Dour dag 4: De polsslag van de tijd
Het twintigste festival van Dour kreunde zondag onder een loden hitte en te weinig schaduw. Maar tegen de avond liep het terrein weer helemaal vol.
Laat ik maar eerlijk zijn: het was al enkele jaren geleden dat ik nog eens in Dour geweest was, en eigenlijk stond het festival enkel op mijn zomerprogramma omdat mijn zoon de Dourgerechtigde leeftijd bereikt heeft, en een taxi nodig had.

Dertigplussers zijn zeldzaam op dit festival. Deze meest alternatieve afspraak van de zomer is er een voor de jeugd. Muzikaal is Dour vooral belangrijk omdat je er de polsslag van de tijd kunt meten.

Subculturen

Vele acts zijn alleen in subculturen bekend en zullen daar ook nooit uit raken. Maar na een dag lang van podium naar tent kuieren en luisteren, heb je een aardig idee van de mogelijkheden van klank, en de capriolen in het grote stijlenboek dat popmuziek uiteindelijk is. Ik denk dat dat voor de meeste bezoekers zo is: velen kennen het grootste deel van de bands niet of nauwelijks.

Mijn zoon en zijn maten hebben drie acts onthouden. Gym Class Heroes, The 1990s en Black Rebel Motorcycle Club. Alle drie op de Last Arena, een van de twee openluchtpodia. En alle drie rockacts. Ik heb de 1990s ook gezien: een plezierig Schots bandje dat strakke poprock speelde, even ‘I fought the law’ van The Clash beroerde, maar heel weinig aandacht kreeg. BRMC kreeg véél aandacht, en terecht: zijn act is doordacht en afgewerkt, en zo’n wat glammerige rock tilt een festival naar een hoger niveau.

Wilco

Zelf onthou ik een warme set van Wilco, dat voor een kwart wei begon, maar zijn publiek zag aangroeien. De verstoorde folkrock van Jeff Tweedy en co viel helemaal uit de toon op dit festival (zoals Bright Eyes vrijdag), maar dan blijkt dat zelf in deze vrijhaven van alternatieve hipheid voldoende mensen een band kunnen appreciëren die het niet moet hebben van zware bassen en minimale harmonie.

Hoe dat laatste dan klinkt was even verder te horen bij DJ Shadow, maar tot dertig meter buiten de tent was er al geen doorkomen meer aan. Toch raar, zoveel volk dat naar één man achter knopjes staat te kijken. Toen we het festivalterrein na middernacht verlieten, stond ook al zo’n massa te wachten op een dj-set van Amon Tobin. Wat is er dan te zien?

reggae-groten

Zondag stonden enkele reggae-groten op het programma: Beenie Man trotseerde de namiddagzon met zijn typische stotterende dancehall, Sizzla luidde de nacht in met al bij al makke reggae. De meest verrassende act in dit genre was het New York Ska-Ensemble, dat een serie klassiekers afstofte en de hele Core Stage wild aan het dansen kreeg. Leuk trouwens hoe veel er op Dour gedanst wordt, en dan hebben we de nachten nog niet eens meegemaakt.

Franse act

Tussen alle alternativo’s hoorden we af en toe ook een Franse act. Daar zat hiphop bij, maar ook swingend chanson van bij voorbeeld Les Ogres de Barback. Bijval zat: onze Franstalige broeders kunnen even vlot overweg met de beats van X Makeena als met het variété dat dit festival ook aanbiedt. Of is hét publiek veeleer een versnippering van deelpublieken? Bij 65daysofstatic stond weer een heel ander deel mee te dromen met de instrumentale postrock.

Wat onthouden we nu graag van Dour?
  • het heeft een schitterend jong publiek
  • het is goedkoop
  • er stond veel meer volk naar 65daysofstatic te luisteren dan naar Wilco
  • de terreinhygiëne is barslecht; het terrein stonk uren in de wind
  • de meeste bands zijn we nu al vergeten, maar de totaalindruk blijft dynamisch
  • grote vernieuwingen hebben we niet gehoord, grote acts evenmin: Dour is een laboratorium