De mensheid mag tegen 2050 maar een kwart van de gekende reserves aan fossiele brandstoffen gebruiken als ze de opwarming van het klimaat beperkt wil houden tot 2°C. Dat blijkt uit een internationale studie die woensdag werd gepubliceerd in het wetenschappelijk blad Nature.

De internationale gemeenschap is het erover eens dat de temperatuur tegen het midden van de eeuw slechts 2°C hoger mag liggen dan in het pre-industriële tijdperk. Voor eilanden en laaggelegen gebieden die worden bedreigd door het stijgende zeeniveau is dat zelfs maar 1,5°C.

"Als we daaraan willen voldoen, mag de uitstoot van broeikasgassen niet hoger liggen dan 1.500 miljard ton", zegt onderzoeker doctor Malter Meinshausen van het Instituut voor Klimaatonderzoek in Potsdam. "Dat lijkt misschien veel, maar we hebben al een derde van dat volume uitgestoten in negen jaar, tussen 2000 en 2009."

Als het toegelaten niveau toch wordt overschreden, is er een kans van drie op vier dat de temperatuurstijging van 2°C wordt overschreden. Die evolutie valt niet terug te draaien, "het maakt niet uit welke maatregelen daarna nog worden genomen", benadrukt Meinshausen.

De conclusie van de studie is in het bijzonder gericht aan de onderhandelaars van het akkoord van Kopenhagen. Dat moet in december een vervolg breien aan het Kyoto-protocol, waarvan de eerste engagementen aflopen in 2012.

De wereldwijde uitstoot moet absoluut beginnen afnemen vanaf 2020 en worden gereduceerd met 70 procent tegen 2050, menen de onderzoekers. Het objectief van de G8, de zeven belangrijkste industrielanden, stelt slechts een halvering van de emissies voorop.

Een belangrijke conclusie van de wetenschappers luidt dat alle gekende reserves van olie, gas en steenkool een uitstoot toelaten die vier keer hoger ligt dan de toegelaten normen. "We mogen dus slechts een vierde gebruiken", waarschuwt onderzoeker Bill Hare.