Waarin kan ik beleggen?
Elk beleggingsproduct heeft specifieke eigenschappen.

In de eerste aflevering van dit dossier maakte u kennis met de basisbegrippen ‘rendement’ en ‘risico’. In deze aflevering maakt u kennis met de diverse beleggingsproducten en hun eigenschappen, voor- en nadelen.

1. Spaarrekening 

De alombekende spaarrekening is ideaal om wat spaargeld te parkeren dat u achter de hand wil houden voor een onvoorziene omstandigheid. Op de spaarrekening wordt jaarlijks rente uitgekeerd.

 

Voordelen

  • De eerste schijf intresten van 1.730 euro is vrijgesteld van de spaarbelasting (roerende voorheffing).
  • Zeer veilig. Zelfs als de bank failliet gaat, hebt u de zekerheid dat u uw geld terugkrijgt zolang u de drempel niet overschrijdt van de wettelijke depositobescherming. Die is momenteel 100.000 euro per persoon en per bank. Lees hier meer over de depositobescherming.
  • Flexibel: u kunt op elk ogenblik geld bijstorten of afhalen.

Nadelen 

  • Relatief lage rentevergoeding in vergelijking met andere spaarproducten.
  • De intrestvoet kan elk ogenblik veranderen.
  • De intrestvergoeding wordt wettelijk geplafonneerd en zit dikwijls ingewikkeld en ondoorzichtig in elkaar.
  • Wanneer u geld afhaalt, zit het er dik in dat u uw recht op de aangroeipremie verliest.

Meer weten?

  • Neem een kijkje in ons Dossier Sparen voor meer informatie over spaarrekeningen en voor de beste rentevoeten op de markt.
  • De Europese spaarrichtlijn die sinds 1 januari 2009 van kracht is, legt onder meer vast hoe hoog de basisrente op spaarrekeningen maximaal mag zijn. De richtlijn bevat ook een paar addertjes onder het gras.

2. Staatsbons 

Staatsbons zijn geschikt voor mensen die hun centen een tijdje kunnen missen en die geen risico willen lopen. Ze hebben een staatsgarantie en zijn dus erg veilig, maar de rentevoet ligt doorgaans niet erg hoog. De Staat geeft slechts vier keer per jaar nieuwe staatsbons uit. Maar via uw bank kunt u op elk ogenblik eerder uitgegeven staatsbons kopen.

 

Voordelen

  • Het rendement is vooraf gekend én gegarandeerd tot de einddatum.
  • Er is geen risico voor uw inleg als u de staatsbons tot de einddatum behoudt. Het risico van een faillissement van de Staat is zo goed als onbestaand.
  • U kunt staatsbons zonder probleem aan iemand anders doorstorten.
  • U kunt de staatsbons makkelijk verhandelen op de secundaire obligatiemarkt, de markt voor 'tweedehandsstaatsbons'. Lees er hier meer over.

Nadelen

  • Als de marktrente stijgt, kunt u daar niet op inspelen. Uw geld zit dus tot de einddatum van de staatsbon vast aan de lagere rente.
  • Er wordt 15 procent roerende voorheffing ingehouden op de intrest.
  • U hebt weinig keuze qua beleggingsduur. Bij elke uitgifte worden slechts een paar looptijden vastgelegd waaruit u kunt kiezen. 

3. Kasbons & Termijnrekeningen 

Beleggingen voor wie geen risico wil lopen en zijn geld een tijdje kan missen. De kasbon en de termijnrekening lijken op de staatsbon, maar ze worden uitgegeven door commerciële banken.

 

Voordelen

  • Het rendement is vooraf gekend én gegarandeerd tot de einddatum.
  • Er is geen risico voor uw inleg als u de belegging tot de einddatum aanhoudt. En als de bank failliet gaat, is er de wettelijke depositobescherming.
  • U kunt kasbons zonder probleem aan iemand anders doorstorten.
  • Met een termijnrekening hebt u veel mogelijkheden qua beleggingsduur.
  • Een termijnrekening kunt u ook openen in een andere munt dan de euro. Het minimumbedrag ligt dan wel vaak hoog, en pas ook op voor extra kosten.

Nadelen

  • Als de marktrente stijgt, kunt u daar niet op inspelen. U kunt natuurlijk vóór de einddatum uw kasbon verkopen of het geld van de termijnrekening vervroegd opvragen, maar dat kost u geld.
  • Er wordt 15 procent roerende voorheffing ingehouden.
  • Een termijnrekening kunt u niet doorgeven.

Meer weten?

Neem een kijkje in ons Dossier Sparen voor meer informatie over termijnrekeningen en kasbons, en voor de beste rentevoeten op de markt.

4. Spaarverzekering 

De spaarverzekering (of tak 21) is een spaarformule die wordt aangeboden door verzekeraars. De rentevergoeding bestaat uit twee componenten: een gegarandeerde rente die op voorhand bekend is, en een variabele winstdeelname die pas op het einde van het jaar bekend is.
 
Ook tak 21-producten kunnen bij een faillissement van de verzekeraar beschermd worden tot 100.000 euro. Daarvoor heeft de overheid een apart beschermingsfonds opgericht dat voorziet in een verzekering op vrijwillige basis, indien de verzekeraar bijdraagt tot het fonds. Vanaf 1 november 2011 zal de aansluiting bij dit fonds verplicht worden voor de verzekeraars, maar voor die datum is het belangrijk om na te gaan of uw verzekeraar is aangesloten. Meer informatie over de depositobescherming leest u in dit artikel of op de website van Bankshopper.be.
 

Voordelen

  • Er is geen risico voor uw inleg (na aftrek van de kosten weliswaar).
  • De rente is gegarandeerd (doorgaans voor 8 jaar).
  • De intresten zijn belastingvrij na de eerste 8 jaar.
  • Het rendement kan op langere termijn hoger liggen dan met een risicoloze belegging.
  • De looptijd van 8 jaar geldt enkel voor de eerste storting. Zodra die acht jaar en één dag belegd is gebleven, is de opbrengst van de hele som die u geïnvesteerd hebt belastingvrij, dus ook de bedragen die u pas enkele maanden voor het verstrijken van die termijn hebt bijgestort. Handige beleggers openen zo’n verzekering voor een periode van 99 jaar en beleggen er aanvankelijk maar een minimumbedrag in. Pas na 8 jaar beginnen ze de Tak 21 als een soort superspaarboekje te gebruiken.

Nadelen

  • Op elke storting – ook de eerste – worden kosten afgehouden (meestal tussen 1 en 3 procent) en u betaalt ook telkens een taks van 1,1 procent.
  • Geregeld geld bijstorten of afhalen mag in theorie dan al mogelijk zijn, door de kosten en de taks is dat niet interessant. Als u de eerste jaren geld opneemt, zijn er uitstapkosten en de eerste 8 jaar wordt er ook nog eens roerende voorheffing ingehouden op de vergoeding.
  • U kunt de roerende voorheffing in principe pas vermijden als de belegging ten minste 8 jaar heeft gelopen.
  • De toekenning van een eventuele bonus is niet doorzichtig.
  • Onvoorspelbaar: u weet vooraf niet hoeveel de formule uiteindelijk zal opbrengen.

5. Obligaties 

Obligaties zijn schuldbewijzen die worden uitgegeven door de overheid (staatsobligaties) of door commerciële bedrijven (bedrijfsobligaties). Je leent een bepaald bedrag aan de emittent, en die verbindt zich ertoe om dit bedrag over een bepaalde tijd (de looptijd van de obligatie) terug te betalen. Tijdens de looptijd ontvang je een periodieke (vaak jaarlijkse) rente. Er bestaan heel veel diverse vormen obligaties, met een uiteenlopend risicoprofiel.

 

Belangrijke kenmerken van obligaties

  • De kredietwaardigheid van de uitgever (emittent) van de obligaties: gaat het om een overheidsinstelling uit een politiek stabiel land, of om een bedrijf dat over enkele jaren misschien failliet kan zijn? Hoe lager de kredietwaardigheid van de emittent, hoe meer rente hij zal moeten bieden om de beleggers te overtuigen, en hoe meer kans dat die beleggers (een deel van) hun centen niet zullen terugzien.
  • De munteenheid. Als dat een andere munt is dan de euro, loopt u een wisselkoersrisico (de kans dat de koers van die munt tijdens de looptijd zal stijgen of dalen).
  • De looptijd
  • Meer info over de kenmerken en de prijsvorming van obligaties leest u in stap 3 van dit dossier. 

Voordelen

  • U weet vooraf hoeveel kapitaal u op de einddatum in handen zult krijgen.
  • De intrestvergoeding ligt de hele tijd vast.
  • Het is mogelijk om uw obligaties vóór de einddatum te verkopen. Als de marktrente intussen gedaald is, kan dat tegen een hogere prijs dan diegene die u betaald hebt. 
  • Er is veel keuze qua beleggingsduur.

Nadelen

  • Als de rente sinds u de obligatie kocht gestegen is, kan u de obligatie nog steeds voortijdig verkopen, maar dan wel met verlies. Het is ook nooit zeker dat u een koper vind.
  • De wettelijke depositobescherming is alleen van toepassing op obligaties die door de bank zelf werden uitgegeven. Bovendien mogen het geen zogenaamde achtergestelde obligaties zijn. Dat zijn obligaties waarbij de houder, bij een faillissement van de uitgever, pas na alle andere schuldeisers op een eventuele terugbetaling mag rekenen.
  • Als de uitgever van de obligatie in financiële moeilijkheden komt, bestaat de kans dat de intresten niet zullen worden betaald zoals gepland. In het slechtste geval komt zelfs de terugbetaling van de inleg in gevaar.
  • Bij een obligatie in een andere munt dan de euro, moet u rekening houden met een mogelijk wisselrisico.
  • Er wordt 15 procent roerende voorheffing ingehouden op de intresten.
  • Bepaalde banken rekenen bewaarkosten en/of een vergoeding aan als ze intresten uitbetalen.

6. Gestructureerde beleggingen

Dit is een algemene term voor allerlei producten die de jongste jaren erg populair werden bij beleggers. Ze hebben vaak moeilijke namen en pakken uit met beloftes als kapitaalgarantie, en hun rendement hangt af van de evolutie van een beursindex of van een aandelenkorf. Maar precies door die complexe samenstelling zijn ze moeilijk te doorgronden. 

 

Voordelen

  • De meeste gestructureerde producten bieden kapitaalbescherming: u krijgt uw inleg gegarandeerd terug, weliswaar na aftrek van de (soms hoge) kosten. En uiteraard enkel als de uitgever niet failliet gaat (zie verder).
  • Het rendement kan hoger liggen dan met een risicoloze belegging.

Nadelen

  • U weet vooraf niet hoeveel de formule zal opbrengen. De kans bestaat zelfs dat het niets wordt of heel weinig zal zijn, en het is erg moeilijk om uit te maken hoe groot die kans is.
  • Als u de belegging vóór de einddatum verkoopt, is het niet zeker dat u uw inleg volledig zult terugzien.
  • Het grootste risico is verbonden aan de uitgever. Dat risico is al bij al vrij klein zolang de belegging bestaat uit deelbewijzen van een bankfonds, want dan is het geld over verschillende uitgevers gespreid. Dat ligt anders met zogenoemde notes. Want dan is er slechts één enkele uitgever, en als die in moeilijkheden geraakt, kan de terugbetaling in het gedrang komen. Dat was het geval met de Amerikaanse bank Lehman Brothers in 2008. Ook honderden Belgische beleggers die zogenaamd ‘gegarandeerde’ producten van Lehman hadden gekocht, zagen hun geld niet meer terug.

7. Beleggingsfondsen en verzekeringsfondsen

Een beleggingsfonds, ook wel bekend als bevek of sicav, is in zekere zin een enorme portefeuille die toebehoort aan een grote groep van beleggers die hun geld aan een gemeenschappelijke spaarpot hebben toevertrouwd om het op een specifieke manier te beleggen in aandelen, obligaties, enz. Dat geld wordt beheerd door een team van specialisten. Het totale vermogen van het fonds wordt in deelbewijzen opgesplitst, en die koopt u als particuliere belegger. U kunt op elk ogenblik deelbewijzen kopen van een fonds. 
 
Verzekeringsfondsen (levensverzekeringen van het type ‘tak 23’) volgen dezelfde beleggingsfilosofie, maar verschillen wel van klassieke beleggingsfondsen qua juridisch statuut, kosten en soepelheid (er is bijvoorbeeld een minimuminleg vereist). 
 

Voordelen

  • Het rendement kan op langere termijn hoger liggen dan met een risicoloze belegging.
  • U kunt met een beperkte inleg mee profiteren van de diversificatie die de fondsbeheerders uitstippelen.
  • Vaak bestaat een beleggingsfonds uit verschillende compartimenten met een ander risicoprofiel of een andere inhoudelijke specialisatie. Heel wat banken rekenen verlaagde kosten aan indien u van het ene naar het andere compartiment overstapt (al moet u daar soms expliciet naar vragen).
  • U kunt beleggen in producten als aandelen en obligaties zonder dat u zich met de analyse en het beheer ervan moet bezighouden. 
  • De bank beheert uw beleggingsfonds, maar juridisch bent u eigenaar van de aandelen, obligaties, enz... die erin zitten. Bij een faillissement krijgt u uw geld dus terug (behalve bij tak23, zie hieronder).

Nadelen

  • Aan het ene fonds hangt heel veel risico vast, aan het andere veel minder. Maar nulrisico bestaat niet: uw inleg noch het rendement zijn gegarandeerd. Alles hangt af van de beleggingsportefeuille die werd samengesteld en van wat de fondsbeheerders ermee doen.
  • Er zijn kosten bij de instap, voor het beheer en soms bij de uitstap.
  • Relatief lage verhandelbaarheid: er wordt hoogstens één keer per dag een koers vastgesteld, en er kunnen enkele dagen verlopen tussen het moment waarop je een transactie doorgeeft en het moment waarop die effectief wordt uitgevoerd.
  • Het is sowieso nodig om regelmatig op te volgen hoe de waarde van het fonds evolueert.
  • Een tak 23 is een verzekeringscontract waarvan het rendement gekoppeld is aan dat van een intern beleggingsfonds van de verzekeraar. U bent dus niet de eigenaar van de aandelen, obligaties,... die daarin zitten. Bij faillissement krijgt u uw geld dus niet zomaar terug. 

8. Pensioenspaarfondsen

Een speciaal type beleggingsfondsen zijn de pensioenspaarfondsen, die bedoeld zijn om een extra kapitaal voor uw pensioen op te bouwen. Ze zijn een fiscaal interessante belegging omdat u de jaarlijkse inleg tot een bepaald bedrag mag aftrekken van uw belastingen (870 euro voor het jaar 2009).  Hier vindt u de lijst van wettelijk erkende pensioenspaarfondsen.

 

Lees ook:

9. Aandelen

Een aandeel is een stukje van het kapitaal van een onderneming. Wie een aandeel van een bedrijf bezit, is dus mede-eigenaar van dat bedrijf. Als de onderneming winst maakt, kan ze een deel van die winst uitkeren aan haar aandeelhouders, in de vorm van een (meestal jaarlijks) dividend. Van sommige bedrijven worden de aandelen verhandeld op een aandelenbeurs, een georganiseerde markt waar kopers en verkopers elkaar kunnen vinden (zie ook stap 3).

 

Voordelen

  • Aandelen laten toe om te delen in de groei en winst van een onderneming.
  • De koerswinst is fiscaal vrijgesteld.
  • Beursgenoteerde aandelen zijn makkelijk verhandelbaar

Nadelen

  • Aandelen zijn bij uitstek een risicovolle belegging. Ze kunnen zeer grote prijsschommelingen vertonen. Indien het bedrijf failliet gaat, worden uw aandelen zelfs helemaal waardeloos.
  • Om dit risico te verminderen, moet je je geld zoveel mogelijk spreiden over verschillende aandelen. Dit vereist dat je een voldoende groot kapitaal hebt.
  • Een periodieke opbrengst uit aandelen is niet gegarandeerd. In goede jaren kunt u een dividend krijgen, maar in de mindere jaren zal dit vaak wegvallen.
  • U betaalt 25 procent roerende voorheffing op eventuele dividenden die uitbetaald worden. Voor buitenlandse aandelen kan de dividendbelasting nog hoger oplopen.

10. Converteerbare obligaties

Een converteerbare obligatie of "convertible" is een obligatie die door de houder kan worden omgezet (geconverteerd) in een pakket aandelen, in een vastgelegde verhouding en tegen een vastgelegde prijs. Aan een converteerbare obligatie kunnen nog andere voorwaarden vasthangen, zoals een vaste omruilperiode. Een convertible houdt letterlijk het midden tussen obligaties en aandelen. 

Voordelen

  • Je koopt een relatief zekere obligatie, maar je hebt toch de mogelijkheid om mee te profiteren van koersstijgingen van het aandeel.
  • Andere voordelen: zie obligaties en aandelen

Nadelen

  • Bieden een lagere rente dan "gewone" obligaties
  • Andere nadelen: zie obligaties en aandelen

11. Reverse convertible 

Een reverse converteerbare obligatie of "reverse convertible" lijkt op een converteerbare obligatie, maar met een heel belangrijk verschil: het is niet de houder, maar de uitgever die bepaalt of de obligatie geconverteerd wordt. Een typische reverse convertible is een kortlopende obligatie met een hoge coupon, die terugbetaald wordt in aandelen indien de koers van die aandelen onder een voorafbepaald niveau zakt.    

Voordelen

  • Bieden een hogere rente dan gewone obligaties, ter compensatie van het extra risico
  • Interessant indien je denkt dat het betreffende aandeel sowieso koopwaardig is. Als de reverse convertible wordt uitgeoefend, koop je het aandeel tegen een lagere koers en heb je intussen een mooie rente opgestreken.

Nadelen

  • De kans bestaat dat je niet in cash wordt terugbetaald, maar in aandelen die in waarde zijn gedaald (en misschien nog verder zullen dalen). 
  • Als het toch al je bedoeling was om de aandelen te kopen, heb je geen controle over de timing van die aankoop. Misschien heb je een aankoopmoment gemist waarop de koers nog lager stond. 

12. Vastgoedbevaks

De vastgoedbevak is specifiek bedoeld voor beleggingen in vastgoed. De bevak is een soort beleggingsfonds dat geld verdient door gebouwen te kopen, te verhuren en/of weer door te verkopen. Een deelbewijs in een vastgoedbevak lijkt heel erg op een aandeel, maar heeft de eigenschap dat er jaarlijks een dividend wordt uitgekeerd dat traditioneel hoger ligt dan dat van “gewone” aandelen. 

 

Voordelen

  • Met bevaks kan je op een gediversifieerde manier beleggen in vastgoed dat anders voor een gewone belegger niet betaalbaar zou zijn.
  • Het beheer van de vastgoedportefeuille gebeurt door professionals

Nadelen

  • Het dividend, en de grootte van het dividend, zijn niet gegarandeerd.
  • Hoewel vastgoedbevaks gemiddeld een stabieler koersverloop hebben dan aandelen, loop je ook het risico op koersdalingen.
  • In België zijn de meeste fondsen vrij klein, waardoor de markt nogal ‘illiquide’ is. Er zijn met andere woorden niet zoveel beleggers actief op deze markt, waardoor het soms dagen of weken kan duren voor u een koper vindt voor uw fondsen. Dat heeft dan ook een negatieve invloed op de prijs.

13. Indexfondsen

Indexfondsen — ook wel ‘trackers’ of ‘Exchange Traded Funds’ (ETF) genoemd — zijn een fenomeen van de laatste jaren. Het zijn een soort beleggingsfondsen die beleggen in de aandelen van een bepaalde beursindex, en die je vlot kunt verhandelen op de beurs. 

 

Voordelen

  • Indexfondsen laten je toe om met een beperkt bedrag toch te beleggen in alle aandelen die deel uitmaken van een beursindex. Het is een goedkope manier om je belegging te diversifiëren.
  • Lagere kosten dan vergelijkbare ‘klassieke’ beleggingsfondsen
  • Vlot verhandelbaar: net als een aandeel kan je een indexfonds op elk moment van de beursdag kopen of verkopen.

Nadelen

  • Net als aandelen kennen beursindexen een grillig koersverloop. Dit wordt vooral beïnvloed door de macro-economische situatie, iets waar je als gewone belegger moeilijk vat op krijgt.
  • Een indexfonds keert geen jaarlijks dividend uit. De eventuele winst kan dus alleen komen van het verschil tussen de aan- en de verkoopprijs. 

14. Goud en grondstoffen

Ook voor basisgrondstoffen of commodities bestaan er gespecialiseerde beurzen, zoals de Londense metaalbeurs, wat het meteen mogelijk maakt om in deze grondstoffen te beleggen.

 De bekendste commodity is goud, dat al eeuwenlang dienst doet als beleggingsinstrument. Lees hier meer over beleggen in goud.

Voordelen

  • Je kan heel direct inspelen op de economische cycli en op vraag- en aanbodtekorten voor bepaalde grondstoffen.
  • Goud wordt gezien als een veilige haven in turbulente tijden, en als een buffer tegen inflatie. Daarom verdient een beetje goud zijn plaatsje in een goed gediversifieerde portefeuille

Nadelen

  • Je kan als particulier niet rechtstreeks beleggen in grondstoffen. Dat moet je doen via gespecialiseerde beleggingsfondsen, en zelfs die beleggen vaak niet rechstreeks in de grondstoffenmarkt, maar in aandelen van grondstoffenbedrijven.  
  • Beleggen in grondstoffen vereist enige kennis van de markt.

 

15. Warrants, opties en turbo's

Warrants en opties zijn een soort standaardcontracten die de koper het recht geven om een ‘onderliggende waarde’ (meestal een aandeel, maar het kan ook een ander effect zijn) te kopen of verkopen tegen een voorafbepaalde prijs (de uitoefenprijs), en dit voor een bepaalde datum (de afloop- of expiratiedatum). Gaat het om een recht om de onderliggende waarde te kopen, dan spreekt men van een call-optie. Gaat het om een recht om de onderliggende waarde te verkopen, dan spreekt men van een put-optie. 
De prijs van een warrant of een optie hangt af van de prijs van de onderliggende waarde, maar zal wel veel scherper fluctueren dan die onderliggende waarde. Bijvoorbeeld: wanneer aandeel X met 2% in waarde toeneemt (afneemt), stijgt (daalt) de call-optie op aandeel X met 10% in waarde. Dat noemt men wel eens het 'hefboomeffect'. 
"Turbo's" zijn een recent fenomeen op de beurs. Het zijn effecten die worden uitgegeven door banken (ABN Amro lanceerde de turbo in 2006) en die bepaalde kenmerken van opties hebben, zoals het bovenvermelde hefboomeffect.

 

Voordelen

  • Warrants en opties zijn bij uitstek de producten om een ‘snel gokje’ te wagen op de beurs.
  • Maar ze kunnen ook nuttig zijn om het risicoprofiel van je totale portefeuille juist te verminderen. In combinatie met aandelen kunnen opties en warrants namelijk gebruikt worden als een indekkingsinstrument.

Nadelen

  • Beleggen in opties en warrants vereist een grondige kennis en inzicht in hun prijsvorming. Ze zijn daarom niet geschikt voor onervaren beleggers.
  • Het risico is onbeperkt. Warrants en opties kunnen binnen een heel korte periode hun volledige waarde verliezen.