Na zes jaar heeft Thomas Rosenboom weer een vuistdikke roman afgeleverd: ’Zoete mond’. Zijn vorige boek,’ De nieuwe man’, dateert alweer van 2003 en werd genomineerd voor de AKO literatuurprijs. Met ’Publieke werken’ (1999) en ’Gewassen vlees’ (1994) won hij de Libris Literatuurprijs.

Toen Rosenboom aan zijn nieuwe boek begon, wilde hij het anders doen dan de voorgaande romans. "Bij de andere boeken zag ik een verhaallijn met een begin en een climax. Nu begon het met een gevoel en een sfeer. Ik wilde geen strak boek, maar een meanderend verhaal over dierenliefde", zegt Rosenboom.

"Ik kreeg het idee hiervoor toen er een konijn in mijn huis kwam en ik als het ware bedwelmd raakte door dierenliefde. ’Zoete mond’ gaat over een heel dorpje dat bedwelmd raakt door dierenliefde. Ik wilde een algemeen (denkbeeldig) dorpje aan een rivier in een onbestemde tijd, waar nooit iets gebeurt. En als er iets gebeurt, verdwijnt het weer. Net als de witte walvis in het boek die de Rijn opzwemt en weer weggaat".

In het boek zitten enkele autobiografische elementen en historische gebeurtenissen, zoals de walvis die in 1961 de Rijn opzwom.

De titel ’Zoete mond’ roept bij Rosenboom associaties op aan zijn kindertijd. "Toen ik een jongetje was, zeiden mijn ouders ’hier heb je een stuiver voor de snoepwinkel om snoep te kopen’. Dat gaf een zoete mond. In dit boek zitten ook scènes die dit gevoel van een zoete mond opwekken".