Eén op de tien werkzoekenden heeft taalachterstand Nederlands
BRUSSEL - Bijna 25.000 werkzoekenden in Vlaanderen, dat is één op de tien, begrijpen het Nederlands slecht tot zeer slecht. Dat blijkt uit cijfers van eind 2003 van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), die gepubliceerd werden in het jongste nummer van tijdschrift ‘ArbeidsmarktTopic’. Afhankelijk van de locatie gaat het vooral om autochtone (Franstalige) Belgen of allochtonen. Tegelijkertijd volgen bijna 4.000 werkzoekenden een VDAB-taalopleiding.

De taalachterstand bij werkzoekenden schommelt al sinds 2000 rond de tien procent. In december 2003 begrepen 23.397 werkzoekenden het Nederlands onvoldoende. De helft van hen had geen kennis, de andere helft een zeer zwakke kennis. Nochtans, zo luidt het bij de VDAB, is het Nederlands kennen vanuit arbeidsmarktperspectief belangrijk. De VDAB biedt zelf ook taalopleidingen aan; in 2003 volgden 3.909 werkzoekenden dergelijke opleiding.

Volgens de VDAB heeft de taalachterstand in Vlaanderen een dubbele oorsprong. Enerzijds is er de historisch en recente inwijking van Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel en de taalgrens- en kustgemeenten, anderzijds zijn er de overige clusters, waar ‘de taalachterstandsproblematiek synoniem staat voor allochtonen’. De grootste concentraties van werkzoekenden met een taalachterstand worden dan ook opgetekend in de Vlaamse rand rond Brussel (met pieken tot boven vijftig procent), in de taalgrensgemeenten en in de grote steden. Voorts zijn er kleinere concentraties in de mijn- en de Rupelstreek, in de regio Lokeren-Zele en aan de kust. In totaal gaat het in een kwart van de gevallen om autochtone Belgen, 31,7 procent is Maghrebijn (uit Algerije, Marokko of Tunesië) of Turk, en 34,3 procent is afkomstig van een ander land buiten de Europese Unie.