beurspagina’s van Standaard.biz, vindt u de dividendinformatie in de fiche bij het aandeel: Bij “couponbedrag” staat het laatst uitgekeerde bruto dividend, en bij “coupondatum” de datum waarop het werd uitgekeerd.
  • Ook de gespecialiseerde site Analist.be houdt actuele én historische informatie bij over het dividend en het dividendrendement.

2. Winst per aandeel en Koers-winstverhouding

De winst per aandeel (WPA) is de winst van een bedrijf gedeeld door het aantal aandelen die in omloop zijn. Het geeft dus aan hoeveel van de totale winst toekomt aan elk aandeel. Bemerk dat dit niet hetzelfde is als het dividend, omdat bedrijven doorgaans niet hun hele winst als dividend uitkeren. 
 
Op zich zegt de WPA niet zoveel over de aantrekkelijkheid van een aandeel. Veel interessanter is de koers-winstverhouding (K/W), die in het Engels wordt aangeduid als de Price/Earnings ratio (P/E). Om die te berekenen, moet je de beurskoers van het aandeel delen door de winst per aandeel.
 
De K/W is een maatstaf die aangeeft hoeveel keer je de winst moet neertellen om een aandeel te kunnen kopen. Hoe lager dit cijfer, hoe ‘goedkoper’ het aandeel, en vice versa. 

Een heel algemene vuistregel is dat een aandeel met een K/W onder de 15 relatief goedkoop is, en dat een verhouding boven de 25 op een duur aandeel wijst. Maar van dergelijke regeltjes mag je zeker geen koop- of verkoopbeslissing laten afhangen. In de praktijk zijn er tal van factoren die de K/W beïnvloeden:

  • Over welke sector gaat het? In ‘mature’ bedrijfssectoren die nog weinig langetermijngroei kennen, zullen de K/W’s structureel lager liggen dan in sectoren waar nog veel groei verwacht wordt.
  • De gezondheid van het bedrijf in kwestie. Een lage K/W kan er heel eenvoudig op wijzen dat een bedrijf in slechte papieren zit, en dat de beleggers verwachten dat de winst zal afkalven. 
  • De economische cyclus en het beurssentiment: in ‘optimistische tijden’, of wanneer het grote publiek massaal op de beurs speelt, zullen de K/W’s structureel hoger liggen dan in sombere tijden.
Informatie over de WPA en de K/W van een aandeel kan je op diverse sites vinden, bijvoorbeeld in de aandelenfiches op Analist.be.
 
Let wel op dat je appelen met appelen vergelijkt. Je kan een K/W berekenen op basis van de reeds gemaakte winst van het vorige jaar, maar ook op basis van de verwachte winst van het volgende jaar. Soms wordt de K/W berekend op basis van de nettowinst van het bedrijf, soms neemt men een ander winstcijfer als basis. Als je aandelen met elkaar vergelijkt, is het dus wel belangrijk om te weten over welke winst het precies gaat.

 

3. Boekwaarde 

De boekwaarde (BW) is, eenvoudig gezegd, de nettowaarde van een onderneming: de waarde van de eigendommen na aftrek van de schulden. Het geeft dus aan wat een bedrijf nog waard zou zijn indien je het ogenblikkelijk zou liquideren, de schulden zou afbetalen en de onderdelen te gelde zou maken. De boekwaarde per aandeel is de totale boekwaarde gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.
  • Zoals je een koers-winstverhouding kan berekenen, kan je ook een koers-boekwaardeverhouding berekenen (beurskoers gedeeld door de boekwaarde per aandeel). Levert dat een getal op dat veel kleiner is dan 1, dan betekent het dat je aandeel op de beurs minder waard is dan de boekwaarde, dus goedkoop. Is de koers vele malen groter dan 1, dan is het aandeel relatief duur.
  • Ook hier moeten we ervoor waarschuwen om niet alleen op dit cijfer af te gaan om een aandeel te kopen of te verkopen. Er kunnen goede redenen zijn waarom de koers-boekwaardeverhouding laag of hoog is. Die hebben doorgaans te maken met de pessimistische of optimistische verwachtingen over het bedrijf of over de markt waarin het bedrijf actief is.

4. Cashflow en het DCF-model

De cashflow of de kasstroom van een onderneming geeft weer hoeveel geld er netto in het bedrijf stroomt (of uit het bedrijf stroomt indien het cijfer negatief is). Dat een bedrijf boekhoudkundig winst boekt, betekent immers niet altijd dat het ook veel geld in kas heeft. Zo kan er geld ‘vastzitten’ in onbetaalde klantenfacturen of in voorraden die veel te groot zijn.
  • De cashflow is belangrijk om in te schatten of een bedrijf in staat zal zijn om bijvoorbeeld zijn schulden af te lossen, de lonen uit te betalen of broodnodige investeringen te financieren. Een bedrijf dat zijn cashflow gedurig ziet afnemen of dat een negatieve cashflow heeft, dreigt in de financiële problemen te komen, of zal genoodzaakt zijn om nieuwe schulden te maken om zichzelf aan de praat te houden.
  • Analoog aan de koers-winst- en de koers-boekwaardeverhouding kan je ook een koers-cashflowverhouding berekenen om aandelen onderling te vergelijken. 
  • Om de waarde van een onderneming (en dus van een aandeel) te bepalen, maken beursanalisten soms gebruik van een zogenaamd Discounted Cash Flow (DCF) model. Het komt erop neer dat je een inschatting maakt van de cashflows die het bedrijf in de volgende jaren zal boeken, en dat je die verwachte cashflows omrekent (verdisconteert) naar euro’s van vandaag.

5. Beta

De Griekse letter beta wordt gebruikt om aan te geven hoe volatiel de koers van een bepaald financieel instrument is in vergelijking met het marktgemiddelde. De berekening is een moeilijke statistische oefening waarop we hier niet ingaan. Belangrijk is vooral te weten hoe je de beta moet interpreteren wanneer je het ergens tegenkomt:
  • beta > 1: als de markt stijgt (daalt), zal het aandeel in een nog grotere mate stijgen (dalen). Een beta van 1,1 betekent dat een aandeel het gemiddeld 10% beter doet dan de markt als de markt opwaarts beweegt, en gemiddeld 10% slechter als de markt daalt.
  • beta < 1: als de markt stijgt (daalt), zal het aandeel in een mindere mate stijgen (dalen). Een beta van 0,9 betekent dat een aandeel het gemiddeld 10% slechter doet dan de markt als de markt opwaarts beweegt, en gemiddeld 10% beter als de markt daalt.
  • beta = 1: het aandeel volgt de marktbewegingen.
  • beta < 0: als de markt stijgt (daalt), zal het aandeel dalen (stijgen).
  • beta = 0: het aandeel beweegt zich totaal onafhankelijk van de markt. 
Je kan een beta niet alleen berekenen voor een aandeel, maar ook voor een fonds of een complete beleggingsportefeuille. De beta is een belangrijke maatstaf om het risico van een belegging weer te geven. 

 

6. Adviezen

Aandelenanalyse is een moeilijk en tijdrovend werk, waarbij je bovendien snel op de bal moet kunnen spelen wanneer er belangrijk nieuws is rond een bepaald aandeel. Gelukkig zijn er dagelijks vele honderden professionele analisten in de weer met het analyseren van aandelen. Op basis van die analyses geven ze dan bepaalde adviezen. Een selectie hiervan kunt u dagelijks terugvinden in de buy/sell-ticker op onze site, en in de buy/sell rubriek op www.standaard.biz/buysell.
 
Maar opnieuw is de boodschap dat je die adviezen moet relativeren en ze zeker niet klakkeloos mag volgen:
  • De adviezen die u dagelijks te zien krijgt, zijn slechts een heel korte samenvatting van de uitgebreide rapporten die bankanalisten maken. Die analistenrapporten bevatten vaak heel wat meer nuances en uitleg dan het eenvoudige woordje ‘buy’ of ‘sell’.
  • Bovendien worden deze analyserapporten eerst meegedeeld aan klanten van de bank die hiervoor betalen. Zij krijgen dan als eersten de kans om koop- of verkooporders te plaatsen, en pas daarna wordt het advies publiek verspreid. Soms gebeurt het dat een analistenrapport een positieve of negatieve impact heeft op een beurskoers, maar als gewone belegger kom je te laat om daarop in te spelen.
  • Houd er rekening mee dat bedrijven hun uiterste best proberen te doen om het oordeel van analisten positief te beïnvloeden. Wanneer een analist positieve geluiden opvangt bij het management van een bedrijf, neem je dat best met een korreltje zout.
  • Toch kunnen deze adviezen hun nut hebben als aanvullende informatie wanneer je je een oordeel probeert te vormen over een bepaald aandeel. Soms vind je in de analistenrapporten ook nuttige informatie waar je zelf nog niet achter gekomen was. 

7. Technische analyse

Technische analyse is het zoeken naar patronen in historische aandelenkoersen om daaruit toekomstige bewegingen te voorspellen. Technische analisten gaan ervan uit dat die patronen iets vertellen over het kuddegedrag en de massapsychologie van beleggers, én dat dezelfde patronen op de beurs steeds terugkeren. Technische analyse wordt vooral gebruikt om bewegingen op korte termijn te voorspellen. Hoewel de methode veel critici heeft, wordt ze ook in de professionele beurshandel gebruikt als aanvullend analyse-instrument.
 
Of technische analyse nu werkt of niet, het is een heel aparte discipline die we hier niet in detail kunnen bespreken. Een inleidende online cursus vind je op de site BC Investments.

 

8. Tot slot

Eén belangrijke raad wanneer je zelf aandelen gaat bestuderen: kijk vooruit. Niemand kan de toekomst voorspellen, maar toch is dat precies wat beursanalisten dag in, dag uit proberen te doen. Bij succesvol beleggen komt het er immers op aan om de ‘verborgen waarde’ van aandelen te ontdekken: eigenschappen of troeven die de andere beleggers (nog) niet gezien hebben, en die daardoor nog niet in de beurskoers tot uiting komen. De cijfers uit het verleden kent iedereen, dus daar heb je niet veel aan.
 
Om te winnen op de beurs komt het erop aan om de beste inschatting te maken van de toekomstige waarde van bedrijven, en op basis daarvan die aandelen te kopen die op de beurs het meest ‘ondergewaardeerd’ zijn. Waarbij je natuurlijk altijd in het achterhoofd moet houden dat je analyse er compleet naast kan zitten, of dat andere beleggers misschien informatie hebben waarover jij niet beschikt...

 

Economische analyse

Zelfs de meest ervaren aandelenanalist kan verlies boeken op zijn selectie van beste aandelen, als hij geen rekening houdt met het macro-economische plaatje. Macro-economie is de studie van een groot economisch systeem, zoals de economie van een land of zelfs de hele wereldeconomie.

Zoals we eerder uitlegden, zijn beurskoersen voor een groot deel afhankelijk van de algemene economische toestand. En als die aan het verslechteren is of dreigt te verslechteren, dan zal ook de beurs als geheel terrein verliezen. De aandelen van 'goede' bedrijven moeten dan als het ware mee in bad.

Een beetje economische feeling is daarom een must als je actief op de beurs wilt beleggen. Dit zijn enkele belangrijke parameters die je in de gaten moet houden.

Rente

  • Het niveau van de intrestvoeten is van cruciaal belang voor elke economie. Een lage rente moedigt bedrijven en consumenten aan om geld te lenen waarmee ze kunnen investeren en consumeren, wat de economie en de beurs stimuleert. Een hoge rente kan dan weer verstikkend werken en de economie en de beurs afremmen.
  • Een hoge rente maakt het voor beleggers ook aantrekkelijker om hun geld in vastrentende beleggingen te stoppen, wat ten koste gaat van de vraag naar aandelen. Ook dat heeft dus een negatief effect op de aandelenbeurs.
  • Een stijgende rente doet ook de koersen van bestaande obligaties (op de secundaire markt) dalen. Immers, in vergelijking met de rente die je kunt krijgen op nieuwe obligaties (op de primaire markt) worden die bestaande obligaties dan minder aantrekkelijk
  • De meeste rentetarieven worden bepaald door vraag en aanbod op de markt. Net zoals je beursindexen hebt om het algemene beursklimaat te omschrijven, heb je ook bepaalde indices die als referentie gebruikt worden om het renteklimaat weer te geven.
  • Doorgaans wordt er een onderscheid gemaakt tussen de kortetermijnrente (de rente op leningen met een looptijd tot pakweg een jaar) en de langetermijnrente (vanaf pakweg zeven jaar, typisch 10 jaar).
  • Vooral de langetermijnrente heeft invloed op de economie en op de financiële markten. Toch is ook de kortetermijnrente van belang, omdat die doorgaans de bewegingen van de lange rente voorafgaat, én omdat de overheid in staat is om die kortetermijnrente bij te sturen. Dat laatste is de taak van centrale banken, zoals de Europese Centrale Bank (ECB) of de Amerikaanse Federal Reserve. Deze instellingen spelen zelf bankier voor de commerciële banken, en kunnen via hun rentebeleid de rentevoeten in de hele economie beïnvloeden. renteb'eslissingen van de centrale bank worden daarom altijd met argusogen gevolgd door de beurs, en kunnen soms tot grote koersschommelingen leiden. Hieronder lees je meer over het 'monetaire beleid' dat centrale banken nastreven.  

Groei en inflatie

  • Overheden streven er doorgaans naar om de economie van hun land maximaal te laten groeien, omdat dit meer welvaart creëert voor de inwoners. Maar, hoe vreemd het ook lijkt, te veel groei kan de economie ook schade toebrengen. Wanneer de vraag in een economie zo hoog ligt dat het aanbod niet kan volgen, leidt dit tot aanbodtekorten en veralgemeende prijsstijgingen. Dat fenomeen staat bekend als inflatie en kan, als de inflatie te hoog oploopt, ontwrichtende gevolgen hebben voor de economie. Groei en inflatie zijn dus twee zijden van dezelfde medaille, en overheden streven ernaar om een maximale groei te combineren met een zo laag mogelijke inflatie.
  • Die taak is vooral weggelegd voor de centrale bank. Door de kortetermijnrente bij te sturen, kan de bank de groei proberen te stimuleren of juist de inflatie proberen in te dammen, al naargelang de economische toestand.

Olie, grondstoffen, wisselkoersen

  • Ook de prijzen van aardolie en andere energiebronnen en grondstoffen hebben een belangrijke invloed op de economie en de beurs. Denk maar aan de oliecrisis van de jaren '70, die één van de zwaarste beursdalingen van de eeuw tot gevolg had.
  • Wisselkoersen kunnen dan weer invloed hebben op de economische verhoudingen tussen landen of regio's, maar ook tussen bedrijven en sectoren. Een dure euro maakt Europese producten in andere landen duurder en is dus een slechte zaak voor de Europese exporteurs. Bedrijven die veel grondstoffen kopen in de dollarzone zijn dan weer wel gebaat met een sterke euro. Houd ook rekening met die wisselkoersverwachtingen wanneer je belegt in effecten van buiten de eurozone.

Bedrijfswinsten

Ratio's zoals de koers-winstverhouding kan je niet alleen toepassen op individuele aandelen, maar ook op de beurs als geheel. De gemiddelde K/W van alle aandelen in een index kan een goede indicatie geven of de beurs over- of ondergewaardeerd is. De koers-winstverhoudingen vertonen door de jaren heen typisch een op- en neergaand patroon, in functie van de economische cycli. Vaak ligt de K/W op de beurs ook hoger in periodes van een lage rente, en vice versa.

Onderstaande grafiek geeft dat mooi weer. Je merkt er ook hoe de beurscrash van 1929 en de dotcomcrisis van 2000 werd voorafgegaan door een periode van 'onrealistisch' hoge koers-winstverhoudingen.

Beleggingsstijlen

Soms hoor je wel eens spreken over beleggers of fondsen die een bepaalde 'beleggingsstijl' volgen. Dat is een duur woord om aan te geven dat ze gespecialiseerd zijn in een bepaald type aandelen.

  • Een bekend onderscheid is dat tussen 'value' en 'growth', of 'waarde-aandelen' en 'groeiaandelen'. De eerste soort zijn aandelen waarvan de koers lager is dan de waarde die de analist heeft berekend. De tweede soort zijn aandelen van bedrijven die volgens de analist een hogere groei zullen kennen dan de markt momenteel verwacht. In sommige beursperiodes presteren waarde-aandelen over het algemeen goed, in andere periodes - denk maar aan de technologiehype van eind de jaren negentig - merk je dat de groeiaandelen het gemiddeld beter doen. Groeiaandelen hebben typisch een hoge k/w en waarde-aandelen een lage k/w.
  • Een ander onderscheid is dat tussen aandelen met een kleine, middelgrote of grote beurskapitalisatie: small caps, mid caps en large caps. Kleine en middelgrote aandelen worden vaak minder goed gevolgd door analisten en zijn daardoor soms relatief goedkoop. Daar staat tegenover dat informatie over kleine aandelen soms moeilijker te vinden is. Grote beleggers laten ze vaak links liggen omdat de aandelen moeilijk verhandelbaar zijn.
  • De begrippen 'top down' en 'bottom up' hoor je ook wel eens uit de mond van beursanalisten. Een top down-analist is iemand die eerst het grote economische plaatje bestudeert en die op basis daarvan bepaalde sectoren, munten of types aandelen kiest. Een bottom up-analist is iemand die aandelen selecteert op basis van een gedegen analyse van individuele bedrijven, en daarbij weinig of geen rekening houdt met de algemene economische trends. Beide stijlen kunnen uiteraard wel gecombineerd worden.
  • Momentumbeleggers zijn beleggers die proberen mee te surfen op de golven van de beurs. Ze houden zich niet zozeer bezig met de analyse van individuele aandelen, maar proberen snel in te spelen op aandelen die plots fors beginnen te stijgen, in de hoop om nog een stukje van die stijging mee te pikken. Het zal u niet verbazen dat momentumbeleggers vaak gebruik maken van technische analyse. Vaak zijn het zogenaamde 'daytraders' die binnen één bepaalde beursdag winst proberen te maken met een snelle aan- en verkoop van aandelen.

Bekende beursstrategieën

Beleggen is altijd een beetje de zoektocht naar de gouden graal geweest. Academici en professionele beleggers houden zich al decennialang bezig met de vraag of het mogelijk is om gedurende een langere periode de beurs te verslaan. Ze goten hun theorieën in allerlei beleggingsstrategieën die in het verleden soms wel en soms niet hun nut hebben bewezen. Een overzicht van een paar bekende strategieën en methodes: 

 

1. Volg de index!

De eenvoudigste theorie is dat het gewoon onmogelijk is om structureel beter te doen dan het beursgemiddelde. Omdat je nooit slimmer kan zijn dan alle andere beleggers ter wereld, heeft het gewoon geen zin om er je tijd in te steken. Wie op de beurs wilt spelen, zeggen de aanhangers van deze theorie, kunnen dus maar beter gewoon de markt volgen: stop je spaarcenten in een paar goedkope indexfondsen en volg de grillen van de beurs. Misschien zal je een tijdlang in het rood staan, maar als je lang genoeg wacht, zal je rendement een stuk hoger liggen dan wanneer je je geld in ‘veilige’ beleggingen had gestopt.
 
Een iets minder strikte variant is de zogenaamde ‘kern-satelliet’-benadering: de kern van je vermogen bestaat uit indexfondsen waar je niet hoeft naar om te kijken, maar daarnaast kan je een paar ‘actieve’ portefeuilles samenstellen waarmee je toch probeert om de beurs te kloppen. 

 

2. Kopen en bijhouden

Buy and Hold betekent gewoon dat je aandelen koopt die volgens jouw analyse zwaar ondergewaardeerd zijn en een mooi toekomstpotentieel hebben, en dat je die bijhoudt totdat de onderwaaring is weggewerkt (of er zelfs een overwaardering optreedt).
 
Buy and Hold-beleggers zijn typisch langetermijnbeleggers die zich weinig aantrekken van tussentijdse bewegingen op de beurs. De ‘peetvader’ van de Buy and Hold is de Amerikaan Warren Buffet, één van de rijkste mensen ter wereld. Hij verdiende zijn fortuin door als jonge snaak te investeren in een handvol bedrijven en die aandelen jarenlang, zelfs decennialang te laten groeien. Hij herbelegde al zijn dividenden en winsten opnieuw in de beurs en slaagde er zo in om schatrijk te worden.

 

3. Kies voor dividendrendement

Volgens sommige onderzoeken zijn aandelen met een hoog dividendrendement te verkiezen boven aandelen met een laag rendement. En niet alleen wegens het hogere rendement. Ook de totale return - of in mensentaal: de som van het dividendrendement en de koerswinst - zou fraaier zijn voor aandelen met een hoog dividendrendement.
 
In de Verenigde Staten is op die basis een heuse beleggingsstrategie ontwikkeld, namelijk de Dogs of the Dow. Die schrijft voor dat je één keer per jaar, op een vaste datum, de tien Dow Jones-aandelen moet kopen met het hoogste dividendrendement. Telkens als er een jaar voorbij is, moet de portefeuille vervangen worden door de tien nieuwe dividendkampioenen. Voor het overige gebeuren er geen transacties. Ondanks haar eenvoud blijkt deze strategie zeer performant te zijn: sinds 1973 presteerde de Dogs of the Dow-aandelenselectie bijna elk jaar beter dan de grote beursindexen. En ook in Europa werd al diverse keren aangetoond dat deze strategie op lange termijn werkt.
 
De verklaring hoeft volgens aanhangers van deze beleggingsmethode niet ver gezocht te worden. Volgens hen heeft het ermee te maken dat het hoge dividendrendement niet zozeer het gevolg is van een abnormaal hoge coupon, maar wel een uiting is van een te lage koers voor het aandeel. En die achterstand moet vroeg of laat bijgebeend worden via een koersopstoot. Vandaar ook de superieure koersprestaties.
 
Bovendien leveren de uitgekeerde dividenden een substantiële bijdrage tot de totale return van een aandelenportefeuille. Belangrijk hiervoor is wél dat de ontvangen dividenden systematisch herbelegd worden in nieuwe aandelen. Op die manier kunnen de herbelegde coupons op hun beurt mee winst opbrengen, wat een sneeuwbaleffect teweegbrengt.
 
Toch blijft het ook oppassen met sommige dividendaandelen. Want soms kan een te hoog dividend ook op dreigend onheil wijzen. Kijk maar naar Fortis: In juni 2008 prijkte dat aandeel nog op een eervolle tweede plaats in de rendementsrangschikking, enkele maanden later was de bankverzekeraar zo goed als failliet.

 

4. Gevallen engelen

Sommige beleggers zweren bij Fallen Angels of ‘gevallen engelen’: aandelen die lange tijd de status hadden van kwaliteitsaandeel, maar die om de ene of de andere reden uit de gratie zijn gevallen bij de beleggers, en daardoor hun koers zagen vallen.
 
Het klinkt plausibel, maar deze strategie vereist wel stalen zenuwen, want je moet aandelen kopen op het moment dat iedereen ze afschrijft. Meestal komen die bedrijven op dat moment ook erg negatief in de media (de koersval is vaak toe te schrijven aan een bepaald nieuwsfeit dat door de markt heel negatief geïnterpreteerd wordt).
 
Wie gevallen engelen koopt, moet dus erg zeker zijn van zijn zaak. Je moet ervan overtuigd zijn dat de rest van de markt overdrijft en dat de koersinzinking slechts een tijdelijk fenomeen is. Probeer je koopbeslissing dan ook te onderbouwen met zoveel mogelijk objectieve informatie, zoals de vaststelling dat het bedrijf een gezonde cashflow heeft, of dat de koers ver onder de boekwaarde is gezakt.
 
Vergeet ook niet om een gevallen engel weer te verkopen wanneer de onderwaardering weggewerkt is. je kan bijvoorbeeld al meteen een verkooporder (met limietkoers) ingeven wanneer je het aandeel hebt gekocht.

 

5. Wees tegendraads!

De strategie van de gevallen engelen kan je ook toepassen op de hele markt in plaats van op individuele aandelen. Het komt erop neer dat je in aandelen moet beleggen op de ogenblikken dat de rest van de wereld de beurs helemaal heeft afgeschreven, en dat de kranten bol staan van de berichten over crashes, bankencrisissen en ander onheil. Zo’n tegendraadse of ‘contrarian’ strategie heeft al heel vaak haar nut bewezen, maar ook hier moet je natuurlijk een ijzeren wil, stalen zenuwen en voldoende tijd hebben.
 
Het grote probleem is dat je nooit precies het goede instapmoment kunt bepalen. Wanneer je aandelen koopt in zo’n turbulente periode, kan het best zijn dat de beurs eerst nog veel verder zakt vooraleer ze stabiliseert. En daarna kan het nog eens erg lang duren voor de rit naar boven weer begint. Dit zijn alvast enkele tips om je koelbloedigheid te bewaren:
  • Spreid je aankopen in de tijd. Wanneer je denkt dat de beurs een koopje geworden is, moet je niet meteen al je centen investeren. Doe het geleidelijk, zodat je telkens een stukje bijkoopt wanneer de koersen nog lager zakken.
  • Selecteer en diversifieer. Koop een brede mix van aandelen, maar vermijd aandelen van bedrijven waarvan je denkt dat ze de beurscrisis misschien niet zullen overleven. Probeer daarentegen uit te vissen welke ondernemingen als eersten zullen profiteren van een economisch herstel, en welke ondernemingen sterker uit de crisis zullen komen.
  • Geduld! Denk erom dat je alleen geld belegt dat je voor een hele tijd kunt missen. Want soms moet je echt jaren wachten vooraleer de beurs weer op haar effen is.
  • Minstens even moeilijk als het juiste instapmoment vinden is het juiste uitstapmoment bepalen. Ook hier moet je je tegendraadse houding aanhouden. Als de beurs een plaats wordt waar iedereen denkt snel geld te kunnen verdienen, dan is het tijd om je als tegendraadse belegger uit de voeten te maken.

Fondsen kiezen

Zoals we eerder schreven, zijn beleggingsfondsen een goede keuze indien je niet genoeg tijd en/of geld hebt om zelf een actieve portefeuille te beheren. Het beheer van de beleggingen in een fonds gebeurt immers door speciaal daarvoor aangestelde specialisten en analisten. En zelfs met een klein bedrag kan je al profiteren van de ruime risicospreiding die eigen is aan een fonds. Maar hoe kies je beleggingsfondsen? 
 
Om te beginnen moet je een goed idee hebben van je risicoprofiel en van het gewicht dat diverse soorten beleggingen in je portefeuille mogen hebben (aandelen, obligaties, termijnrekeningen, vastgoed,...). Vervolgens kan je in elk van die categorieën wat persoonlijke accenten leggen. Bijvoorbeeld: je beslist dat aandelen 30% van je totale portefeuille zullen uitmaken, en dat die aandelencomponent voor 50% Europese aandelen moet bevatten, en voor telkens een kwart Amerikaanse en Aziatische aandelen.
 
Goed om weten is dat er verschillende soorten fondsen bestaan waarmee je aan de slag kunt:

 

Gemengde fondsen

  • Dit zijn fondsen die beleggen in een mix van activa, meestal aandelen en obligaties, in een min of meer vaste verhouding. 
  • Zo’n gemengde fondsen zijn een goede oplossing indien u alleen de grote verhoudingen in uw portefeuille wilt vastleggen, en de concrete invulling liever over laat aan de fondsbeheerder. 
  • Gemengde fondsen kunnen ook dienen als de kern van een portefeuille in een ‘kern-satelliet’-benadering (zie hierboven). 
  • Een gemengd fonds dat veel obligaties bevat, zal in de naamgeving vaak als ‘Defensief’ omschreven worden. Fondsen die vooral aandelen bevatten, krijgen meestal namen mee als ‘Dynamisch’ of ‘Agressief’. Is de verhouding ongeveer 50/50, dan wordt er meestal gesproken over een ‘Neutrale’ spreiding. 

Gespecialiseerde fondsen

Daarnaast heb je tal van fondsen die zich specifiek toeleggen op een bepaalde specialiteit:
  • Aandelenfondsen die gespecialiseerd zijn in een bepaald land of een bepaalde regio (Japan, Azië, Latijns-Amerika,...)
  • Aandelenfondsen die gespecialiseerd zijn in een bepaalde sector (technologie, farmaceutica,...)
  • Obligatiefondsen die beleggen in een bepaalde munt (euro, dollar,...)
  • Fondsen die alleen beleggen in aandelen met een kleine / middelgrote / grote beurskapitalisatie (Small Caps, Mid Caps en Large Caps)

Fondsen van fondsen

Een ‘fund of funds’ of ‘Fonds van fondsen’ is een beleggingsfonds dat zelf weer belegt in een selectie van beleggingssfondsen. De taak van de fondsbeheerder bestaat er dan in om de beste fondsen van de markt te kiezen. Houd er wel rekening mee dat je twee keer kosten betaalt: een keer voor het beheer van het overkoepelende fonds, en een keer voor het beheer van de fondsen waarin dat fonds zelf belegt.

Open architectuur

In ons land zijn er vele duizenden beleggingsfondsen te koop, maar helaas bieden niet alle banken de vrijheid om al die fondsen aan te kopen. Sommige instellingen geven er de voorkeur aan om alleen fondsen van eigen makelij aan de man te brengen.

De laatste jaren is er wel sprake van een trend naar meer openheid, waarbij je als klant de keuze krijgt uit een groot aantal fondsen, zowel van de eigen bank als van derde partijen. In het fondsenwereldje noemen ze dat  'open architectuur'. Als je via fondsen wilt beleggen, laat je dit aspect best doorwegen in de beslissing bij welke bank of beursvennootschap je je geld parkeert.

Informatie over fondsen

Heb je een goed idee van hoe je je fondsenportefeuille wilt samenstellen, dan kan je op zoek gaan naar fondsen die aan je wensen voldoen. Een goed hulpmiddel daarvoor is de fondsenzoeker op Standaard.biz. Die laat toe om een database van meer dan 10.000 fondsen te doorzoeken. Een woordje uitleg:
  • Onder ‘Categorie’ kan je verschillende criteria ingeven om je zoekopdracht te verfijnen. 
  • 'Benchmark’ verwijst naar een bepaalde beursindex (of een combinatie van beursindexen) die het fonds als referentie opgeeft. Het fonds stelt zich doorgaans tot doel om het minstens even goed te doen als zijn benchmark.
  • Kap/Dis is de afkorting van ‘Kapitalisatie / Distributie’. Een kapitalisatiefonds (in de naamgeving vaak aangeduid met de letter k) is een fonds dat geen jaarlijks dividend uitkeert, maar dat de gemaakte winst gewoon bij het kapitaal voegt en herbelegt. Een distributiefonds of uitkeringsfonds (in de naamgeving vaak aangeduid met de letter d of u) keert wel jaarlijks een stukje van de winst uit. Kapitalisatiefondsen zijn fiscaal voordeliger omdat de gemaakte winst tot uiting komt in een hogere koers, en koerswinsten worden in ons land niet belast. Op het dividend van een distributiefonds daarentegen wordt wel 25% roerende voorheffing afgehouden.
  • Onder ‘Rendement’ kan je fondsen filteren op basis van de gehaalde rendementen (omgerekend in euro, op jaarbasis).
  • Onder ‘Rating & Risks’ kan je filteren volgens het risicoprofiel van een fonds. De ‘kronen’ geven een algemene indicatie over de prestaties van het fonds in vergelijking met andere fondsen. Hoe meer kronen, hoe beter een fonds erin is geslaagd om een bovengemiddeld rendement te koppelen aan een lager dan gemiddelde volatiliteit. De ‘Sharpe Ratio’ wordt gebruikt om te beschrijven in hoeverre het extra rendement het extra risico compenseert. Hoe hoger de ratio, hoe hoger het extra rendement dat het fonds genereert om een bepaald risico te nemen. De ‘volatiliteit’ geeft weer hoe beweeglijk het fonds zich gedraagt. Het is dus een maat voor de omvang van de potentiële koersschommelingen die je te wachten staan.
Meer info over fondsen en risicobeheer lees je in dit artikel op Morningstar.
 

Lees ook