Niet de regering maar het beursgenoteerde Fortis verzweeg dat de staatsholding naast een kapitaalinjectie voor de rommelkredieten ook nog eens naderhand met een lening van 3 miljard euro moest bijspringen. Zo blijkt uit politieke reacties op het bericht dat na de weekend van de ontmanteling van Fortis de Fransen de zaak enkele dagen later heronderhandelden.
Vanuit politieke hoek werd eerder vandaag (zaterdag) ontstemd gereageerd op de berichtgeving in de krant dit weekend dat de overheid met 3 miljard extra is moeten tussenkomen bij Fortis en dat dit verzwegen werd. Uit de reconstructie van de feiten blijkt dat men er alles aan gedaan heeft om de zaak maximaal te camoufleren. Elk op zijn manier.

Maar eerst de feiten. Zondagavond 5 oktober maakt de premier bekend dat Fortis Bank en de Belgische verzekeringspoot aan BNP Paribas zal verkocht worden. De overheid zal een belang van 25% in Fortis Bank overhouden en 24% nemen in de 'bad bank': een portefeuille rommelkredieten die bij Fortis Holding, dat is wat van het beursgenoteerde Fortis overblijft na de uitverkoop, zullen ondergebracht worden. De overheid gaat in een volgende fase ook een belang in BNP Paribas verwerven.

Maar wat blijkt? Drie dagen na de mededeling vraagt BNP Paribas een heronderhandeling. Bepaalde achtergestelde financiële instrumenten (onder meer Freshes), uitgegeven door Fortis om de solvabiliteit op te krikken, stonden verkeerd gevaloriseerd. Daardoor blijkt onverwacht dat Fortis een schuld heeft van 2,3 miljard tot 2,5 miljard aan de bank. In Fortis Holding zit daardoor minder cash dan gedacht. Fortis kan daardoor zijn deelneming in de 'bad bank' niet betalen. De overheid springt daarop Fortis bij met een lening van 3 miljard euro.

Op die manier wordt vermeden dat BNP Paribas zijn biedprijs verlaagt in verband met de verkeerd ingeschatte achtergestelde instrumenten. Fortis zal de volle 3 miljard nodig hebben want de portefeuille rommelkredieten die het zal overkopen is door wisselkoersfluctuaties iets in waarde gestegen. Uit een communiqué van vrijdagavond van Fortis blijkt dat in de 'bad bank' nu voor 11,2 miljard euro rommelkredieten worden ondergebracht in plaats van 10,4 miljard.

De discussie rond de achtergestelde instrumenten is de belangrijkste reden waarom het aandeel-Fortis na het bericht van de weekendovername op 5 oktober toch nog meer dan een week lang geschorst bleef. Dit tot grote woede van beleggers die hun aandelen wilden verkopen. Pas op 14 oktober komt Fortis met een nieuw communiqué. Dat FPIM naast een kapitaalinjectie nu ook een lening toestopt wordt handig verzwegen. Wie het communiqué van Fortis van 6 oktober vergelijkt met dat van 14 oktober, vindt nergens het bijkomend engagement van FPIM as such vermeld. Er wordt de indruk gewekt dat FPIM enkel met kapitaal bijspringt.

Ook in het communiqué van Fortis van vrijdagavond laat over de tussentijdse resultaten, wordt de omvang van de staatsinspanning verzwegen. Er blijkt wel dat Fortis Holding beroep moet doen op 'externe financiering'. Daarbij is voor een lening van 3 miljard euro alle aandelen in de bad bank in onderpand gegeven. M.a.w. FPIM lijkt een pand te hebben op de aandelen van de 'bad bank'. Maar ook dat staat er dus niet echt as such vermeld.

In overheidskringen heet het nu dat het Fortis is dat niet volledig communiceerde en niet de regering. Ook dat is genuanceerd. Het klopt dat er een persartikel is terug te vinden waar in 2 zinnen vermeld staat 'dat minister van Financiën Didier Reynders verklapte dat Fortis ook nog een lening kreeg van 3 miljard.' Op 21 oktober belde deze krant met een woordvoerder van een bevoegde toppoliticus om een overzicht te bekomen van de bedragen die de overheid aan de banken heeft toevertrouwd. De lijst voor Fortis blijft beperkt tot 11,9 miljard. De 3 miljard werd vergeten te vermelden.

De overheid herpakte zich bij monde van Didier Reynders op 5 november in antwoord op een parlementaire vraag in de commissie Financiën en Begroting. Reynders moest toen uitleggen hoe het kwam dat hij kon beweren dat de schuldgraad van de overheid slechts met 3 procent zou stijgen door de steun aan de banken, terwijl de Natonale Bank van Belgë in een rapport gezegd had dat de schuldgraad met 6 procent zou stijgen. Op die manier verklapte hij het bestaan van de lening.

Blijft de vraag: welk risico loopt de overheid nu op de bijkomende financiering? Wat is de looptijd, wat zijn de waarborgen? En wanneer gaat men over financiële zaken leren transparant te communiceren in plaats van camouflagetechnieken te cultiveren. Of is een correct voorlichting van de aandeelhouders en de belastingbetaler een onredelijke vraag?