Verrassend fors concert van Paul Simon
Foto: Koen Bauters
Wie een genoeglijk avondje met de grootste hits verwacht had, kwam bedrogen uit. Paul Simon serveerde in een enthousiast Vorst Nationaal een behoorlijk ruig concert.
Onze oudjes doen het behoorlijk goed deze zomer. Na de hartverwarmend countryrock van Neil Young op Werchter en de ingetogen poëzie van Leonard Cohen in Brugge, was het de beurt aan Paul Simon (67) om te laten zien of rust roest.

Geenszins. We hebben Simon enkele jaren geleden in datzelfde Vorst een veel voorspelbaarder concert weten geven dan gisteren. Zeker de helft van de setlist bestond uit songs die maar weinigen verwachtten, en uit de periode met Art Garfunkel diepte Simon niet meer dan drie klassiekers op.

Het begon bijzonder vrolijk, toen Simon naar de gitarist wees en die een typisch Afrikaans loopje inzette om 'Gumboots' te laten opflakkeren. Dat was binnenkomen: de zevenkoppige band had twee excellente drummers en het was meteen duidelijk dat die er niet bij waren om toe te kijken.

Potig, zo klonk Paul Simon soms. Hij zong 'Boy in the Bubble' laag en haast bluesy, wat echt wel wennen was voor wie zijn tedere tenorstem gewoon is. Voortdurend zocht de zanger om songs in een nieuwe plooi te leggen door de melodie te veranderen, klanken uit te rekken, enzovoort.

Hij voegde ook de hele tijd minder bekende songs toe. Zoals 'Outrageous', met een funky gitaar, en 'How can you live in the Northeast', een song uit zijn jongste plaat Surprise. Die is door Brian Eno mee voorzien van atmosferische lagen en die waren er live ook bij, compleet met een beetje feedback, wat voor Simon helemaal nieuw is.

Tussendoor had hij 'Mrs. Robinson' erdoor gejaagd, maar ook die song kreeg in plaats van knusse harmoniezang een gedreven groove uit de tijd van de jonge Elvis mee. Toen Simon ook nog 'Me and Julio down by the schoolyard' tot een percussiefestijn uitbouwde, was het publiek al lang overtuigd. Het zou geen kampvuur worden, maar een verrassing.

Simon had ons verder weinig te zeggen, hij concentreerde zich op zijn band. Toch mooi hoe hij een song als 'Duncan' echt vertelde, en meteen daarna 'Train in the distance' helemaal liet ontsporen in een vuurwerk van drumslagen. En toch poëtisch bleef, in 'The Teacher' en het helemaal solo gebrachte 'Sound of Silence'.

Hét orgelpunt was dan niet 'The Boxer', dat wat plichtsmatig in de bisronde zat, of het volksfeest dat losbarstte met 'You can call me Al'. Wel 'The Cool, Cool River': een vinnig en complex stuk architectuur uit het onderschatte album The Rhythm Of The Saints. Hierin freakte het concert ongewoon intens uit. Paul Simon liet in Vorst horen dat hij allerminst ingedommeld is. Sterker, we hebben hem nooit eerder zo wild horen tekeergaan. 'Still crazy after all these years', heet dat.