Wat maakt iemand zo bijzonder dat hij een lintje krijgt? Wat moet je doen om in de adelstand te worden verheven? Hoe kan iemand toetreden tot de inner circle van het blauwe bloed?
Officieel luidt het dat de koning de adeldom verleent aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt in hun vakgebied en daarbuiten, en aan personen met internationale uitstraling. De toekenning van een lintje is een van de weinige prerogatieven die het staatshoofd overhoudt na de vele staatshervormingen. En zelfs dan kan, volgens de Belgische grondwet, aan een adellijke titel nooit enig voorrecht verbonden zijn. Dat gaat in tegen het beginsel dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Bij onze zuiderburen werd na de Franse Revolutie de adel afgeschaft. In België zijn adellijke titels blijven bestaan, maar ze kunnen niet meer via overerving worden doorgegeven.

Er zijn in ons land naar schatting driehonderd families die behoren tot de oude adel en twintigduizend nieuwe edellieden. Elk jaar, met 21 juli, worden in het Staatsblad de namen gepubliceerd van de tien, vijftien Belgen die zich -- in opklimmende volgorde -- ridder, baron, burggraaf of graaf mogen noemen. De oude titels markies, hertog of prins worden niet meer uitgereikt.

De nieuwe edellieden zijn zorgvuldig gescreend. Een ,,Consultatieve Commissie voor de Toekenning van de Adelbrieven'' legt een longlist aan, die de minister van Buitenlandse Zaken aan de koning voorlegt. Die kiest er geheel eigenzinnig de gelukkigen uit, en kan ook zelf kandidaten kiezen.

De commissie van de adelbrieven is op zijn Belgisch samengesteld: evenveel Nederlands- als Franstaligen, de helft adel, de andere helft ,,gewone'' lieden, met een katholieke en een vrijzinnige achtergrond.

Op grond van welke criteria de commissie de kandidaten kiest, blijft omgeven door een waas van geheimzinnigheid en dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Vast staat dat de commissie lang conservatief tewerkging en haar oog vaak liet vallen op mensen uit het bedrijfsleven. Pas recentelijk vallen mensen uit de culturele en sociale wereld in de prijzen, maar steevast met een lage titel zoals ridder of barones (de laagste titel voor vrouwen, want ,,ridderin'' bestaat niet).

Sommigen zouden stevig lobbywerk verrichten om een lintje te bemachtigen. Kind aan huis zijn bij de koninklijke familie helpt daarbij. Invloedrijke personen die door een hoge functie vaak in de kijker lopen, maken begrijpelijkerwijs meer kans dan nobele onbekenden.

Republikeinen, separatisten en mensen met een strafblad of een collaboratieverleden sneuvelen nog voor de longlist wordt opgesteld. En er zijn ook personen die bedanken voor de eer, als er gepolst wordt of ze de titel willen aanvaarden. Uit bescheidenheid of uit politieke overwegingen. Manu Ruys, oud-hoofdredacteur van De Standaard, bedankte voor de eer omdat hij ,,als onafhankelijk journalist geen hoveling wilde worden''.

Met de toekenning van een lintje zou de koning, volgens de felste tegenstanders, de bedoeling hebben een Belgische elite te vormen die de eenheid van ons land tegen middelpuntvliedende krachten beschermt. De adel zou zo een garantie vormen voor het voortbestaan van de monarchie. Volgens meer gematigde woordvoerders is een adellijke titel veeleer een eervolle onderscheiding, waar je niet om vraagt en die je in dankbaarheid aanvaardt.

Er bestaat ook een Raad van Adel, met als voorzitter Henri graaf d'Udekem d'Acoz, de oom van prinses Mathilde. Die staat in voor de nazorg van het nieuwe blauw bloed. Want er komt nogal wat bij kijken.

De uitverkorenen moeten onder meer een wapenschild kiezen. Daar gelden strikte regels voor, onder meer wat de combinatie van de kleuren en de keuze van de afbeeldingen betreft.

Aan een adellijke titel hangt een prijskaartje. De betrokkene moet registratierechten betalen voor zichzelf (750 euro) en elke nakomeling (750 euro per kind en kleinkind, maar vanaf drie nakomelingen daalt de prijs tot 450 euro). Voor het diploma met wapenschild van de hand van een kunstenaar moet je 1.000 tot 2.000 euro neertellen.

En dan komt nog het allerpersoonlijkste: de keuze van een wapenspreuk. Zijn in elk geval niet meer beschikbaar: ,,Beloning komt na de strijd'' (Eddy baron Merckx), ,,Een beeld zegt meer dan duizend woorden'' (Marc ridder Sleen) en ,,Eenvoud siert'' (Stijn baron Coninx).