In de jaren 1980 moesten partijen het geld voor hun campagnes vaak op slinkse wijze verzamelen. Scandalitis leidde tijdens de jaren 1990 tot strengere regels. Maar de slinger is nu doorgeslagen, zeggen KUL-vorsers Karolien Weekers en Bart Maddens in hun boek Het geld van de partijen, dat donderdag verschijnt. Dat melden De Morgen, Het Laatste Nieuws en Knack woensdag.

In totaal kregen de partijen in 2007 ruim 53 miljoen euro overheidsgeld in kas via dotaties en fractietoelagen. In 1971 was dat amper 127.579 euro. Meer dan een ver-vierhonderd-voudiging dus.

In het begin van de jaren 1970 haalden partijen hun geld voornamelijk op bij bedrijven. De giftenkraan werd dichtgedraaid en vervangen door overheidsfinanciering naar aanleiding van schandalen zoals Uniop en Agusta.

Geëxplodeerd 

Vandaag is de balans echter in de andere richting doorgeslagen: de overheidsfinanciering is 'geëxplodeerd', aldus Weekers en Maddens. Partijen puren liefst 85 procent van hun inkomsten uit de overheid. Het manna komt van federale dotaties (18,5 miljoen euro), fractietoelagen (21,7 miljoen euro) en regionale dotaties (11,1 miljoen euro).

Geen regels

De partijen bepalen zelf de dotaties. 'Er is in België geen hogere autoriteit die de partijen ertoe kan dwingen om maat te houden en niet steeds opnieuw in de staatskas te graaien wanneer er behoefte bestaat aan meer geld. En wanneer bestaat die niet?', aldus de auteurs, die bedenkingen hebben bij het overgewicht van overheidsfinanciering.

Open VLD is sterkste stijger

De zes traditionele partijen samen zagen hun vermogen stijgen van 18 miljoen euro in 1992 tot 76 miljoen in 2007. Sterkste stijger was de Open VLD: tussen 1999 en 2007 verdrievoudigde het blauwe vermogen, van 5,5 naar 14,1 miljoen. CdH, Ecolo en Groen! zijn relatief weinig vermogend.