Een bondgenootschap van terreurcellen in Jemen en Saudi-Arabië, Al-Qaeda in het Arabisch Schiereiland, heeft zondag de verantwoordelijkheid opgeëist voor een aanslag van donderdagavond waarbij een Saudische prins gewond raakte. De Saudische dader, Abdullah Hassan Tali Assiri, was een gezochte terrorist die naar Jemen was uitgeweken. Hij arriveerde aan boord van een koninklijk lijntoestel in het kader van een gratieregeling.

 

Saudische regeringsmedewerkers zeiden dat de prins, plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken Mohammed bin Nayef, lichtgewond raakte bij de aanslag in de havenstad Jeddah. Als de verklaring van Al-Qaeda op waarheid berust, is de aanslag een klap in het gezicht van zowel de gewonde prins als diens vader, minister van binnenlandse zaken Nayef. Beiden zeiden na de aanslag dat de gratieregeling niet behoeft te worden herzien.

De Saudische autoriteiten weigeren te zeggen hoe de dader bij het paleis van de prins belandde en hoe de aanslag precies in het werk ging. De prins erkende zaterdag dat hij zijn veiligheidspersoneel opdracht had gegeven de bezoeker niet te fouilleren, omdat dit zou indruisen tegen de etiquette en het respect dat de spijtoptant moest worden betuigd.

Al-Qaeda en een Saudische krant zeggen dat de dader de 23-jarige Assiri, alias Abu al-Kheir, is. Zijn 27-jarige broer Ibrahim staat ook op een Saudische lijst van 85 gezochte personen.

De aanslag is de eerste tegen een lid van de Saudische koninklijke familie in decennia. Prins Mohammed is een neef van de Saudische koning Abdullah. Zijn vader is een halfbroer van de koning.