Iraanse ordetroepen zijn op de laatste vrijdag van de vastenmaand in de hoofdstad Teheran slaags geraakt met aanhangers van oppositieleider Mir Hossein Moussavi. Twee betogers raakten volgens getuigen gewond, zeker tien mensen zijn gearresteerd.
In Teheran en andere steden van het land hebben honderdduizenden mensen op de zogenaamde Al-Quds-dag tegen Israël gedemonstreerd. De laatste vrijdag van ramadan is in Iran uitgeroepen tot een dag van solidariteit met het Palestijnse volk. Al-Quds is de Arabische naam voor Jeruzalem. De Iraanse revolutieleider ayatollah Khomeini had de Al-Quds-dag ingevoerd. 
 
Zoals de regering had gevreesd, namen echter ook vele aanhangers van de oppositie aan de demonstratie deel. Ooggetuigen spraken van duizenden mensen, die zich door groene armbanden of kledij als aanhangers van oppositieleider Mir Hoessein Mousavi bekend maakten.
 
Ze protesteerden opnieuw tegen de omstreden verkiezingsoverwinning van president Mahmoud Ahmadinejad en riepen 'Vrijheid, Vrijheid' en 'Dood aan de dictator'. Het was de eerste grote manifestatie van de oppositie sinds midden juli. De politie had de oppositie vooraf al gewaarschuwd om Al-Quds-dag niet te gebruiken voor protesten tegen de regering.
      
In een interview van de nieuwszender NBC heeft Ahmadinejad de aanspraak van zijn land op het vreedzaam gebruik van kernenergie bekrachtigd. 'We hebben geen kernwapens nodig'. Expliciet uitsluiten van de ontwikkeling van dergelijke wapens in Iran deed hij echter niet.