Over racisme en sociaal-realisme in Los
Foto: rr
Sinds jaar en dag is het Vlaamse literatuurlandschap zo wit als het papier van de inspiratieloze schrijver. De multiculturele samenleving thematiseren is vandaag nog steeds een onderwerp waaraan weinig witte auteurs zich wagen. Los van Tom Naegels is een uitzondering op die regel.
In 2005 ontving hij voor die roman de Gerard Walschap Literatuurprijs. Volgens de voorzitter van de jury George Wildemeersch behandelt Naegels 'op overtuigende wijze hete maatschappelijke hangijzers als euthanasie, de multiculturele samenleving, politiek correct denken en racisme.'

Disputen over de ideologische strekking van romans over interculturaliteit geschreven door witte schrijvers zijn geenszins nieuw. De Engelstalige klassieker Heart of Darkness van Joseph Conrad is decennia lang als anti-koloniaal pleidooi gelezen. In zijn dagelijks leven had Conrad contact met Casement en Morel, de oprichters van de Congo Reform Association, wat suggereert dat hij inderdaad ook een aanklacht van de toenmalige praktijken in de Congo Vrijstaat van Leopold II wilde schrijven. Maar dan schreef de gerenomeerde Nigeriaanse auteur en theoreticus Chinua Achebe in 1975 dat Heart of Darkness een racistisch boek was.

Volgens Achebe hebben de zwarte personages van Conrad geen menselijkheid, zelfs geen taal, en Afrika is beschreven als het volledige tegengestelde van de Europese beschaving. Is Heart of Darkness nu wel of niet racistisch?

In 1950 schreef de voormalige Nobelprijswinnares Doris Lessing The Grass is Singing, een sociaal-realistische roman over een arm blank echtpaar in koloniaal Zimbabwe, waarvan de vrouw wordt vermoord door haar zwarte bediende.

Lessing was een fervente anti-kolonialiste, die door de blanke koloniale regering zelfs het land werd uitgezet omdat die vreesden dat de communistische ideeën van Lessing de zwarte gekoloniseerden zouden opjutten. Ondanks de anti-koloniale opinies van Lessing, werd The Grass is singing een racistisch boek gevonden. Volgens critici stelde de roman nog maar eens een zwarte bediende als crimineel voor. Bovendien had het zwarte personage bijna geen eigen tekst noch eigenschappen. Is The Grass is singing nu wel of niet racistisch?

Wat Los en deze voorbeelden gemeen hebben is dat deze boeken, elk in hun eigen tijdvak, reflecteren op het witte superioriteitsgevoel en de racistische reflex die daarmee gepaard gaat. Dat deze auteurs, hoe verschillend ook hun schrijven, deze nadruk leggen suggereert alleszins al dat denigrerende denkwijzes over andere culturen in het Westen al een eeuwenlange traditie kennen. Maar hoe komt het dan dat ze, al hun kritisch engagement ten spijt, zelf beschuldigd worden van racisme?

Naegels verdedigt Los aldus: 'Een goede sociale roman veroordeelt niet en schrijft niet voor; hij toont.' Los ‘toont’ de realiteit door de ogen van het jonge blanke Antwerpse hoofdpersonage. Als die getoonde realiteit er een is waarin aantijgingen en vooroordelen jegens de gekleurde medemens vallen, dan is dit volgens Naegels gelegitimeerd. Hij schetste louter een kroniek van de hedendaagse tijd.

Maar Rachida Lamrabet herkende zich alleszins niet in de kroniek van de tijd die Naegels schetste. En Abou Jahjah herkende zichzelf niet eens in het personage in Los dat nochtans zijn naam draagt. Geeft Los dus nu wel of niet een ‘waarachtig’ tijdsbeeld van de laatste dertig jaar in Antwerpen weer?

De veronderstelling dat literatuur alleen maar ‘toont’ is alleszins een misvatting. De letteren – tot de meest onschuldige grap toe- zijn nooit gevrijwaard van ideologie.

In literaire teksten worden altijd delen van de realiteit geschrapt, andere delen worden weer benadrukt. Literatuur geeft vorm aan de werkelijkheid. Realistische literatuur is nooit een weergave van de sociale werkelijkheid ‘zoals die is’. Zij wekt alleen de indruk dat te zijn doordat conventionele opvattingen, gemeenplaatsen en herkenbare referenties gebruikt worden die lezers idealiter herkennen uit hun dagdagelijkse leven.

In het geval van Los, werden de referenties van Naegels - zoals de AEL of de Vlaamse volkscultuur - echter niet als zodanig herkend door Abou Jahjah en Rachida Lamrabet. Hun reacties doen vermoeden dat het realisme van Naegels zijn beperkingen heeft. Het perspectief van waaruit Naegels zijn versie van de sociale werkelijkheid vertelt heeft duidelijk zijn grenzen. Zoals elke perspectief zijn grenzen heeft.

Laten we ons eens voorstellen dat Rachida Lamrabet een sociaal-realistische roman over het Antwerpen van de laatste dertig jaar zou schrijven vanuit het oogpunt van een personage uit een etnische minderheidsgroep. Haar versie van ‘het leven zoals het is’ zou ongetwijfeld ook beperkt zijn. Zoals elke perspectief zijn grenzen heeft. En toch is de ene sociale-realistische roman de andere niet.

Al kan Lamrabets theoretisch personage niet bij voorbaat gevrijwaard zijn van racisme, toch zou zijn of haar blik en positie geen deel uitmaken van de witte dominante status quo. In Los is dit wel het geval. De blik van binnen of vanbuiten uit de status quo heeft gevolgen voor de manier waarop lezers zich identificeren.

De worsteling met de racistische vooroordelen van het hoofdpersonage in Los geeft aanleiding voor witte lezers om empathie te voelen voor zowel die worsteling als voor de verkondigde racistische vooroordelen. Bij het theoretische hoofdpersonage van Lamrabet zou zijn of haar positie jegens het Vlaams racisme fudamenteel verschillend zijn.

Als het gaat over een weergave van de multiculturele samenleving – een ambitie die Los probeert na te streven – dan heeft sociaal-realisme duidelijk haar beperkingen, wellicht zelfs meer voor het perspectief van binnenin de witte status quo dan voor andere. Voor Doris Lessing schoot sociaal-realistisch proza alleszins na verloop van tijd veel te kort.

Het noopte haar om in haar kritiek de denigrerende denkwijzes over andere culturen van de meerderheidscultuur waaruit zij deel uitmaakte te herhalen en er zodoende nieuw leven in te blazen. Ze stortte zich na verloop van tijd op het literair experiment en ging zelfs science fiction schrijven. Ook verschillende postkoloniale auteurs – van Salman Rushdie tot Jamaica Kincaid en van Arundhati Roy tot Toni Morrisson – kozen ervoor om traditioneel realistische genres te vermijden om de werkelijkheid opnieuw uit te vinden.

Het blijft vooralsnog afwachten of deze ambitie in de Vlaamse letteren zal doordringen. Intussen staat het alleszins buiten kijf dat de interculturalisering van de Vlaamse pas aan zijn vrolijke opmars kan beginnen zodra schrijvers van de etnische meerderheid de multiculturele samenleving niet louter tonen in al haar extremen en de vertwijfelingen die daarmee gepaard gaan, maar hierbij ook expliciet de grenzen en de implicaties van hun eigen kijk en literaire vorm ter discussie stellen.