De volledige speech van president Barack Obama (Nederlandstalige versie)
Foto: rr

 Hierbij de tekst van de speech van president Barack Obama zoals die bij het begin van zijn toespraak werd verspreid.
(vertaling: Home Office)

 

Ik ben vereerd om hier in het tijdloze Caïro door twee opmerkelijke instellingen te worden ontvangen. Al-Azhar is al ruim duizend jaar een baken in de islamitische onderwijswereld, terwijl de universiteit van Caïro al ruim een eeuw een bron is van de vooruitgang van Egypte. Samen vertegenwoordigen jullie de harmonie tussen traditie en ontwikkeling. Ik ben dankbaar voor jullie gastvrijheid en de gastvrijheid van het Egyptische volk. Ik ben ook trots dat ik de goede wil van het Amerikaanse volk uitdraag, evenals een vredesgroet van de moslimgemeenschappen in mijn land: Salam aleikum.

We treffen elkaar in een tijd van spanningen tussen de Verenigde Staten en moslims over de hele wereld; spanningen die zijn geworteld in historische krachten die verder gaan dan enig huidig politiek debat. De relatie tussen de islam en het westen omvat eeuwen van samenleven en samenwerken, maar ook van conflicten en godsdienstoorlogen. De jongste tijd zijn die spanningen ook gevoed door een kolonialisme dat vele moslims hun rechten en mogelijkheden ontzegde, en een koude oorlog waarin landen met een moslimmeerderheid te vaak als gemachtigden werden behandeld zonder aandacht voor hun eigen aspiraties. Meer nog, door de ingrijpende veranderingen die de moderniteit en globalisatie met zich meebrengen, wordt het westen door veel moslims gezien als vijandig gezind ten opzichte van de tradities van de islam.

Gewelddadige extremisten hebben gebruikgemaakt van de spanningen die bij een kleine, maar invloedrijke moslimminderheid bestaan. De aanslagen van 11 september 2001 en de onophoudelijke inspanningen van die extremisten om zich met geweld tegen burgers in te laten, hebben ertoe geleid dat veel van mijn landgenoten de islam als onvermijdelijk vijandig beschouwen, niet alleen ten aanzien van Amerika en andere landen in het westen, maar ook ten aanzien van de mensenrechten. Dat heeft de angst en het wantrouwen alleen maar gevoed.

Zolang onze relatie door onze verschillen wordt bepaald, geven wij kansen aan wie haat in plaats van vrede zaait, en aan wie conflict in plaats van samenwerking nastreeft. Samenwerking die al onze mensen kan helpen gerechtigheid en welvaart te bereiken. Deze vicieuze cirkel van argwaan en onenigheid moet stoppen.

Ik ben naar hier gekomen om te zoeken naar een nieuw begin tussen de Verenigde Staten en moslims over de hele wereld. Gebaseerd op wederzijdse belangen en wederzijds respect, en op de waarheid dat Amerika en de islam elkaar niet uitsluiten en geen rivalen hoeven te zijn. Integendeel, zij overlappen elkaar en delen dezelfde principes – principes als gerechtigheid en vooruitgang, verdraagzaamheid en de waardigheid van alle mensen.

Ik besef echter dat veranderingen niet van de ene op de andere dag gebeuren. Geen enkele toespraak kan de jaren van wantrouwen uitwissen, noch kan ik in de mij toegemeten tijd alle complexe vragen beantwoorden die ons tot op dit punt hebben gebracht. Maar ik ben ervan overtuigd dat als wij willen vooruitgaan, wij openlijk moeten zeggen wat in onze harten leeft en wat te vaak enkel achter gesloten deuren wordt gezegd. Wij moeten aanhoudende inspanningen leveren om naar elkaar te luisteren, elkaar te respecteren en punten van overeenkomst te zoeken. Zoals de Heilige Koran ons zegt: “Wees je bewust van God en spreek altijd de waarheid”. Dat is wat ik hier zal proberen te doen – de waarheid spreken tot het best van mijn kunnen, in alle nederigheid voor de taak die ons wacht en in de rotsvaste overtuiging dat de belangen die wij als mensen delen veel sterker zijn dan de krachten die ons uiteendrijven.

Die overtuiging is deels geworteld in mijn eigen ervaring. Ik ben een christen, maar mijn vader kwam uit een Keniaanse familie die uit generaties moslims bestaat. Als kleine jongen bracht ik verschillende jaren in Indonesië door, waar ik bij het ochtendgloren en bij valavond de azaan [de islamitische oproep tot het gebed] hoorde. Als jongeman werkte ik in verschillende gemeenschappen in Chicago waar heel wat mensen waardigheid en vrede vonden in hun islamitische geloof.

Als student geschiedenis weet ik ook wat onze beschaving aan de islam verschuldigd is. De islam verspreidde – van op plaatsen als de universiteit al-Azhar – het licht van de kennis doorheen de eeuwen en effende het pad voor de Europese renaissance en verlichting. De innovatie in moslimgemeenschappen leidde tot de ontwikkeling van algebra, ons magnetische kompas en andere navigatie-instrumenten, onze schrijf- en boekdrukkunst, onze kennis van de verspreiding en genezing van ziektes. De islamitische cultuur heeft ons zoveel gegeven: majestueuze bogen en rijzende torens, tijdloze poëzie en kostbare muziek, elegante kalligrafie en vredige plekken van bezinning. Doorheen de geschiedenis heeft de islam in woorden en daden bewezen dat godsdienstige verdraagzaamheid en rassengelijkheid mogelijk zijn.

Ik weet ook dat de islam altijd een onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis is geweest. Marokko was de eerste natie die mijn land erkende. Bij de ondertekening van het Verdrag van Tripoli in 1796 schreef onze tweede president John Adams: “De Verenigde Staten hebben op zich geen geest van vijandigheid tegenover de wetten, godsdienst of gerustheid van de moslims”. Sinds onze oprichting hebben Amerikaanse moslims de Verenigde Staten verrijkt. Zij vochten in onze oorlogen, dienden in onze regeringen, kwamen op voor burgerrechten, richtten ondernemingen op, gaven les aan onze universiteiten, muntten uit in onze sportstadia, wonnen Nobelprijzen, bouwden ons hoogste gebouw en staken het olympische vuur aan. En toen de eerste moslim-Amerikaan onlangs in het Congres werd verkozen, legde hij de eed om onze grondwet te verdedigen af op de koran die een van onze founding fathers, Thomas Jefferson, in zijn persoonlijke bibliotheek had staan.

Ik kende de islam dan ook op drie continenten voordat ik naar de regio kwam waar deze godsdienst ontstond. Die ervaring sterkt mij in mijn overtuiging dat een partnerschap tussen Amerika en de islam gebaseerd moet zijn op wat de islam is en niet op wat hij niet is. Ik beschouw het als deel van mijn verantwoordelijkheid als president van de Verenigde Staten om te vechten tegen negatieve stereotypen van de islam, waar ze ook opduiken.

Maar datzelfde principe geldt ook voor de islamitische perceptie van Amerika. Net zoals moslims niet overeenkomen met het grove stereotype, zo is ook Amerika niet het grove stereotype van een op eigen belang gericht imperium. De Verenigde Staten zijn een van de grootste bronnen van vooruitgang die de wereld ooit gekend heeft. Wij werden geboren uit een revolutie tegen een wereldrijk. We werden gesticht op basis van een ideaal dat iedereen gelijk wordt geboren, en we hebben eeuwenlang ons bloed gegeven en gestreden om die woorden – binnen onze eigen grenzen en over de hele wereld – betekenis te geven. Wij zijn door elke cultuur gevormd, komen uit elke uithoek van de wereld en richten ons leven naar één eenvoudig concept: E pluribus unum – “Uit velen één”.

Er werd heel wat gezegd en geschreven over het feit dat een Afro-Amerikaan met de naam Barack Hussein Obama tot president werd verkozen. Maar mijn persoonlijke verhaal is niet zo uniek. De droom van kansen voor elkeen is niet voor iedereen in Amerika uitgekomen, maar de belofte bestaat nog steeds voor al wie op onze kusten neerstrijkt – waaronder 7 miljoen Amerikaanse moslims die op dit ogenblik in ons land een inkomen en onderwijs genieten dat ver boven het gemiddelde uitsteekt.

Bovendien is vrijheid in Amerika onlosmakelijk verbonden met de vrijheid om de eigen godsdienst te belijden. Daarom telt elke staat in onze unie een moskee en vind je meer dan 1.200 moskeeën binnen onze grenzen. Daarom heeft de Amerikaanse regering gerechtelijke stappen ondernomen om het recht te beschermen van vrouwen en meisjes om de hidjab te dragen en om iedereen te straffen die dat recht niet erkent.

Laat er dus geen twijfel over bestaan: de islam is een deel van Amerika. Ik geloof dat Amerika in zich de waarheid draagt dat wij allen, ongeacht ras, godsdienst of levensfase, naar hetzelfde streven – een leven in vrede en veiligheid, goed onderwijs en waardig werk, liefde voor onze familie, onze gemeenschappen en onze god. Dat hebben wij gemeen. Dat is de hoop van de hele mensheid.

Uiteraard is de erkenning van onze gemeenschappelijke menselijkheid slechts het begin van onze taak. Woorden alleen kunnen niet tegemoetkomen aan de behoeften van ons volk. Aan die behoeften kan enkel worden tegemoetgekomen als we de komende jaren moedig optreden, en als we beseffen dat wij de uitdagingen delen waarvoor we staan en dat onze mislukking ons allen zal schaden.

Recente ervaringen hebben ons immers geleerd dat wanneer een financieel systeem in één land verzwakt, de welvaart daar overal nadeel van ondervindt. Wanneer een nieuwe griep één mens besmet, iedereen een risico loopt. Wanneer één natie een nucleair wapen nastreeft, het risico van een nucleaire aanslag voor alle naties toeneemt. Wanneer gewelddadige extremisten in één bergkam actief zijn, mensen aan de andere kant van een oceaan worden bedreigd. En wanneer onschuldige mensen in Bosnië en Darfoer worden afgeslacht, dat een smet op ons collectieve geweten is. Dat is wat leven in deze 21e eeuw inhoudt. Dat is de verantwoordelijkheid die wij als mensen tegenover elkaar hebben.

Het is een moeilijke verantwoordelijkheid om te aanvaarden. De menselijke geschiedenis is immers vaak een aaneenrijging geweest van naties en volkeren die elkaar onderwerpen om hun eigen belangen te dienen. In dit nieuwe tijdperk is dergelijk gedrag echter zelfdestructief. Gezien onze onafhankelijkheid zal elke wereldorde die boven een natie of groep mensen uitstijgt onvermijdelijk falen. Wat we ook van het verleden denken, we mogen er geen gevangenen van zijn. Onze problemen moeten door partnerschap worden aangepakt, onze vooruitgang moet worden gedeeld.

Dat betekent niet dat we de bronnen van de spanning moeten negeren. Integendeel, het betekent net het tegenovergestelde: we moeten die spanningen frontaal aanpakken. In die geest zou ik dan ook zo duidelijk en openhartig mogelijk enkele specifieke problemen willen aanhalen waaraan we, volgens mij, uiteindelijk samen het hoofd moeten bieden.

Het eerste probleem dat wij het hoofd moeten bieden, is gewelddadig extremisme in al zijn vormen.

In Ankara heb ik al duidelijk gemaakt dat Amerika niet in oorlog is met de islam, en dat ook nooit zal zijn. Wij zullen echter onophoudelijk de strijd aangaan met gewelddadige extremisten die een ernstige bedreiging voor onze veiligheid vormen. Omdat wij hetzelfde verwerpen als mensen van alle geloofsovertuigingen: het doden van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. Het is mijn eerste taak als president om het Amerikaanse volk te beschermen.

De situatie in Afghanistan bewijst de doelstellingen van Amerika en de behoefte om samen te werken. Meer dan zeven jaar geleden gingen de Verenigde Staten met brede internationale steun de strijd aan met al-Qaida en de Taliban. We deden dat niet vrijwillig, maar uit noodzaak. Ik besef dat er nog altijd mensen zijn die de gebeurtenissen van 9/11 in twijfel trekken of goedpraten. Maar laten we duidelijk zijn: al-Qaida heeft op die dag bijna 3.000 mensen gedood. De slachtoffers waren onschuldige mannen, vrouwen en kinderen uit Amerika en andere landen, die niemand kwaad hadden gedaan. Toch koos al-Qaida ervoor om die mensen genadeloos te vermoorden, streek de eer voor de aanslag op en bevestigt nog steeds zijn vastberadenheid op massale schaal te moorden. Ze hebben splintergroeperingen in tal van landen en trachten hun greep uit te breiden. Dit zijn geen standpunten waarover moet worden gepraat, dit zijn feiten waaraan iets moet worden gedaan.

Begrijp echter goed dat wij onze troepen niet in Afghanistan willen houden. Wij willen daar geen militaire basissen. Het is hartverscheurend voor Amerika om onze jonge mannen en vrouwen te verliezen. Het kost geld en is politiek onmogelijk om dit conflict voort te zetten. Wij willen niets liever dan elk van onze soldaten naar huis brengen, zodra we er zeker van zijn dat er in Afghanistan en Pakistan geen gewelddadige extremisten meer rondlopen die vastbesloten zijn zo veel mogelijk Amerikanen te doden. Maar dat is nog niet het geval.

Daarom zijn wij een coalitie aangegaan met 46 andere landen. Ondanks de kostprijs zal de inzet van Amerika niet verzwakken. Want niemand van ons zou die extremisten moeten tolereren. Zij hebben in vele landen gedood. Zij hebben mensen van verschillende geloofsovertuigingen gedood. In de meeste gevallen hebben zij zelfs moslims gedood. Hun acties zijn onverenigbaar met de mensenrechten, de vooruitgang van landen en de islam. De Heilige Koran leert ons dat wie een onschuldige doodt, als het ware de hele mensheid doodt; dat wie een mens redt, als het ware de hele mensheid redt. Het niet-aflatende geloof van meer dan een miljard mensen is zoveel groter dan de bekrompen haat van enkelen. De islam is geen onderdeel van het probleem in de strijd tegen gewelddadig extremisme, het is een belangrijk deel van de bevordering van vrede.

Wij weten ook dat militair machtsvertoon alleen de problemen in Afghanistan en Pakistan niet zal oplossen. Daarom zijn wij van plan om de komende vijf jaar elk jaar 1,5 miljard $ (1 miljard €) te investeren om samen met de Pakistani scholen en ziekenhuizen, wegen en bedrijven te bouwen, alsook honderden miljoenen om vluchtelingen te helpen. Daarom ook stellen wij meer dan 2,8 miljard $ (1,975 miljard €) ter beschikking om Afghanen te helpen hun economie te ontwikkelen en hen levensnoodzakelijke diensten te verlenen.

Ik wil het ook even hebben over de kwestie Irak. In tegenstelling tot Afghanistan was de oorlog in Irak een bewuste keuze, die een zware polemiek heeft veroorzaakt, zowel in mijn eigen land als in de hele wereld. Ook al denk ik dat de Irakese bevolking uiteindelijk beter af is zonder de tirannie van Saddam Hoessein, toch geloof ik ook dat de gebeurtenissen in Irak Amerika eraan hebben herinnerd dat diplomatie een noodzaak is en dat we, waar mogelijk, tot een internationale consensus moeten komen om onze problemen op te lossen. Denken we maar aan de woorden van Thomas Jefferson, die zei: "Ik hoop dat onze wijsheid zal meegroeien met onze macht, en ons zal leren dat hoe minder we onze macht gebruiken, hoe groter ze zal zijn."

Vandaag heeft Amerika een dubbele verantwoordelijkheid: Irak helpen aan een betere toekomst te bouwen – en Irak overlaten aan de Irakezen. Ik heb de Irakese bevolking duidelijk gemaakt dat wij geen basissen nastreven, en geen claim willen op hun grondgebied of grondstoffen. Irak is een soevereine staat en dat erkennen wij. Dat is de reden waarom ik heb bevolen dat onze gevechtstroepen tegen augustus worden teruggetrokken. Daarom zullen wij onze overeenkomst met de democratisch verkozen regering van Irak naleven om de gevechtstroepen tegen juli uit de Irakese steden terug te trekken, en om al onze troepen uit Irak terug te trekken tegen 2012. Wij zullen Irak helpen om zijn veiligheidstroepen op te leiden en zijn economie te ontwikkelen. Maar wij zullen een veilig en verenigd Irak steunen als een partner, en nooit als een beschermheer.

En ten slotte mag Amerika nooit aan zijn principes verzaken, net zoals we ook nooit extremistisch geweld zullen tolereren. 9/11 was voor ons land een bijzonder zwaar trauma. De angst en de woede die die gebeurtenis heeft veroorzaakt, was te begrijpen, maar in bepaalde gevallen zijn we in onze reactie ingegaan tegen onze eigen idealen. Wij nemen nu concrete actie om die koers te veranderen. Ik heb het gebruik van foltering door de Verenigde Staten ondubbelzinnig verboden en ik heb bevolen om de gevangenis in Guantánamo Bay begin volgend jaar te sluiten.

Amerika zal zich dus beschermen met eerbied voor de soevereiniteit van naties en de gerechtigheid. En dat zullen wij doen in partnerschap met moslimgemeenschappen die eveneens bedreigd worden. Hoe sneller de extremisten worden geïsoleerd en ongewenst zijn in moslimgemeenschappen, hoe sneller wij allen veiliger zullen zijn.

De tweede grote bron van spanningen waarover we moeten spreken, is de situatie tussen Israëli's, Palestijnen en de Arabische wereld.

Het is bekend dat Amerika sterke banden heeft met Israël. Die band is onverwoestbaar. Hij is gegroeid uit culturele en historische verbanden, en de erkenning dat het verlangen naar een joods vaderland verankerd zit in een tragische geschiedenis die niemand kan ontkennen.

Eeuwenlang werd het joodse volk over de hele wereld vervolgd, en het antisemitisme bereikte in Europa zijn hoogtepunt met een nooit geziene holocaust. Morgen zal ik een bezoek brengen aan Buchenwald, dat tot een netwerk van kampen behoorde waar joden tot slavenarbeid werden gedwongen, werden gefolterd, doodgeschoten en vergast door het Derde Rijk. Zes miljoen joden werden gedood – meer dan de hele joodse bevolking van Israël vandaag. Dat feit ontkennen, is ongegrond, onwetend en boosaardig. Israël bedreigen met vernietiging – of de verachtelijke stereotypen over joden herhalen – is totaal verkeerd en dient enkel om de Israëli's te blijven herinneren aan deze bijzonder pijnlijke gebeurtenis, en staat ook de vrede in de weg, die de mensen in deze regio verdienen.

Anderzijds kunnen we ook niet ontkennen dat de Palestijnse bevolking – moslims en christenen – hebben geleden onder dat streven naar een vaderland. Zij ondergaan al meer dan 60 jaar de pijn van dislokatie. Velen wachten in vluchtelingenkampen op de Westbank, in Gaza, en buurlanden op een leven vol vrede en veiligheid, dat zij nooit hebben kunnen leiden. Zij ondergaan de dagelijkse – grote en kleine – vernederingen die gepaard gaan met een bezetting. Laat er dus geen twijfel over bestaan: de situatie voor het Palestijnse volk is onduldbaar. Amerika zal niet blind zijn voor het rechtmatige Palestijnse verlangen naar waardigheid, opportuniteit en een eigen staat.

Er bestaat al decennia lang een impasse: twee volkeren met gegronde idealen, elk met een pijnlijke geschiedenis die een compromis bijzonder moeilijk maakt. Het is makkelijk om iemand met de vinger te wijzen – Palestijnen kunnen wijzen op het feit dat ze moesten verhuizen toen Israël werd gesticht, en Israëli's kunnen verwijzen naar de voortdurende vijandigheden en aanvallen die ze in hun geschiedenis hebben gekend, zowel van binnen de landsgrenzen als van daarbuiten. Maar als we dat conflict van slechts één kant blijven bekijken, dan zullen we altijd blind blijven voor de waarheid: de enige oplossing is dat de aspiraties van beide zijden worden ingewilligd door middel van twee staten, waar Israëli's en Palestijnen elk in vrede en veiligheid kunnen leven.

Dat is in het belang van Israël, in het belang van Palestina, in het belang van Amerika, en in het belang van de hele wereld. En daarom wil ik mij persoonlijk inzetten voor dat resultaat, met al het geduld dat daarvoor nodig is. De plichten waartoe de partijen zich hebben verbonden in de roadmap, zijn duidelijk. Als we vrede willen, is het tijd dat zij – en wij allemaal – onze verantwoordelijkheden opnemen.

De Palestijnen moeten het geweld afzweren. Verzet door geweld en moorden, is verkeerd en leidt nergens toe. Eeuwenlang gingen zwarten in Amerika gebukt onder de zweepslagen van de slavernij en de vernederingen van de rassenscheiding. Maar het is niet door geweld te gebruiken dat alle rassen nu dezelfde rechten hebben. Dat is gebeurd door vreedzaam en vastberaden vast te houden aan de idealen die in het hart liggen van de idealen waarop Amerika is opgericht. Hetzelfde verhaal kunnen we horen van mensen van Zuid-Afrika tot Zuid-Azië; van Oost-Europa tot Indonesië. Het is een verhaal met een eenvoudige waarheid: dat geweld niets oplevert. Raketten afvuren op slapende kinderen of oude vrouwtjes op een bus opblazen, dat is geen bewijs van moed of macht. Dat is niet de manier om morele autoriteit te claimen; dat is net de manier om er afstand van te doen.

De Palestijnen moeten zich nu concentreren op wat ze kunnen opbouwen. De Palestijnse autoriteit moet haar capaciteit om te regeren ontwikkelen, met instellingen die de behoeften van haar mensen dienen. Hamas vindt aanhang bij een aantal Palestijnen, maar zij hebben ook verantwoordelijkheden. Om een rol te spelen in het vervullen van de Palestijnse wensen, en om het Palestijnse volk te verenigen, moet Hamas een einde maken aan het geweld, overeenkomsten uit het verleden erkennen en ook het bestaansrecht van Israël erkennen.

Tegelijk moeten de Israëli's erkennen dat, net zoals Israël ontegensprekelijk het recht heeft om te bestaan, ook Palestina bestaansrecht heeft. De Verenigde Staten beschouwen de Israëlische nederzettingen die nog steeds worden gebouwd, als onwettig. De bouw ervan is een schending van eerdere overeenkomsten en ondermijnt de inspanningen om tot vrede te komen. Het is tijd dat er een einde wordt gemaakt aan die nederzettingen.

Israël moet ook zijn verplichtingen nakomen om te garanderen dat Palestijnen kunnen wonen en werken en dat ze hun samenleving kunnen ontwikkelen. En net zoals hij de Palestijnse gezinnen verwoest, zo dient de aanhoudende humanitaire crisis in Gaza ook de veiligheid van Israël niet; net zo min als het aanhoudende gebrek aan kansen op de Westbank. Vooruitgang in het dagelijkse leven van de Palestijnse bevolking moet deel uitmaken van een weg naar vrede, en Israël moet concrete stappen ondernemen om die vooruitgang mogelijk te maken.

Ten slotte moeten de Arabische staten erkennen dat het Arabische vredesinitiatief een belangrijk begin was, maar niet het einde van hun verantwoordelijkheden. Het Arabisch-Israëlische conflict mag niet langer worden gebruikt om de bevolking van Arabische naties af te leiden van andere problemen. Nee, het moet een motivatie zijn om het Palestijnse volk te helpen om de instellingen te ontwikkelen waarop hun staat zal steunen; om het bestaansrecht van Israël te erkennen; en om te kiezen voor vooruitgang in plaats van voor een zichzelf in de weg staande focus op het verleden.

Amerika zal zijn beleid afstemmen met al wie naar vrede streeft, en vrijuit zeggen wat we tot nu toe altijd in achterkamertjes zeiden tegen Israëli's, Palestijnen en Arabieren. Wij kunnen geen vrede opleggen. Maar vele moslims beseffen wel dat Israël niet zal verdwijnen. En net zo goed zijn er heel wat Israëli's die de nood aan een Palestijnse staat inzien. Het is tijd dat we handelen naar wat iedereen al weet.

Er zijn teveel tranen gevloeid. Er is teveel bloed vergoten. We dragen allemaal de verantwoordelijkheid om ons in te zetten voor de dag waarop de moeders van Israëli's en Palestijnen hun kinderen zonder angst kunnen zien opgroeien; de dag waarop het Heilige Land van drie prachtige religies een plaats is van vrede, zoals God dat heeft bedoeld; de dag waarop Jeruzalem een veilige en duurzame thuis is voor joden, christenen en moslims, en een plaats waar alle kinderen van Abraham vreedzaam kunnen samenleven zoals in het verhaal van Isra, waarin Mozes, Jezus en Mohammed (vrede zij met hen) samen bidden.

De derde bron van spanningen is ons gezamenlijke belang in de rechten en verantwoordelijkheden van naties in verband met kernwapens.

Die kwestie is een bron van spanningen geweest tussen de Verenigde Staten en de islamitische republiek Iran. Iran kenmerkt zich al vele jaren voor een deel door zijn weerstand tegen mijn land, en onze beide landen hebben inderdaad een bewogen geschiedenis samen. Tijdens de koude oorlog hebben de Verenigde Staten een rol gespeeld in de omverwerping van een democratisch verkozen Iraanse regering. Sinds de islamitische revolutie heeft Iran een rol gespeeld in gijzelingen en geweld tegen Amerikaanse troepen en burgers. Die geschiedenis is voldoende bekend. In plaats van aan het verleden te blijven vasthangen, heb ik de Iraanse leiders en mensen duidelijk gemaakt dat mijn land bereid is om een stap vooruit te zetten. De vraag is nu niet waar Iran tegen is, maar wel welke toekomst het land wil uitbouwen.

Het zal moeilijk zijn om decennia van wantrouwen achter ons te laten, maar we zullen moedig, oprecht en vastberaden aan de slag gaan. Er valt heel wat te bespreken tussen onze beide landen, en wij zijn bereid zonder basisvoorwoorden door te gaan, op basis van wederzijds respect. Maar het is voor alle betrokken partijen duidelijk dat we op het vlak van kernwapens op een cruciaal punt zijn gekomen. Dit gaat niet alleen over de belangen van Amerika. Dit gaat over het voorkomen van een nucleaire wapenwedloop in het Midden-Oosten die deze regio en de hele wereld een bijzonder gevaarlijke weg kan opsturen.

Ik begrijp de mensen die zeggen dat sommige landen wapens hebben waarover anderen niet kunnen beschikken. Geen enkele natie mag in haar eentje beslissen welke naties kernwapens mogen hebben. Daarom heb ik Amerika's engagement om te streven naar een wereld waarin geen enkele natie kernwapens heeft, ten stelligste bevestigd. En elke natie – ook Iran – moet het recht hebben om vreedzaam gebruik te maken van kernenergie als ze haar verantwoordelijkheden onder het nucleaire non-proliferatieverdrag nakomt. Dat engagement is de kern van het verdrag, en het moet worden nagekomen voor al wie het volledig naleeft. En ik koester de hoop dat alle landen in de regio zich achter dat doel kunnen scharen.

Het vierde thema waarover ik het wil hebben, is democratie.

Ik weet dat er de jongste jaren controverse is ontstaan over het promoten van de democratie in de wereld. Die controverse heeft veel te maken met de oorlog in Irak. Ik wil hierover dan ook duidelijk zijn: geen enkele bestuursvorm kan of mag door één natie aan een andere natie worden opgelegd.

Dat doet echter niets af aan mijn engagement tegenover regeringen die de wil van het volk weerspiegelen. Elke natie geeft op haar eigen manier en volgens de tradities van haar eigen volk gestalte aan dit principe. Amerika heeft niet de pretentie te weten wat het beste is voor iedereen, net zomin als we de pretentie zouden hebben om het resultaat van vreedzame verkiezingen te bekritiseren. Maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat er een aantal dingen zijn waar alle mensen naar verlangen: voor hun mening kunnen uitkomen en mee kunnen beslissen over de manier waarop ze worden bestuurd, vertrouwen hebben in de rechtsstaat en een gelijke rechtsbedeling, kunnen rekenen op een overheid die transparant werkt en het volk niet besteelt, en de vrijheid hebben om te leven zoals ze zelf willen. Dat zijn geen louter Amerikaanse ideeën maar mensenrechten, en daarom zal ik ze overal steunen.

Er is geen eenduidige manier om deze belofte waar te maken. Maar één ding moet duidelijk zijn: regeringen die deze rechten beschermen, zijn uiteindelijk stabieler, succesvoller en duurzamer. Nergens is het al gelukt om ideeën te doen verdwijnen door ze te onderdrukken. Amerika respecteert ieders recht om op een vreedzame en legale manier in de hele wereld zijn stem te laten horen, ook al zijn we het oneens met de boodschap. En we reiken de hand naar alle verkozen, vreedzame regeringen op voorwaarde dat ze met respect voor hun hele volk regeren.

Dit laatste punt is belangrijk omdat sommigen slechts voor democratie pleiten zolang ze zelf niet aan de macht zijn. Komen ze zelf aan de macht, dan tonen ze zich meedogenloze onderdrukkers van de rechten van anderen. Maar overal ter wereld legt een regering van het volk en door het volk één en dezelfde regel op aan al wie in de macht deelt: je moet je macht behouden door instemming, niet door dwang. Je moet de rechten van minderheden respecteren, vanuit een geest van tolerantie werken en compromissen sluiten. Je moet de belangen van je volk en de legitieme werking van het politieke proces boven je partij stellen. Zonder al deze dingen volstaan verkiezingen op zich niet om van een echte democratie te kunnen spreken.

Het vijfde thema waar we ons over moeten buigen is godsdienstvrijheid.

De islam kan prat gaan op een traditie van tolerantie. Dit leert ons de geschiedenis van Andalusië en Cordoba tijdens de inquisitie. Ik stelde het als kind zelf vast in Indonesië waar devote christenen in alle vrijheid hun godsdienst beoefenden in een overwegend islamitisch land. Dat is de mentaliteit die we vandaag de dag nodig hebben. In elk land zouden de mensen vrij moeten zijn om hun geloof te kiezen en te beleven volgens de overtuiging van hun hart en ziel. Deze tolerantie is essentieel om godsdiensten te laten gedijen, maar zij wordt in heel wat landen bedreigd.

Onder sommige moslims bestaat er een verontrustende tendens om het eigen geloof af te meten aan de afwijzing van dat van anderen. De rijkdom van de religieuze diversiteit moet worden gehandhaafd – zowel voor de maronieten in Libanon als voor de kopten in Egypte. En ook de breuklijnen tussen moslims onderling moeten verdwijnen nu de verdeeldheid tussen soennieten en sjiieten tot tragisch geweld leidt, voornamelijk in Irak.

Godsdienstvrijheid is een essentiële vereiste om mensen te laten samenleven. We moeten steeds nagaan op welke manier we deze vrijheid beschermen. In de Verenigde Staten heeft de regelgeving rond het verstrekken van liefdadigheidsgiften het voor moslims moeilijker gemaakt om hun religieuze plichten na te komen. Daarom ben ik vastbesloten om samen met de Amerikaanse moslims te werken aan een manier waarop zij de zakat (het geven van aalmoezen) kunnen nakomen.

Tegelijk is het ook belangrijk dat westerse landen vermijden om het moslimburgers onmogelijk te maken om hun godsdienst te beleven zoals ze zelf willen, door bijvoorbeeld voor te schrijven hoe moslimvrouwen gekleed moeten gaan. We kunnen vijandigheid tegenover een religie niet verhullen achter het voorwendsel van liberalisme.

Het geloof zou ons moeten verenigen. Daarom werken we in Amerika aan gemeenschapsdienstprojecten waarin christenen, moslims en joden samenwerken. Daarom verwelkomen we inspanningen zoals die van de Saudische koning Abdullah om een dialoog met andere godsdiensten op te starten, of van Turkije dat het voortouw neemt in de Alliantie van Beschavingen. Overal ter wereld kunnen we de dialoog omvormen tot gemeenschapsdiensten over de grenzen van het geloof heen. Zo slaan we bruggen tussen mensen en kunnen we tot actie komen: de strijd aanbinden tegen malaria in Afrika of hulp bieden na een natuurramp.

Het zesde thema dat ik wil aansnijden zijn vrouwenrechten.

Ik weet dat vrouwenrechten ter discussie staan. Ik verwerp het denkbeeld van sommigen in het westen die vrouwen met een hoofddoek op een of andere manier minder gelijk vinden, maar ik ben wel van mening dat vrouwen aan wie onderwijs wordt ontzegd, ook gelijkheid wordt ontzegd. En het is geen toeval dat landen waar vrouwen een goede opleiding krijgen, veel meer kans hebben om welvarend te zijn.

Ik wil hierover duidelijk zijn: de gelijkberechtiging van de vrouw is zeker geen thema waarmee alleen de islam worstelt. In Turkije, Pakistan, Bangladesh en Indonesië, landen waar moslims de meerderheid uitmaken, werden vrouwen verkozen om het land te leiden. De strijd voor de gelijkberechtiging van de vrouw gaat binnen de Amerikaanse samenleving en in vele landen overal ter wereld nog steeds door.

Onze dochters kunnen evenzeer bijdragen tot de samenleving als onze zonen, en onze gezamenlijke welvaart zal erop vooruitgaan als we alle mensen – mannen en vrouwen – in staat stellen om hun volledige potentieel te benutten. Ik vind niet dat vrouwen dezelfde keuzes moeten maken als mannen om hun gelijke te zijn, en ik respecteer de vrouwen die ervoor kiezen om hun traditionele rol op te nemen. Maar het moet hun eigen keuze zijn. Daarom willen de Verenigde Staten met eender welke landen waarin moslims de meerderheid vormen, samenwerken om de alfabetiseringsgraad onder meisjes te verhogen en om jonge vrouwen te helpen bij het verwerven van een inkomen dankzij microfinancieringen die mensen helpen om hun dromen waar te maken.

Tot slot wil ik het nog hebben over economische ontwikkeling en kansen.

Ik weet dat de globalisering voor velen een dubbel gezicht heeft. Het Internet en de televisie kunnen kennis en informatie aanbieden, maar ook beledigende seksualiteit en stompzinnig geweld. Handel kan nieuwe rijkdom en kansen creëren, maar ook zware ontwrichtingen en verstoringen van de samenleving veroorzaken. In alle landen – ook in het mijne – kunnen deze veranderingen angst doen ontstaan. Angst dat we door deze moderniteit de controle zullen verliezen over onze economische keuzes, ons beleid en – het belangrijkst van al – onze identiteit, de dingen die ons het naast aan het hart liggen wanneer het gaat om onze gemeenschappen, onze gezinnen, onze tradities en ons geloof.

Maar ik weet ook dat de mens er ontegensprekelijk op vooruitgaat. Er hoeft geen contradictie te zijn tussen ontwikkeling en traditie. Landen als Japan en Zuid-Korea ontwikkelden hun economieën terwijl ze hun eigen cultuur behielden. Hetzelfde geldt voor de verbazingwekkende vooruitgang in landen met een overwegend islamitische bevolking van Kuala Lumpur tot Dubai. Reeds in de oudheid namen moslimgemeenschappen het voortouw op het vlak van innovatie en onderwijs, en dat doen ze ook nu nog.

Dit is belangrijk want een ontwikkelingsstrategie kan nooit uitsluitend gebaseerd zijn op wat er in de grond zit en heeft geen kans op slagen wanneer jonge mensen werkloos zijn. Vele Golfstaten verwierven grote rijkdom dankzij de olie en sommige van hen beginnen die nu op een bredere ontwikkeling te richten. Maar we moeten allemaal erkennen dat onderwijs en innovatie de valuta worden die we in de 21e eeuw nodig zullen hebben. En in al te veel moslimsamenlevingen wordt er onvoldoende geïnvesteerd op dit vlak. Ik leg in mijn land de nadruk op dit soort investeringen. En terwijl Amerika in het verleden vooral aandacht had voor de olie- en gasvoorraden in dit deel van de wereld, streven we nu naar een breder engagement.

Voor wat het onderwijs betreft, zullen we het aantal uitwisselingsprogramma’s uitbreiden, extra beurzen creëren – zoals deze die mijn vader naar Amerika bracht – en tegelijk meer Amerikanen aansporen om in moslimlanden te studeren. Veelbelovende moslimstudenten zullen we stages aanbieden in Amerika, we zullen investeren in online-leerprogramma’s voor leerkrachten en kinderen overal ter wereld, en we zullen een nieuw online-netwerk creëren zodat tieners in Kansas rechtstreeks met tieners in Caïro kunnen communiceren.

Op het vlak van economische ontwikkeling zullen we een nieuw korps van bedrijfsvrijwilligers samenstellen om samen te werken met partners in landen met een overwegend islamitische bevolking. Ik zal dit jaar een top over ondernemerschap organiseren om na te gaan hoe we de banden tussen bedrijfsleiders, stichtingen en sociale ondernemers in de Verenigde Staten en in moslimgemeenschappen overal ter wereld kunnen aanhalen.

Met betrekking tot wetenschap en technologie willen we een nieuw fonds oprichten dat in landen met een overwegend islamitische bevolking de technologische ontwikkeling moet stimuleren en moet helpen om ideeën in de praktijk om te zetten die nieuwe jobs kunnen creëren. We zullen wetenschapscentra openen in Afrika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië, en we zullen nieuwe wetenschappers afvaardigen om mee te werken aan programma’s voor de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen, het creëren van groene jobs, het digitaliseren van archieven, het zuiveren van water en het ontwikkelen van nieuwe teelttechnieken. Ik kondig ook een nieuwe wereldwijde inspanning aan om in samenwerking met de Organisatie van de Islamitische Conferentie polio uit te roeien. Verder zullen we onze partnerschappen met de moslimgemeenschappen uitbreiden om een betere gezondheidszorg voor kinderen en moeders tot stand te brengen.

Al die dingen moeten we samen realiseren. De Amerikanen staan klaar om samen met burgers en regeringen, maatschappelijke organisaties, religieuze leiders en moslimgemeenschappen mensen overal ter wereld te ondersteunen in hun streven naar een beter leven.

Het zijn geen eenvoudige thema’s die ik aansneed. Maar het behoort tot onze verantwoordelijkheid om de handen in elkaar te slaan ten behoeve van de wereld waarnaar we streven: een wereld waarin extremisten onze mensen niet langer bedreigen en waarin de Amerikaanse troepen naar huis zijn teruggekeerd; een wereld waarin Israëli’s en Palestijnen zich elk in hun eigen staat veilig kunnen voelen; een wereld waarin kernenergie slechts voor vreedzame doeleinden wordt gebruikt; een wereld waarin regeringen ten dienste staan van hun burgers, en waarin de rechten van alle kinderen van God worden gerespecteerd. Dit zijn wederzijdse belangen. Dit is de wereld waarnaar we streven. Maar alleen samen kunnen we die tot stand brengen.

Ik weet dat velen – moslims en niet-moslims – zich afvragen of we wel opnieuw kunnen beginnen. Sommigen zijn erop gebrand om verdeeldheid te zaaien en de vooruitgang in de weg te staan. Sommigen suggereren dat het allemaal moeite om niets is. Dat we gedoemd zijn om met elkaar overhoop te liggen en dat de ‘clash der beschavingen’ onvermijdelijk is. Nog talrijker zijn de sceptici die eraan twijfelen of echte verandering wel mogelijk is. Er is zoveel angst en zoveel wantrouwen. Maar als we ervoor kiezen om vast te blijven zitten aan het verleden, zullen we nooit vooruitkomen. En dit wil ik vooral aan de jonge mensen van elk geloof en in elk land zeggen: jullie zijn beter dan wie ook in staat om deze wereld te verbeteren.

We zijn allemaal slechts korte tijd op deze aarde. De vraag is of we onze tijd hier voornamelijk besteden aan de dingen die ons scheiden, dan wel of we ons inzetten en blijvend inspannen om gemeenschappelijke punten te vinden, te focussen op de toekomst die we voor onze kinderen willen, en respect te tonen voor de waardigheid van alle mensen.

Het is makkelijker om oorlogen te beginnen dan om ze te beëindigen. Het is makkelijker om anderen de schuld te geven dan om de hand in eigen boezem te steken. Het is makkelijker om de verschillen met de ander te zien dan om gemeenschappelijke punten te ontdekken. Maar we moeten de juiste weg kiezen, niet gewoon de makkelijkste weg. Er is ook een regel die in de kern van elke religie besloten ligt: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.” Deze waarheid geldt over alle naties en volkeren heen. Dit geloof is niet nieuw. Het is niet wit of zwart. Het is niet christelijk, islamitisch of joods. Het is een geloof dat al bij de wieg van de beschaving leefde en dat nog steeds voortleeft in de harten van miljarden mensen. Het is het geloof in anderen, en dat is precies wat mij vandaag hiernaartoe heeft gebracht.

Het ligt in onze macht om de wereld te maken die wij willen, maar slechts indien we de moed opbrengen om opnieuw te beginnen en daarbij de tekst van de heilige boeken in ons achterhoofd te houden.

De Koran zegt ons: “Mensheid! Wij hebben u geschapen als man en vrouw, en we hebben u gemaakt tot naties en stammen, zodat u elkaar zoudt leren kennen.”

De Talmoed zegt ons: “De hele Thora is bedoeld ter ondersteuning van de vrede.”

De Bijbel zegt ons: “Gezegend zijn de vredestichters, want zij zullen de zonen van God worden genoemd.”

Overal ter wereld kunnen mensen in vrede samenleven. We weten dat het dat is wat God met ons voorheeft. Welnu, laat dit onze opdracht zijn hier op aarde. Ik dank u. Moge Gods vrede met u zijn.

 

Vertaling: Home Office